Kattekwaad of crimineel?

JM september 2007

Hoe voorkom je dat pubers, in hun zoektocht naar grenzen, te ver doorschieten? En wat doe je als ze al te ver doorgeschoten zijn? Houd positief toezicht, treed onmiddellijk op en investeer in het inlevingsvermogen zeggen ze bij bureau Halt.

 Nee, dit is geen ‘senior moment’. Er zat gisteravond nog wél vijf euro in je portemonnee. En waar is dat kleingeld dat er altijd in zit voor de parkeermeter?  Langzaam dringt het door dat zoonlief met pluissnor en al ten prooi is gevallen aan de  consumptiemaatschappij. Dat dochterlief, hyperbewust van haar uiterlijk, die oorbellen – die ze wel móest kopen om niet uit de gratie te vallen bij haar vriendinnen – eigenlijk helemaal niet kon betalen. Alarmbellen gaan rinkelen. Wat doet mijn uithuizige kind nog meer zonder dat ik het weet? Hoe houd ik grip op mijn kind?

Kim van der Kolk is beleidsadviseur van Halt Nederland het bureau waar kinderen tot 18 jaar terecht kunnen voor een taakstraf als ze vanwege een ‘licht vergrijp’ met de politie in aanraking zijn gekomen. Volgens haar is het zeker bij puberende kinderen heel belangrijk dat je op een positieve manier toezicht blijft houden. Dat vraagt om een hele actieve opstelling als ouder. “Het begint bij het tonen van interesse. Vraag waar je kind mee bezig is, welke films hij leuk vindt, welke spelletjes hij speelt etc. Juich het toe als hij zijn vrienden mee naar huis neemt. Praat ook met die vrienden en met diens ouders, zeker in de kwetsbare periode als ze net naar de brugklas gaan. Praat met de mentor en met de trainer of coach van de sportclub. Haal de computer naar beneden zodat je zeker weet dat je kind niet zit te pesten, of hele agressieve spelletjes speelt. Kortom, wees echt betrokken. En schep vooral een plezierig klimaat door positief gedrag te bekrachtigen in plaats van negatief gedrag af te straffen. Dus in plaats van: ‘jij bent ook altijd te laat hé!’, liever – als ze een keer wél op tijd zijn : ‘goh, fijn dat je zo op tijd bent, trek snel je schoenen uit en kom aan tafel.’”

Dat is één. Wat verder heel belangrijk is, is dat je onmiddellijk optreedt als er iets gebeurt dat niet door de beugel kan. Dus niet wegdromen bij die ‘fijne’ jeugdherinnering over illegaal vuurwerk in brievenbussen en dan denken ‘ach, dat hoort er nou eenmaal bij, we zijn toch allemaal jong geweest’. Nee, je moet echt wat doen!

“Doe je dat niet”, zegt van der Kolk,  “dan is de kans groot dat ze hun grenzen verleggen en de volgende keer net een stapje verder gaan. Dan kan dit ogenschijnlijke kattenkwaad overgaan in vandalisme of ander ontoelaatbaar gedrag”. Ze maakt de vergelijking met alcohol. “Als je thuis met enige regelmaat mag drinken van je ouders, is de stap om echt veel te drinken niet meer zo groot. Dat is inmiddels duidelijk aangetoond”

Hoe kun je als ouder het beste optreden?

Van der Kolk: “Ga eerst na of je kind weet dat het iets aan het doen is dat niet mag – dat is niet altijd even logisch als wij volwassenen denken! Focus daarna vooral op de consequenties van het gedrag. Wat gebeurt er bijvoorbeeld op de brandweerkazerne als de sirenes afgaan? Jongeren beseffen niet dat één telefoontje naar de brandweer er toe leidt dat een heleboel mensen in actie moeten komen. Met andere woorden, dat ze de boel flink ontregelen.”

