Een beetje geloven

JM mei 2005

Hoe voed je kinderen op in een tijd waarin alle kaders zijn weggevallen?

Over het teruggrijpen op een religieus verleden en het  ‘rondshoppen’ in de multiculturele samenleving.

Wie op een willekeurige zondag een willekeurige kerk binnenwandelt zal hoogstwaarschijnlijk een hoop grijze koppen zien. Nederlandse kerken zijn sinds de jaren ‘60 flink leeggelopen. Massaal keerde de ‘moderne’ generatie zich af van alles wat met geloof en tradities  te maken had. Tegelijkertijd groeide het geloof in de economie en de exacte wetenschap.

Uitgaand van deze ontwikkelingen zijn de bevindingen van het Nijmeegse onderzoeksbureau Kaski des te opmerkelijker.  Uit hun onderzoek ‘Religie als sociaal kapitaal’ (oktober 2003) blijkt namelijk dat:

  • 72% van de Nederlandse bevolking  religie in de privé-sfeer belangrijk vindt.
  • 72% denkt dat religie een rol kan spelen bij de opvoeding van de kinderen – met name in moreel opzicht –  en dat het verder een rol kan spelen  bij belangrijke momenten in het leven zoals geboorte en overlijden.
  • 63% denkt dat  religie ook heel belangrijk is voor het behoud van normen en waarden in de samenleving, dat het goede rituelen biedt bij rampen, herdenkingen en feesten en dat het ons zou  kunnen leren hoe we goed moeten samenleven.
  • bijna driekwart van de ondervraagden  vindt dat de overheid financieel moet bijspringen als parochies en andere kerkelijke gemeenschappen op financieel vlak hun hoofd niet meer boven water kunnen houden.

We zijn dus misschien wel religieuzer dan iedereen zou vermoeden.  Hoe het ook zij, er is heel veel veranderd sinds het begin van de ontzuiling in de jaren ‘60. Want niet alleen hebben mensen in grote getale de kerk en veel van haar tradities de rug toegekeerd, er zijn tegelijkertijd een hoop nieuwe religies en andere culturen met bijbehorende tradities bijgekomen. De vraag is op welke manier deze ontwikkeling van invloed is op de opvoeding van kinderen.

Siebren Miedema, hoogleraar Algemene Pedagogiek en Godsdienstpedagogiek aan de VU in Amsterdam, vat het kernachtig samen. “Vroeger had je als het ware een standaardbiografie. Daar bedoel ik mee dat het bij je geboorte min of meer vaststond hoe je leven er uit zou komen te zien. Je trouwde in principe met iemand uit je eigen zuil, ging afhankelijk van de status van het gezin wel of niet studeren, en voedde je kinderen op in de tradities van je zuil. Nu er geen zuilen meer zijn, zijn deze vanzelfsprekendheden weggevallen. De standaardbiografie wordt dus een keuzebiografie. Je moet dan bij al je vragen over het leven, zelf op zoek gaan naar een antwoord in plaats van gewoon af te gaan op hoe er in jouw zuil gedacht wordt over de vraag in kwestie. Met andere woorden, er wordt een groter beroep gedaan op je eigen ‘identiteitsconstructie’. Bij de opvoeding komt dat neer op vragen als ‘wie ben ik als opvoeder?’, ‘wanneer beschouw ik de opvoeding van mijn kinderen als geslaagd?’, ‘wat verstaat men in mijn vriendenkring onder een goede opvoeding?’. Heb je dat eenmaal voor je zelf bepaald als ouder, dan is het weer de vraag wat je kinderen van die opvoeding zullen meenemen.  In onze multiculturele samenleving brengen kinderen soms een groot deel van de dag door in een andere cultuur dan de cultuur waarin zij thuis worden opgevoed. Leef je in twee van die verschillende werelden dan is het lastig om je eigen identiteit te bepalen. Je moet voortdurend keuzes maken. Dit probleem kom je veel tegen bij allochtone jongeren bijvoorbeeld. Aan de ene kant worden zij vaak streng religieus opgevoed en aan de andere kant moeten zij omgaan met de lossere omgangvormen in de Nederlandse samenleving. Probeer daar als kind of jongere maar eens chocola van te maken.”

