‘Je moet talent naar de oppervlakte laten komen’. Interview René Diekstra

JM november 2007

In navolging van de historische canon, komt Rotterdam binnenkort met een canon van de opvoeding – alles wat iedere ouder zou moeten weten over het opvoeden van kinderen. Hoogleraar Psychologie René Diekstra, die onder andere betrokken was bij het tot stand komen van de Rotterdams stads-etiquetten, is daarbij een van de belangrijkste adviseurs.

‘Stelt u zich eens voor dat u geen rijbewijs heeft en dat iemand u een auto geeft en zegt, “gaat u maar rijden”’ , zegt René Diekstra, hoogleraar psychologie aan de Roosevelt Academy in Middelburg en lector ‘jeugd en opvoeding’ aan de Haagse Hogeschool. ‘De kans is dan groot dat u dat weigert. Waarom? Omdat u weet dat u een stuk beter rijdt als u beter bent uitgerust. Om dezelfde reden zou ik ook graag willen dat alle ouders een opvoedcursus volgden. Niet omdat het moet, maar omdat ze het niet verantwoord vinden om ongeschoold aan deze zware taak te beginnen.’

 Hoe overtuig je ouders daar van?

‘We moeten ouders duidelijk zien te maken dat er een heel groot verband is tussen de mate waarin mensen functioneren of disfunctioneren en de manier waarop ze zijn opgevoed. Een goede manier van opvoeden heeft echt een heel positief effect op je kind.’

 Maar Nederlandse kinderen zijn volgens recent Unicef-onderzoek een van de gelukkigste van de wereld. Dan doen we het zonder opvoedcursus toch niet zó slecht als ouders?

‘Het is een misvatting om te stellen dat als kinderen zich gelukkig voelen, er dus geen probleem is. Het doel van de opvoeding is niet alleen dat kinderen zich goed voelen. Je moet er als ouder ook naar streven om de nog onontwikkelde talenten bij kinderen, verder te ontwikkelen. Je moet als het ware een context creëren waarin die talenten tot ontwikkeling kunnen komen. Hoe eerder je daar mee begint, hoe beter. In de praktijk blijkt dat nog best lastig te zijn. Wij hebben ooit eens aan een grote groep volwassenen gevraagd of ze vonden dat zij hun talenten hebben kunnen ontwikkelen. Het merendeel zegt dat dat niet het geval is. Dat is natuurlijk doodzonde en totaal niet in het belang van de samenleving.’

Vanwaar die bevlogenheid als het gaat om goed opvoeden?

‘Wat ik interessant vind is dat we in deze samenleving een vrij duidelijk beeld hebben van hoe we ons als burgers zouden moeten gedragen – beheerst, kritisch, constructief en sociaal betrokken – maar dat de kloof tussen wat zou moeten en wat is, nog vrij groot is. Als idealist wil ik natuurlijk graag dat die kloof kleiner wordt en de samenleving beter. Als psycholoog vind ik het interessant om te kijken naar hóe je die kloof kleiner kunt maken. Het inzichtelijk maken van wat een goede opvoeding kan doen voor je kind en het aanbieden van handvaten bij die opvoeding zou volgens mij een goede manier kunnen zijn om dat te bereiken. Los daarvan heb ik zelf aan den lijve ondervonden hoe een juiste omgeving je verder kan helpen je talenten te ontwikkelen. Ik had namelijk het geluk dat ik naar het priesterseminarie werd gestuurd. Daardoor heb ik gymnasium kunnen doen en ben ik uiteindelijk gaan studeren. Mijn broers en zussen – we waren met zijn elven – gingen ‘gewoon’ naar de mulo. Dat zij misschien ook wel naar het gymnasium hadden gekund, daar werd niet bij stil gestaan.’

U bent bezig met het ontwikkelen van een cursus voor ouders die hen kan ondersteunen bij de opvoeding van hun puberkinderen. Ter voorbereiding heeft u een onderzoek gedaan naar de meest voorkomende conflicten van ouders met hun kinderen. Wat viel u daarbij op?

