Hoe duivels zijn onze engeltjes?

JM augustus 2006

De 11-jarige Simon laat triomfantelijk een zak snoep zien die hij gejat heeft in de winkel. “Nu kan het nog, ze letten pas op je als je twaalf bent. Nu denken ze nog dat ik lief ben. Ha-ha! Dat ben ik helemaal niet, maar ik kan goed doen alsof” De tienjarige Dewi weet ook hoe je ‘ze’ om je pink moet winden. Gniffelend en lachend legt ze aan haar vriendin uit hoe ze haar moeder zo ver krijgt om een bepaalde broek voor haar te kopen.  Ze vraag het een paar keer heel lief, zegt daarna hoe lief haar moeder is en zegt vervolgens heel braaf dat ze gaat sparen voor de broek. Uiteindelijk zegt haar moeder: ‘pak je jas, we gaan die broek kopen’. De vriendin vindt het een geweldig verhaal en vertelt enthousiast hoe zij dit soort zaken altijd aanpakt. Ze roept daarna vrolijk : wij zijn slecht, wij zijn slecht, wij zijn lekker slecht!

Deze opvallende observaties van kinderen die met trots hun eigen doortraptheid tentoonspreiden zijn afkomstig van de antropoloog Suzanne Kuik. Zij onderzocht namelijk  in welke mate kinderen zichzelf een bepaalde slechtheid toedichten. Opvallend was dat de kinderen eigenlijk heel dubbel waren in hoe ze zich zelf beoordeelden. Want hoewel ze aan de ene kant met trots vertellen hoe sluw ze zijn, beweren ze aan de andere kant met de grootste stelligheid de goedheid zelve te zijn.  Zo bleken de kinderen in een gesprek met Kuik over de Kosovo-crisis te zweren bij de goedheid, de onschuld en de onwetendheid van het kind. Nooit zouden, zij, de kinderen, het tot een oorlog laten komen. Vechten om land? Zij zouden het geven aan wie het nodig had. Iemand doodslaan? Nooit! Dat doen alleen volwassenen.  Maar als Kuik een klas kinderen vraagt hoe de wereld er uit zou zien als er alleen maar kinderen zouden wonen, wisselen ze het onschuldige en positieve beeld met het grootste gemak weer om in het negatieve beeld.  Kuik: “De kinderen zeiden eigenlijk dat het een totale chaos zou worden. Ze zouden niet meer naar elkaar luisteren, ze zouden van alles vernielen –  ‘kinderen maken nou eenmaal graag dingen kapot’, zo zeiden ze- en om de zaak in de hand te houden zouden ze een speciale kinderpolitie in het leven roepen. Maar omdat niemand daar naar zou luisteren, zouden er bendes komen die met geweld de boel in bedwang zouden moeten  houden. Het klonk echt als een zware militaire dictatuur”.

Wat moet je nou maken van deze tegenstrijdige beelden? Zijn kinderen nou engeltjes of zijn het duivels?

Geboren galbakken

Volgens Midas Dekkers is het een eenvoudige zaak. Sommige kinderen worden gewoon geboren als ‘galbakken’ zoals hij het noemt en anderen niet. Dat is volgens hem een erfelijke kwestie waar niets aan te doen is. Dekkers schrijft daarover in zijn boek ‘De Larf’: “Menig ouder merkt dat het kind, alle opvoeding ten spijt een etter blijft. Je doet je best, je leest erover, je offert je halve leven aan hem op en toch blijft een galbak een galbak. Daarvoor hoeft er niets te zijn misgegaan in de opvoeding.”

Maar daar is niet iedereen het mee eens. Wie de krantenkoppen in de westerse wereld er op naslaat krijgt de indruk dat het merendeel van de kinderen etterbakken zijn. Niet van nature, zoals Dekkers beweert, maar omdat hun ouders te beroerd zijn om ze goed op te voeden. ‘Kids aren’t all right’ kopt de Australische krant ‘The weekend Australian’ op 29 oktober 2005. Onder de kop staat een afbeelding van een vader en een moeder, geknield op handen en voeten, met een hondenriem om hun nek. Op hun gebogen ruggen staat een kind met een zweep in de hand. In april 2005 heeft het Duitse tijdschrift ‘Stern’ een vergelijkbare cover: ‘Die kleinen Tyrannen. Wie kinder ihre Eltern dressieren und wie Mütter und Väter kontern können’ (Hoe kinderen hun ouders dresseren en hoe vaders en moeders het tij kunnen keren). Boven deze schreeuwende kop is een plaatje te zien van twee ouders die geknield zitten op een krukje waar normaalgesproken circusleeuwen op staan. Daarnaast staat een kind met een dompteurzweep en een opgeheven vingertje. Iets genuanceerder maar ook enigszins vergelijkbaar is een kop in het NRC-Handelsblad aan het begin van dit jaar: ‘Onze maatschappij is vervelend, daarom gedragen kinderen en hun ouders zich slecht’. Daaronder een plaatje van een kind met een honkbalknuppel en een scheef petje dat dreigend op een bange ouder afloopt.