 

Door die enorme complexiteit van de samenleving is het misschien niet zo gek dat steeds meer mensen weer gaan verlangen naar duidelijkheid en vastigheid.. Miedema: “Het zou me niet verbazen als de jongere generatie weer een stuk orthodoxer gaat worden. Dat die eigenlijk weer op eigen wijze en op eigen kracht gaat binnenhalen, wat wij in de jaren ’60 overboord hebben gegooid. Er lijkt een eind te komen aan het ver doorgeschoten individualisme van de afgelopen jaren. We zijn er financieel flink op vooruit gegaan. We hebben onze lusten bevredigd maar nog zijn we niet helemaal tevreden. Het is niet voor niets dat de discussie over normen en waarden nu weer op gang komt. Mensen zoeken naar houvast, naar manieren en rituelen om hun leven meer zin te geven. Er mag weer voorzichtig gepraat worden over religie. Zo hoorde ik Paul Rosenmöller laatst zeggen dat hij zijn kinderen de kinderbijbel voorleest. Dat had hij  tien jaar geleden niet moeten doen. ”

Henk Leegte, een jonge dominee van Doopgezinde kerk in Amsterdam bespeurt deze trend ook. “Ik wordt steeds vaker benaderd door jonge mensen die het gevoel hebben dat er meer te koop is in het leven dan veel geld verdienen en veel geld uitgeven. Ik had laatst een ouderpaar die tegen mij zei dat er  toch meer moest zijn in de opvoeding dan alleen maar het bekende zinnetje ‘omdat ik het zeg’. In zo’n geval wijs ik vaak op de mogelijkheid om rituelen in te bouwen. Je kunt er bijvoorbeeld een gewoonte van maken om voor het slapengaan de dag nog even door te nemen met je kind. Dat gesprekje kun je eventueel weer afsluiten met een gebed of een liedje. Ik ken een gezin dat dit zo jaren heeft gedaan. Tijdens de puberteit kwam daar de klad in maar toen een van de kinderen het een poosje wat moeilijker had, bleek die oude traditie een goede manier om die problemen bespreekbaar te maken.”

Ook de van oorsprong joodse journalist en schrijver Leon Wieseltier bleek veel baat te hebben bij het oppakken van de oude Joodse tradities toen hij na de dood van zijn vader niet meer zo goed wist waar hij het zoeken moest. Hij ging ‘Kaddisj zeggen’ een gebed voor de doden dat hij gedurende elf maanden drie keer per dag opzei in de Synagoge.  Deze ervaring hielp hem zijn verdriet te verwerken en deed hem daarmee beseffen wat het belang is van een religieuze traditie. Hij besloot daarom ook weer de sabbat in ere te herstellen. Dat was  voor hem een goede manier om te ontsnappen aan ‘de dagelijkse krankzinnigheid en de algehele jachtigheid’ van het leven. Dat hij voor de bestaande Joodse traditie koos was een bewuste keuze. Want Wieseltier zegt gek te worden van de neiging van veel mensen om van alle geloven en tradities datgene te pakken wat je wel aanstaat. “Je maakt van het leven  op die manier een soort uitdragerij. Je harkt van alles bij elkaar zonder dat er een samenhang ontstaat. Daarmee worden onze  krachten non-stop versnipperd.”

 

Die ‘uitdragerij van godsdiensten’ is iets wat Alma Lanser, docent godsdienstpedagogiek aan de VU, vaak terugziet bij ouders die niet gelovig (meer) zijn maar hun kinderen wel graag iets willen bijbrengen over de verschillende geloofsovertuigingen. “Ouders zijn als het om godsdienst gaat opeens heel erg bang om hun kind te indoctrineren. Ze willen kinderen aan allerlei religies laten ‘snuffelen’ maar willen dat ze uiteindelijk zelf kiezen welk geloof ze al dan niet gaan aanhangen.  Dat verbaast mij altijd enigszins. Alsof de hele opvoeding niet een grote indoctrinatie is. Bij andere kwesties laat je ze toch ook niet aan van alles snuffelen?”

Ook Siebren Miedema is van mening dat kinderen niet gebaat zijn bij een te vrijblijvende houding. Sterker nog, hij vindt zelfs dat kinderen recht hebben op religie. “Je moet kinderen ‘voorleven’ wat jij betekenisvol vindt, niet alleen laten zien wat er is. Die betrokkenheid is iets waar ze wat aan hebben. Is die er niet, dan laat je ze feitelijk helemaal niets zien.”

Dat mensen moeite hebben om zich voor een bepaalde godsdienst uit te spreken snapt dominee Henk Leegte best. “Er zijn inderdaad een heleboel religies die een heleboel wijsheden bevatten. Maar je moet volgens mij toch een keuze maken. Je kan niet over zingeving of over god – wat dat ook voor iemand mag betekenen – praten in een vacuüm. En als je dan toch moet kiezen, kies dan voor iets dichtbij huis, zou ik zeggen. Ik heb soms wel eens het gevoel dat veel mensen denken dat het bij de buren altijd beter is. Maar zoals een bewonderaar van het Boeddhisme onlangs tegen mij zei na een reisje in Tibet: ‘ook daar maken ze er vaak een potje van.’ ” Wat volgens Leegte verder een rol speelt bij die angst om keuzes te maken is dat mensen bang zijn dat als ze zich uitspreken vóór het ene geloof ze zich uitspreken tégen het andere geloof.  “En dat is iets wat heel gevoelig ligt in een land waarin veel ouders ‘respect voor anderen’ heel hoog in het opvoedvaandel hebben staan.”

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u