‘De ouders die reageerden waren mooi verdeeld over de verschillende opleidingtypes. We hadden ongeveer evenveel ouders met een kind op het VMBO, de Havo en het VWO. Wat ik jammer vond, was dat het vooral de moeders waren die de vragenlijst hadden ingevuld. Het zou namelijk kunnen dat vaders anders tegen de conflicten aankijken.

Heel opmerkelijk vond ik dat ‘sex, drugs en rock& roll’, wat in de media vaak wordt beschreven als de grootse bron van conflicten tussen pubers en hun ouders, absoluut niet de grootste problemen leken te geven. Het is mooi dat dat er uit komt.’

Waarom?

‘Ik vind dat de media ten onrechte veel aandacht besteedt aan alcoholexcessen bij jongeren. Ze zouden eens moeten focussen op de alledaagse ruzies – computeren, opruimen, bedtijd, huishoudelijk taken, huiswerk etc – die vaak veel meer gesodemieter opleveren. Ik ben er van overtuigd dat een groot deel van de alcoholproblemen van kinderen in verband kan worden gebracht met dit soort conflicten. Het zou dus goed zijn als we ons wat meer gingen richten op hoe je dit soort conflicten enigszins binnen de perken zou kunnen houden.’

Uit het onderzoek blijkt dat VMBO-leerlingen de meeste conflicten hebben met hun ouders. Heeft u enig idee hoe dat komt?

‘Ouders van VMBO-leerlingen verkeren vaker in een sociale achterstandssituatie. En als je leeft in minder rooskleurige omstandigheden is het logisch dat je sneller ruzie krijgt. Daarnaast is het ook zo dat VMBO-leerlingen vaker beroerde rolmodellen hebben. Wat dat betreft is er sprake van een grote ongelijkheid.’

Maar het zijn met name de ouders van VWO-leerlingen die vinden dat zij geregeld in gebreke blijven als het gaat om de opvoeding. Zo geven ze vaker dan andere ouders aan dat zij de mening van het kind niet genoeg respecteren, geheimen niet altijd bewaren, niet altijd meeleven met successen en meevallers en niet altijd genoeg aandacht besteden  aan verjaardagen en andere belangrijke data van het kind. Heeft u daar een verklaring voor?

Nee,  maar ik heb wel een vermoeden waar het aan zou kunnen liggen. Een van de verklaringen zou kunnen zijn dat ouders van vwo-leerlingen meer aan zelfreflectie doen. Met andere woorden, dat zij kritischer naar zichzelf durven te kijken. Wat ook zou kunnen spelen is dat ouders van VWO-leerlingen vaker beroepsmatige verplichtingen hebben waardoor ze gewoon minder beschikbaar zijn voor hun kinderen. Ik vind dat wel iets wat we verder zouden moeten uitzoeken. Wij horen van scholen namelijk soortgelijke geluiden; dat de betrokkenheid van de hoogst- en de laagst opgeleide ouders veel minder is dan die van de middenklasse.’

Hoe zit het met de verschillen tussen jongens en meisjes? Zijn jongens lastiger, zoals vaak beweerd wordt?

‘Het is inderdaad waar dat nogal wat ouders beweren dat jongens lastiger op te voeden zijn dan meisjes. Maar als je naar de resultaten kijkt zie je dat meisjes niet minder conflicten hebben dan jongens. Wél is het zo dat ze over andere dingen ruzie maken. Bij jongens gaat het vaker over roken en drugsgebruik en over schoolprestaties. Bij meisjes gaat het meer om zaken als vervoer – hoe kom je naar huis na het uitgaan – of over het toch doorvertellen van iets waarvan de ouder had beloofd om het voor zich te houden. Dat laatste vind ik overigens wel een heel belangrijk punt. Er is echt niets beroerders ten opzichte van je kind, dan het niet nakomen van een belofte. En dat geldt niet alleen voor het niet doorvertellen van geheimen, maar ook voor andere afspraken. Helaas is dat iets dat vanwege onze overvolle agenda’s vaker gebeurt dan goed is.’

Is pubers opvoeden moeilijk?

‘Ik vond het bij mijn eigen drie kinderen  wel lastiger dan in de periode daarvoor. Kinderen in de basisschoolleeftijd doen meestal wel wat je ze vraagt. Bij pubers is dat minder vanzelfsprekend. Het schijnt ook zo te zijn dat pubers bepaalde signalen minder goed oppikken. Een kind van 10 en een kind van 24 coderen het verdriet van een ander echt als verdriet. Maar een kind in de tussenliggende leeftijd codeert verdriet soms als boosheid en reageert daar zelf dus ook boos op. Dan krijg je een behoorlijk misverstand.

