Van ‘leuke jurk’ naar ‘leuk meisje’

JM juli 2005

Tips bij het aankleden van kinderen

Het was altijd weer smullen,  het BBC-programma waar je je schoondochter of ‘beste vriendin’ kon opgeven als een van de slechtst geklede vrouwen  ter wereld. Vijf minuten lang kreeg je een in het geheim opgenomen filmpje te zien waarin wel heel duidelijk werd dat het slachtoffer die ‘praktische’ maar zeer onflatteuze driekwart-broek nou toch echt eens aan de wilgen moest hangen en dat die halflange trui toch wel erg veel nadruk legde op haar dikke billen.  Natuurlijk werd de dame in kwestie daarna flink onderhanden genomen door twee tip-top geklede dames die haar, na een uitgebreide kleur en figuuranalyse – ‘je hebt prachtige armen en een hele lange nek en kijk eens hoe mooi dit knal-roze je staat’ – precies konden uitleggen ‘what not to wear’ ofwel  datgene wat je vooral niet moet dragen. Dat was dan ook de titel van het programma.

Wat dit met kinderen te maken heeft? In tegenstelling tot wat nog wel eens gedacht wordt, zijn er ook veel kinderen die kleren dragen waar ze niet echt op hun voordeligst in uit komen.

“De meest wijdverbreide misvatting is dat kinderen altijd heldere kleuren zouden moeten dragen”, zegt  Mirjam Bach. Bach, opgeleid aan de modeacademie Charles Monatigne, deed jarenlang de inkoop van een kinderkledingwinkel en richtte toen ze zelf kinderen kreeg – inmiddels 6 en 3 – een kledingadviesbureau op: ‘Kleurkeuze Image Consulting’. “Of heldere kleuren een kind goed  staan”, zegt ze, “ is heel erg afhankelijk van de kleur van de huid, het haar en de ogen.” Bach maakt onderscheid tussen een huid met een gele en een blauwe ondertoon. Dit, in combinatie met de eerdergenoemde kleur van de ogen en het haar bepaalt of een kleur bij iemand past of niet. Om daar precies achter te komen ben je wel even bezig – Bach heeft niet voor niets een adviesbureau op gezet. Toch kun je volgens haar wel het nodige zelf doen om te bepalen wat nou kleuren zijn die goed bij je kind passen. Zo kun je er altijd van uit gaan dat de kleur van de ogen een goede kleur is om te dragen. Daarnaast kun je in helder daglicht vaak ook heel goed zien of een bepaalde kleur het gezicht van je kind laat spreken of juist helemaal niet laat spreken.  “Kijk vooral dicht bij het gezicht”, zegt Bach. “Vaak zie je dat bij bepaalde kleuren, of liever gezegd  kleurnuances, de kleur uit het gezicht van je kind helemaal wegtrekt. Als je je kind dan bijvoorbeeld een jurk in die kleur aantrekt dan trek je alle aandacht naar die jurk toe in plaats van naar je kind zelf. Dan krijg je misschien wel de opmerking ‘wat heeft ze een leuke jurk aan’ maar ikzelf vind dat soort opmerkingen altijd verdacht. Je kan beter hebben dat iemand zegt ‘wat ziet ze er leuk uit’. Dan trek je namelijk de aandacht naar het geheel in plaats van alleen naar die jurk of dat T-shirt.”

Soms is het vinden van de juiste kleur makkelijker gezegd dan gedaan. Mirjam Bach: “Zoals ik al zei denken veel mensen – ook ontwerpers en inkopers – nog steeds dat kinderen hele heldere kleren moeten dragen. Het aanbod van dergelijke kleren is dan ook groot. Als dat je kind goed staat heb je keus te over. Als dat niet zo is wordt het al lastiger.” Bach adviseert om bepaalde merken in de gaten te houden omdat het ene merk vaak veel meer heldere kleuren gebruikt dan het andere merk. “Maar”, zegt ze “natuurlijk kun je als je goed zoekt ook best slagen in een warenhuis met een groot assortiment artikelen van het eigen huismerk.”

Naast de juiste kleur is het ook belangrijk om de juiste maat te kopen. “Een maat groter kopen dan wat je kind nodig heeft, heeft eigenlijk nooit zo veel zin”, zegt Bach. “Dan gaat het eigenlijk pas leuk staan tegen de tijd dat het versleten is.”

Maar hoe bepaal je de juiste maat? Dat doe je volgens Bach niet alleen door naar het maatje te kijken wat in het kledingstuk genaaid is. Maten kunnen per merk behoorlijk verschillen. Het is daarom het beste om de kleren even te passen. Bach: “Of je nou dik of dun bent, het is altijd belangrijk dat kleren je figuur volgen maar net niet strak zitten. Dat laatste geldt vooral als kinderen iets dikker zijn. Door strakke kleren benadruk je juist die dikheid. Aan de andere kant maken te ruime kleren kinderen vaak wat lomper dan ze zijn. En dunne kinderen in te ruime kleren zien er, in tegenstelling tot wat nog wel eens gedacht wordt, vaak veel dunner uit dan ze in werkelijkheid zijn. Dat werkt dus averechts.