Kortom, het is volgens Van der Kolk zaak om te investeren in het nog onderontwikkelde inlevingsvermogen van kinderen – eigenlijk al vanaf dag een, als ze alleen nog maar aan het belletje lellen zijn. Veel praten dus, maar ook: langs gaan bij de benadeelde persoon. “Ga bijvoorbeeld naar die winkelier toe waar je dochter die lippenstift heeft gestolen en luister naar wat hij daarover te zeggen heeft. Misschien kan hij uitleggen hoe boos en angstig je er van wordt als mensen de hele tijd spullen van je willen afpakken – dat is iets wat kinderen heel goed begrijpen. En als het mee zit vertelt die winkelier ook iets over de enorme kosten die hij moet maken om diefstal te voorkomen  – beveiligingsapparatuur, bewakers inhuren etc.  En wie gaat dat betalen? Precies, jij als klant. Dat verhaal,  in combinatie met het teruggeven of terugbetalen van het gestolen product, zijn dingen die een onuitwisbare indruk maken op een kind. Daarmee leert het op de lange duur een goede afweging te maken tussen wat een bepaalde actie kost en wat het hem uiteindelijk oplevert. Daar kan geen straf tegen op.”

Niet straffen dus?

Van der Kolk: “Jawel. Als je afspraken hebt gemaakt over bepaald gedrag – je mag alleen op 31 december vuurwerk afsteken tussen 3 en 5 uur ’s middags bijvoorbeeld – en je kind houdt zich er niet aan, moet je wel degelijk een straf geven – zie kader ( of verwijzing naar internet of alsnog het kadertje plaatsen). Kinderen hebben behoefte aan dit soort duidelijkheid. Helaas gaat dat nog wel eens mis. Ouders zéggen wel tegen hun kinderen dat ze bepaald gedrag niet accepteren maar als het kind dan toch over de scheef gaat, doen ze niks.

Enig idee waarom niet?

“Het is mij opgevallen dat veel ouders geneigd zijn het kwalijke gedrag van hun kinderen bij een ander te leggen. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat het aan de slechte vrienden ligt waar hun kind mee om gaat, dat er zoveel tussenuren zijn of dat er zo weinig jeugdvoorzieningen zijn. Alles om te voorkomen dat de kritische buitenwereld – en dat is ie! –   hen van slecht ouderschap beticht.”

Maar zit er niet een kern van waarheid in de argumenten van de ouders?

“Ja, het is inderdaad lastig voor een puber om niet mee te doen met een groepje jongens dat gedrag vertoont dat niet door de beugel kan. Maar dat moet je niet goedpraten als ouder. Als je steeds zegt dat het aan de slechte vrienden ligt, gaat je kind je vanzelf napraten en leer je hem dat hij niet zelf verantwoordelijk is voor zijn gedrag. Daarmee maak je hem heel passief. Beter is het om je kind te leren hoe hij zich de volgende keer wél kan opstellen:

 

–     Leer hem dat hij kan voorstellen  iets anders te gaan doen

–     Laat hem een smoes bedenken  ‘ik ga weg ik heb buikpijn’

–     Leer hem dat het ook heel stoer is om heel stellig te zijn: ‘nee ik doe echt niet mee’”

En die tussenuren en het gebrek aan jeugdvoorzieningen; zijn dat dan geen goede argumenten?

Van der Kolk is heel resoluut:  “Ik zeg dan altijd: maak je kind creatief. Zorg dat hij leert om zich op een andere manier te vermaken.”

 

Kader

Straffen?

  •  Zorg      dat je consequent bent. Dus niet de ene keer wel en de volgende niet      straffen – of erger: dat je er de ene keer om lacht en er de volgende keer      boos over wordt
  • Deel      de straf meteen uit. Wacht niet een week of meer want dan voelt het kind      het verband tussen de straf en de ‘overtreding’ niet meer.
  • Zorg      dat de straf – als het enigszins kan – verband houdt met de daad. Dus:      excuus aanbieden aan iemand die je meerdere keren hebt lastiggevallen, het      zelf weghalen van graffiti, huisarrest, gestolen goed zelf terug laten      brengen
  • Leg      duidelijk uit waarom het kind straf krijgt
  • Veroordeel      het kind niet zelf maar alleen zijn daden.
  • Werk      ook aan een oplossing
  • Zorg      dat de straf uitvoerbaar en redelijk is; dus niet én een maand geen TV én      een maand geen internet en al je zakgeld inleveren. Liever: een avond niet      internetten.

 

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u