Nou is het geklaag over ouders en hun vervelende kinderen op zich niet iets nieuws. Al eeuwen lang krijgen vaders en moeders te horen dat ze te slap zijn tegen hun kroost. Zo schrijft de in 427 vóór Christus geboren Griekse filosoof Plato dat er in de ‘moderne’ democratische Griekse samenleving van toen, al geen respect meer was voor de ouderen. Vaders doen volgens hem hun uiterste best om bij hun kinderen in de smaak te vallen door ze in alles gelijk te geven en ze nooit een strobreed in de weg te leggen. Hij vond het dan ook geen wonder dat ze ‘opgejaagd door hun ongehoorzame genitaliën’ opgroeiden voor galg en rad. Een ander voorbeeld stamt uit 1612.  In dat jaar maakte de Vlaamse schilder David Vinckboons  al een gravure die ‘Arme ouders, rijke kinderen’ heet. In het bijschrift van deze gravure waarschuwt Vinckboons tegen het gevaar dat ouders slaaf van hun kinderen worden. Hij zegt, vrij vertaald, dat als ouders hun kinderen alles geven – liefde aandacht, geschenken – en nooit iets terug vragen, de kinderen op den duur geen ontzag meer zullen hebben voor hun ouders en niet meer voor ze zullen zorgen als zij oud en hulbehoevend zijn.

Het is dus van alle tijden dat gemopper op ouders. Maar is de kous daar mee af? Ja en nee. Het blijft interessant om te kijken waar het huidige negatieve beeld vandaan komt. Pedagoog Emmeliek Boost van de Opvoeddesk te Naarden  ziet de huidige roep om een strengere opvoeding als onderdeel van een golfbeweging waarin positieve en negatieve kindbeelden elkaar afwisselen als gevolg van verschillende opvoedstijlen die voortdurend door een volgende generatie gecorrigeerd worden. Zij geeft een voorbeeld:  “Voor de Tweede Wereld Oorlog was het bijvoorbeeld  heel gebruikelijk om je kinderen autoritair op te voeden. Op zich leidt dat tot een hele overzichtelijke samenleving waarvan je je best kunt voorstellen dat het zijn voordelen heeft. Maar het leidt er ook toe dat je een maatschappij creëert waarin mensen niet goed geleerd hebben om zelf na te denken. En in de Tweede Wereld Oorlog hebben we kunnen zien waar deze gezagsgetrouwe opvoeding toe kon leiden.”

Als reactie op de oorlog ontstond volgens Boost de wens om kinderen anti autoritair op te voeden. Deze manier van opvoeden beleefde een hoogtepunt in de jaren ’70. In die tijd was het ‘bon ton’ om juist het kind meer op een voetstuk te plaatsen en je als ouder te laten leiden door respect voor de natuurlijke impulsen van je kind. Dit romantisch beeld was niet helemaal nieuw; al sinds de zeventiende eeuw werd het ‘kind zijn’ meer en meer verheerlijkt. Lange tijd was deze manier van denken alleen voor de rijken weggelegd. Maar toen na de tweede wereldoorlog de welvaart toenam en kinderen niet meer hoefden mee te werken in het bedrijf van hun ouders, kregen ook de minder bedeelde kinderen de gelegenheid om echt kind  te zijn. De theorieën over het pure en onschuldige kind en de ruimte die het nodig had om zich optimaal te ontwikkelen, vielen daarmee dus in een vruchtbare bodem.

