Gillen als een meisje

JM maart 2007

Aangeboren sekseverschillen al vroeg meetbaar

Lange tijd – we hebben het over de jaren ’60, ‘70’en ’80 – werd het als iets vanzelfsprekends gezien:  hoe een kind zich uiteindelijk gedroeg, werd puur en alleen bepaald door de opvoeding die het kreeg. Simpel gezegd: als je meisjes van jongs af aan maar genoeg auto-tjes gaf om mee te spelen en stimuleerde om wilde en competitieve spelletjes te spelen, dan gingen ze zich vanzelf als stereotype jongens gedragen. Omgekeerd gold natuurlijk dat als je jongens maar genoeg zou aanmoedigen om met poppen te spelen en hun zorgzame gedrag zou belonen, zij heel meisjesachtig zouden worden.

Deze theorie, die in 1955 bekend werd als de Pygmalion theorie van John Money werd in begin van de jaren 70 op vrij gruwelijk manier weerlegd – althans, zo zou later blijken. Toen de drie maanden oude baby John besneden werd, raakte  per vergissing zijn piemel volledig verminkt. Op advies van Money werd het jongetje toen maar helemaal gecastreerd en omgebouwd en opgevoed als een meisje. En zo veranderde  John in Joan. Volgens Money zelf – en vele met hem – bleek deze ingreep een groot succes en toonde het aan dat hij het met zijn Pygmaliontheorie bij het rechte eind had. Totdat  een van de tegenstanders van deze theorie in 1991 eindelijk in contact kwam met Joan. Wat bleek: Joan was sinds de puberteit weer John geworden omdat hij zich verschrikkelijk ongelukkig had gevoeld als zogenaamde vrouw. Dat was hij niet en dat werd hij niet.

Sinds de jaren 90 is het niet meer zo’n groot taboe om over de aangeboren verschillen tussen mannen en vrouwen te praten. Sterker nog, er is momenteel genoeg bewijs geleverd dat die verschillen er zijn. Onderstaande tabel geeft duidelijk aan waar die verschillen zitten:

Tabel

KARAKTERTREKKEN MEER ONTWIKKELD BIJ

 

VERSCHIL MET ANDERE   GESLACHT
Cognitieve   vaardigheden    
Ruimtelijk inzicht: oriëntatie mannen groot
Ruimtelijk inzicht: mikken mannen groot
Taalvaardigheden: beheersing van de taal vrouwen klein tot matig
Taalvaardigheden: geheugen vrouwen gemiddeld
Snelheid en nauwkeurigheid van waarneming vrouwen klein tot matig
Persoonlijkheidstrekken    
Sensatiegericht mannen matig tot groot
agressie mannen groot
Neiging tot koesteren en verzorgen, empathisch vermogen vrouwen gemiddeld
Belangstelling voor baby’s vrouwen matig tot groot
Spelgedrag    
Voorkeur voor jongensspelletjes mannen zeer groot verschil
Voorkeur voor meisjesspelletjes vrouwen zeer groot verschil
Voorkeur voor jongens als speelkameraad mannen zeer groot verschil
Voorkeur voor meisjes als speelkameraad vrouwen zeer groot verschil

 

Minimacho

De ontwikkelingspsycholoog’s Cornelieke van de Beek wilde weten of dit seksespecifiek gedrag zich ook al op hele jonge leeftijd voordoet. Daarvoor liet zij 156 kinderen van 13 maanden oud los in een ruimte waarin om hen heen, in een halve maan, speelgoed werd neergelegd. Om en om werd er typisch meisjes speelgoed neergelegd, zoals  een pop in een wieg en een theeserviesje, typisch jongens speelgoed zoals auto’s en gereedschap en neutraal speelgoed zoals een plastic hondje dat kan rijden en een toren met gekleurde ringen.

Vervolgens werd gemeten hoe vaak de kinderen het verschillende speelgoed aanraakten. Wat bleek: de jongens raakten significant vaker het jongensspeelgoed aan en de meisjes vaker het meisjesspeelgoed. Het neutrale speelgoed werd door de jongens en meisjes even vaak aangeraakt.

Nou zou je kunnen denken dat de meisjes het meisjesspeelgoed en de jongens het jongensspeelgoed meer aanraakten omdat ze het herkenden. Het is nou eenmaal vaak zo dat  ouders al van jongs af aan seksestereotiep speelgoed kopen voor hun kinderen. Maar deze mogelijke verklaring voor het voorkeursgedrag van de jongens en meisjes wordt door van de Beek weggenomen. “Het experiment is ook gedaan bij jonge apen en dat leverde dezelfde resultaten op. En dat is wel veelzeggend als je je bedenkt dat die apen nooit in contact zijn geweest met speelgoed.”