Maar hoe lastig ook,  ik denk dat je moet proberen om het niet te zien als iets bedreigends maar meer als een uitdaging waarbij je steeds op zoek gaat naar een manier waarop je het beste met een gegeven situatie kunt omgaan. Dat kost wél veel tijd. Toen een van mijn kinderen niet zo goed ging op school heb ik me daar heel intensief mee bemoeid. Alle beslissingen namen wij in die periode samen –ik vind dat van cruciaal belang bij pubers. Maar dat hield wél in dat hij me af en toe iets mailde waar ik meteen op moest reageren, ook als het me niet goed uitkwam. Op dat moment realiseerde ik me meer dan ooit dat je echt ruimte voor je kinderen moet maken, zeker in deze periode. Er is ooit iemand geweest die voorstelde om ouders puberverlof te geven. Daar zit best wat in vind ik.’

Kader

 De keuzes van René Diekstra

 Eigen verantwoordelijkheid of sociale controle?

‘Positieve sociale controle. Dat stimuleert namelijk de eigen verantwoordelijkheid van het kind.’

Opvoeding thuis of opvoeding op school?

‘Opvoeden is in belangrijke mate een kwestie van organiseren. Er lopen verschillende opvoeders rond – thuis en op school. Daarom is het cruciaal dat je informatie uitwisselt.’

Zorgende vader of werkende vader?

‘Hmmm,…..Toen aan Freud werd gevraagd “Professor, wat moet een mens kunnen?” antwoordde hij: “liefhebben en werken”. In navolging van Freud zeg ik nu ook:  liefhebben en werken.’

 Lukt dat? ‘Er is een periode in mijn leven geweest waarin het omgekeerd was; ik was meer werkend dan zorgend. Daar ben ik overigens niet trots op. Gelukkig heb ik ingezien dat ik misschien wel mooie verhalen kon schrijven over hoe het allemaal moest, maar dat ik ook maar eens moest laten zien hoe ik het zelf deed. Sindsdien – zo’n tien jaar – zit ik meer in de ‘realtiekamer’’

Groot feest of intiem diner?

‘Een intiem gesprek op een groot feest.’

Deel dit artikel

Eén reactie

  1. Hallo. Mijn dochter zit in de brugklas. Is super erg aan het puberen. Ze stelt haar doelen bij naar beneden. Gymnasium naar Atheneum maar ze schiet zelfs atheneum voorbij….en de kans dat er Havo uitkomt is wankel….zelf ziet ze het niet en zegt ze we hebben nog tijd zat…het is bijna november…februari wordt al besproken op school wel of geen gymnasium. Wij zitten in oneindige discussies. En ik krijg geen beweging in mijn dochter. Ze was de ijverigste nog maar kort geleden op de basisschool. Ze mocht heel groep 8 iedere woensdag naar de verrijkingsklassen op het voortgezet de 2 beste scholen. En ze genoot van al die vakken als grieks, latijn, filosofie, mythelogie….ze kwam met mooie en goede argumenten thuis….en ze werkte hard. Ze had zelfs uitgezocht op de websites welke profielen ze kon kiezen als ze arts in het ziekenhuis wilde worden en ze belde om informatie…ze kon niet genoeg krijgen van de open avonden al vanaf groep 7 en overal deed ze fanatiek mee. De opdrachtjes voerde ze goed uit….en nu???? Wil ze atheneum….maar haar werkhouding haalt ze misschien havo niet
    eens…..dingen aannemen doet ze niet….frustrerend is dat! Heeft u tips of
    hulp hiervoor?? De tijd dringt…ik ben bang dat als ze lager gaat dat ze zich enorm gaat vervelen op de havo en dat ze daarna verder afgleidt.

    Ze is zo laconiek…en de reactie die eruit komt is…zo frustrerend…ja ja ik doe wel maar op mijn manier…en ik heb genoeg tijd voor het advies naar 2e klas….

    Met vriendelijke groet,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u