De pedagoge Lea Dasberg was een van de eersten die stelde dat deze trend was doorgeslagen. In haar in 1975 uitgegeven boek ‘Grootbrengen door kleinhouden’ zegt ze dat jongeren teveel afgeschermd worden van de harde werkelijkheid. Ze leven als het ware in een aparte wereld, door Dasberg ook wel  ‘Jeugdland’ genoemd. Hierdoor worden ze klein gehouden en zijn ze niet meer opgewassen tegen de ellende van het ‘echte’ leven Vele anderen volgden Dasberg in haar kritiek en drijven ook vandaag de dag nog de spot met volwassenen die dol zijn op knuffels en rondlopen met vrolijke rugzakjes. Die Harry Potter verslinden en niet genoeg krijgen van fabels zoals ‘The lord of the rings’. Die zich aantrekkelijk proberen te maken door te zeggen dat ze ‘eigenlijk nog altijd kind zijn gebleven’ of  ‘in hun hart nog steeds dat meisje van veertien’. Maar doordat volwassenen zich zo ontzettend zijn gaan identificeren met kinderen, is opvoeden een stuk moeilijker geworden. Want tot wat voedt je  kinderen op als ‘volwassen zijn’ niet meer in zwang is?.

Volgens hoogleraar gezinssociologie Christien Brinkgreve wordt  het door Dasberg genoemde ‘Jeugdland’ in stand gehouden omdat er een algemeen geldende opvatting is dat de kindertijd een zorgeloze tijd moet zijn. Daarnaast willen veel ouders goedmaken wat ze zelf te kort zijn gekomen. Ze willen dat hun kinderen het beter hebben op materieel vlak, dat ze lekkerder in hun vel zitten en dat ze het (nog) beter doen op school. Er is dan ook heel veel ruimte voor wensen en gevoelens van kinderen. Ouders doen heel erg hun best om zich zo veel mogelijk in het kind te verplaatsten en zijn bang om hun kinderen te kwetsen.

De angst om de liefde van het kind te verliezen leidt volgens pedagoog Emmeliek Boost tot een opvoedstijl waarin eindeloos wordt onderhandeld. Boost:  “Maar kinderen gedijen eigenlijk het beste als je liefdevol en met respect voor hun eigenheid en wensen je gezag uitoefent. Het onderhandelen beperkt zich slechts tot de details. Schiet je daar in door dan creëer je inderdaad de veelgenoemde monsters”

Opvoeden loont

Als Boost zegt dat je monsters ‘creëert’ gaat ze er dan van uit dat kinderen van nature goed zijn?.  “Ja, persoonlijk geloof ik dat kinderen niet met een slechte inborst geboren worden. Wel kan er al in een vroeg stadium,  tijdens de zwangerschap of na de bevalling of wellicht nog wat later, iets mis zijn gegaan waardoor kinderen kunnen ontsporen. Verder speelt het karakter van een kind ook een rol. Het ene kind komt als een zonnetje op de wereld, lacht iedereen toe en krijgt automatisch vriendelijke reacties. Een ander heeft misschien een wat moeilijker temperament, huilt veel en is minder ontvankelijk voor jouw aanpak. Het trieste is dat deze kinderen daardoor niet de reacties krijgen die gemakkelijk toegankelijke kinderen zo vanzelfsprekend ontvangen. Ze kunnen daardoor in een negatieve spiraal terecht komen.

Maar of een kind  nu een makkelijk of moeilijk karakter heeft,  het móet leren zijn driften en natuurlijke impulsen te beheersen. Dat doe je door grenzen te stellen aan de wensen of behoeften van kinderen en af en toe ‘nee’ verkopen. Dat geldt zowel voor materiele zaken als voor het geven van aandacht. Doe je dat niet dan haal je het duivelse in je kind naar boven. Dat kan zo ver gaan dat je puber tegen je zegt: “jij hebt me toch zo graag gewild, jij wilt toch dat ik een goede CV heb, betaal die dure privé school dan!”

U bent gewaarschuwd!

Kader

Pesten

Als een kind van nature goed is, waar komt Pesten dan vandaan? Boost: “Ik denk dat pesten te maken heeft met een soort ‘slechtheid’ die bijna onuitroeibaar lijkt. Pesten is zo oud als de bijbel en er zijn maar weinig culturen bekend waar pesten niet voorkomt. In de op competitiegerichte westerse samenleving blijkt de pestproblematiek niet alleen bij kinderen maar ook bij volwassenen op het werk een schrijnend probleem te zijn. Mensen willen graag macht over een ander kunnen uitoefenen. Dat houdt meestal verband met angst en  onzekerheid. Het treurige is dat pesten vaak loont. Mensen die gepest worden, voelen zich bedreigd en worden bang. Daarmee wordt het machtsgevoel van de pester bevestigd. En dat doet zijn onzekerheid weer afnemen.”

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u