Met dit soort trucjes zijn er meer effecten te bewerkstelligen. Als algemene regel kun je aanhouden dat je een accent legt op de plek waar je de kleren laat stoppen. Als je een kind met wat dikkere billen een trui laat dragen die op het dikst van zijn billen stopt, krijgt dat de aandacht. Wat broeken en rokken betreft geldt hetzelfde. Als je een ietwat stevig of kort kind – vaak geldt dat stevige kinderen wat korter lijken dan ze zijn-  een driekwart broek aan trekt, benadruk je juist zijn korte benen. Zo’n kind is dus beter af met een broek die goed lang valt. Omgekeerd geldt dat een lang dun kind weer wel goed een driekwart broek, of een wat korter afgezoomde of opgerolde broek kan dragen omdat zijn benen daardoor wat korter lijken. Ditzelfde verhaal geldt ook voor rok- en jurklengtes. Korte meisjes kunnen beter rokken dragen die net iets over de knie gaan en stoppen vlak voor het punt waar de kuit begint op te bollen. Lange en dunne meisjes zien er juist weer heel leuk uit in een rokje dat boven de knie is afgezoomd.

Als het om de lengte van een kind gaat kun je met kleur en kledingcombinaties ook nog wat doen. Zo lijken kinderen langer als ze een broek of rok dragen met een shirt in dezelfde kleur. Omgekeerd kun je de lengte weer wat breken door twee contrasterende kleuren te kiezen.

En wat de accenten betreft; ook met een coltrui leg je een accent. Heeft een kind een lange dunne nek dan staat een coltrui mooi. Maar kinderen met korte en dikke nekken, kunnen beter geen coltrui dragen omdat die col de nek juist korter en dikker doet lijken.

Los van de maat en de lengte, bepaalt ook het materiaal waar de kleren van gemaakt zijn, hoe een kind er uit ziet. “Als je een kind een trui aantrekt van dikke wollige stof ziet het er al snel iets dikker uit”, zegt Bach. “Dat is leuk voor het dunne kind maar minder leuk voor de kinderen die van zichzelf al wat steviger zijn.” Die laatste groep kinderen is volgens haar daarom beter af met truien van katoen of van lamswol. Die zijn dunner en gladder. En fleece? “Ik vind dat zo synthetisch en daarmee dus eigenlijk niet geschikt voor kinderen. Er hoeft maar een vlammetje bij te komen en je hebt echt een hele hoop ellende. Ik zelf kies het liefst voor katoen, wol of viscose. Dat laatste is weliswaar een kunstvezel, maar wel een plantaardig kunstvezel. Het is namelijk gemaakt van naaldhout en katoenpluis.”

Een kind goed en leuk aankleden is volgens Mirjam Bach eerder een kwestie van slim inkopen dan van veel geld. “Als je meerdere kinderen moet kleden koop dan voor je eerste kind een paar goede basiskleren die niet heel modegevoelig zijn. Dus geen broeken met wijde pijpen die misschien bij een volgend kind helemaal uit de mode zijn en ook niet al te opvallende kleuren. Verder zou ik mijn geld niet uitgeven aan spijkerbroeken broeken van dure merken. Dan betaal je echt alleen voor de naam en die broeken slijten net zo snel als een broek van een goedkoper merk. Wat betreft de bovenkleding is het wel  leuk om af en toe iets van een mooi merk te kopen. Dit soort kleren hebben vaak een mooie pasvorm en net iets leukere en beter afgewerkte details. Bovendien blijven de kleuren van dat soort kleren mooier en slijt de stof minder hard. Kortom het ziet er minder snel afgedragen uit. Om die reden kun je merkleren ook goed tweedehands kopen.

Maar natuurlijk kun je ook leuke shirts vinden bij de wat goedkopere merken of de huismerken van grote warenhuizen. Je moet er alleen wel rekening mee houden dat eventuele prints er snel afgewassen zijn. Ik beschouw dat daarom echt als kleren voor één seizoen.”

Een andere goedkope optie is zelf kleren naaien.. “Kinderen hebben nog een vrij recht lichaam”, zegt Bach. Je hebt dus niet te maken met ingewikkelde coupenaden. Wat dat betreft kun je met hele eenvoudige patronen al hele leuke dingen maken. Bovendien kun je zelf de stof  en de kleur uitkiezen. Je bent dan veel minder afhankelijk van de modekleuren die voor jouw kinderen misschien wel helemaal niet zo geschikt zijn.”

Nog meer tips? Bach denkt even na. “Laat je niet gek maken door de reclame. Kijk naar je kind zelf en naar wat bij hem past. En vooral: vergeet niet dat het kinderen zijn”.

Meer informatie: www.kleurkeuze.nl

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u