 

Zijn die verschillen tussen de seksen te verklaren? Volgens van de Beek zijn daar meerdere theorieën over. Een daarvan is een evolutieachtige verklaring. Van oudsher zijn de mannen de jagers en blijven de vrouwen in de groep om voor de kinderen te zorgen. Om het contact met de groepsgenoten goed te houden is het voor vrouwen belangrijk om snel de emoties van een ander te kunnen interpreteren. Vrouwen met deze gave zijn beter in staat om te overleven binnen een groep en dus zal deze eigenschap –geheel volgens de theorie van Darwin –  doorgegeven worden aan de volgende generatie vrouwen. Omgekeerd geldt dat het voor mannen bijvoorbeeld heel handig is om goed te kunnen mikken – des te grote is de kans dat je thuiskomt met een of ander wild dier.

Wat volgens van de Beek ook speelt is dat de verschillen tussen jongens en meisjes worden uitvergroot door de omgeving. Dus als een meisjes zich bijvoorbeeld koket gedraagt en probeert om haar vader om haar kleine pink te winden, is de kans groot dat de vader zal gaan lachen, iets uitroept in de trant van, ‘kijk de kleine kokette Katinka’ en haar verzoek inwilligt. Dat stimuleert het meisje dan weer om zich de volgende keer opnieuw als een verleidelijk dametje op te stellen. Ondertussen is de kans groot dat als een jongen vergelijkbaar gedrag vertoont, het minder snel door de vader wordt opgepikt, omdat dit soort gedrag nou eenmaal niet echt bij jongens ‘past’. Een ander voorbeeld is het  jongetje dat zijn vader een keer uitlokt om een potje met hem te stoeien. De vader denkt dan, ‘hé dat vind mijn zoon leuk’, en zal de volgende keer zelf zijn zoon uitdagen om een robbertje te vechten. En zo wordt het vechtlustige gedrag van de zoon versterkt. Ook hier geldt dat de kans groot is dat ditzelfde gedrag van een meisjes niet zo snel wordt opgepikt en uitvergroot.

jongensmeisjes

Bij al  de verklaringen voor de  inmiddels ‘officieel’ erkende verschillen tussen jongens en meisjes is het wel steeds van belang om in het achterhoofd te houden dat het hier om gemiddelde verschillen gaat. Op individueel niveau kunnen de verschillen veel minder zijn. Zo heb je jongensachtige meisjes en meisjesachtige jongens en alles wat daar links en rechts van zit.

Cornelieke van de Beek wilde ook graag weten waar deze verschillen binnen het eigen geslacht vandaan kwamen en onderzocht of dit niet iets te maken zou kunnen hebben met de mate waarin ongeboren baby’s worden blootgesteld aan het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Uit onderzoek blijkt namelijk dat meisjes die, vanwege een bepaalde enzymafwijking (CAH), in de baarmoeder aan veel meer testosteron worden blootgesteld dan gemiddeld, veel jongensachtiger gedrag vertonen. Ze houden meer van jongensspeelgoed en jongensspelletjes, hun ruimtelijk inzicht is beter, ze zijn minder empathisch  en zijn vaker lesbisch.

Nou worden meisjes zonder CAH afwijking aan minder testosteron blootgesteld, maar hoevéél minder verschilt per kind. En ook bij jongens geldt dat de ene jongen meer van dit mannelijke geslachtshormoon heeft dan de ander. Nu blijkt uit het onderzoek van Van de Beek dat ‘gewone’ meisjes die als foetus aan méér testosteron blootgesteld zijn, ook jongensachtiger speelgedrag vertonen als ze twee en een half jaar oud zijn. “Het zijn niet zulke sterke effecten, zolas bij de CAH afwijking,  maar ze zijn er wel”, zegt Van de Beek. Terloops noemt ze nog een ander, interessant effect dat werd gevonden bij Amerikaans onderzoek. Zo blijken de wat jongensachtigere meisjes minder ontvankelijk te zijn voor aanmoedigingen van anderen om zich meer vrouwelijk te gedragen. Simpel gezegd: een meisje dat aan meer testosteron is blootgesteld is moeilijker over te halen om een rok aan te trekken.

Een versterking van dit effect maakte J/M-lezeres Hannie Greve mee toen haar stoere vierjarige dochter haar smeekte om met haar in de  achtbaan te gaan. Zichzelf vermannend stapte Greve in waarop haar dochter haar streng toesprak: ‘en nu niet gaan gillen als een meisje mam!’

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u