Schaam je niet voor bijles op de basisschool

JM juni 2009

In een recent rapport van de Onderwijsraad staat dat je als Nederlands kind in het onderwijs beter af bent als je een relatief laag niveau hebt dan als je een wat hoger niveau hebt. Om te voorkomen dat hun kind hier de dupe van wordt, kiezen ouders steeds vaker voor bijles. Ook op de basisschool. Wat kun je hier van verwachten?

‘Elk meent zijn uil een valk te zijn’ zei men vroeger over ouders die het gevoel hadden dat hun kinderen beter zouden kunnen presteren dan ze deden. En dat was niet aardig bedoeld. Wat dat betreft zijn de tijden niet veranderd. Want als je als ouder het gevoel hebt dat je kind niet helemaal goed uit de verf komt op de basisschool, sta je je voor je het weet– al dan niet denkbeeldig – te verdedigen. Probeer maar eens uit te leggen dat je overweegt om je niet-dyslectische of niet-dyscalculische kind naar bijles te sturen. Is het soms te goed voor het VMBO? En weet je dan niet dat je de CITO-toets misschien wel kunstmatig kan opkrikken maar dat de kans dan toch echt heel groot is dat je kind het bijpassende hoge schooladvies nooit waar zal maken?

De kritiek is deels terecht. Er zijn, in navolging van Amerika, steeds meer ouders die hun kinderen aan ‘test-prep’ laten doen. Dat betekent dat deze kinderen grondig worden voorbereid op de CITO-toets. Daarbij gaat het er vooral om dat ze de structuur van de test goed doorkrijgen en weten welke soorten vragen ze kunnen verwachten. Vervolgens worden deze vragen uitgebreid geoefend. ‘Op zich kun je hier best resultaten mee boeken’, zegt Ivo Richaers, oprichter van de ‘Studiekring’, een studiebegeleidingsdienst met vestigingen door het hele land. ‘Maar je bereikt er vooral mee dat je kind niet op het schooltype terecht komt waar het thuis hoort.’

Toch is dat geen reden om je kind niet naar bijles te sturen als je het gevoel hebt dat het meer kan dan het laat zien. De ene vorm van bijles is de andere niet.

Neem Roos. In groep vijf scoorde ze met rekenen nog een ruime B op het leerlingvolgsysteem van het Cito, maar in groep zes zakte ze af naar een C. In plaats van te kijken waar dit nou door kwam zei de juf tegen de ouders ‘wat jammer dat jullie niet tevreden zijn met een C, dat is namelijk prima.’ Ze vond het nog veel te vroeg om haar te gaan bijspijkeren, het zou vanzelf wel weer bij trekken. Maar dat gebeurde niet. Roos bleef hangen op dat lagere C-niveau. Ook in groep zeven. En weer vond de leerkracht dit geen reden om actie te ondernemen.‘Ik heb veel slechtere leerlingen dan Roos. Die slokken een groot deel van mijn aandacht op’, aldus de leerkracht.

De ouders van Roos besloten het er niet bij te laten zitten. Geheel volgens de richtlijnen van het leerlingvolgsysteem van het CITO wilde ze weten waar die terugval van hun dochter vandaan kwam. Na lang wikken en wegen – ‘zijn wij nou van die opgefokte ouders of blijft de school hier in gebreke?’ – stuurden ze hun dochter dus naar een remedial teacher. Daar bleek dat ze een aantal aspecten van de rekenstof nog niet goed door had. Na wat extra uitleg en wat oefenen was het probleem verholpen. En dat was terug te zien in haar resultaten. Ze scoorde weer B’s en soms zelfs A’s.

Volgens Ivo Richaers is dat precies de toegevoegde waarde die een huiswerkinstituut kan hebben. ‘Dus niet het oefenen van testen maar juist op een duurzame manier de lesstof aanleren. En, ja, dat heeft meestal als bijkomstigheid dat de resultaten van de kinderen omhoog gaan. Maar in tegenstelling tot de ‘test-prep’ gaat het hier als het goed is om een blijvend resultaat.’

In zijn algemeenheid kun je stellen dat er verschillende goede redenen zijn om bij een huiswerkinstituut aan te kloppen. Richaers: ‘Soms is het omdat de ouders denken dat hun kind vakinhoudelijk niet genoeg wordt uitgedaagd. Dat uiten ze bijvoorbeeld door vervelend te gaan doen in de klas. Of ze vervelen zich heel erg. In zo’n geval kunnen we extra leerstof aanbieden. Maar in de meeste gevallen hebben de ouders, net als bij Roos,  het gevoel dat er bij hun kind niet helemaal uit komt wat er in zit. Opvallend vaak gaat het hierbij om kinderen die in de klas niet zo opvallen omdat ze buiten de groep kinderen met échte leerproblemen vallen.’

Richaers vindt niet dat je dit de leerkrachten moet verwijten. ‘Het is waar dat er leerkrachten voor de klas staan die niet altijd het niveau hebben dat je zou willen. Maar dat heeft meestal te maken met de gebrekkige opleiding die ze hebben gehad. En ja, die moet beter, daar is iedereen het wel over eens, maar dat gebeurt niet van vandaag op morgen. En dan is er nog het probleem van de grote klassen. Je kunt niet verwachten dat een leerkracht met dertig leerlingen de tijd heeft om bij iedere kleine terugval stil te staan. Die heeft zijn handen vol aan de kinderen die er echt helemaal niets van snappen. Ik ben dan ook groot voorstander van kleinere klassen en meer onderwijsassistenten. Maar of die er komen is een politieke keuze die gemaakt moet worden.’

John Biharie is kritischer. De oprichter van het IBOS, het onderwijsbegeleidingsinstituut dat landelijke bekendheid kreeg door zijn optreden in het NPS-programma ‘de school van Prem’ vindt namelijk dat scholen te laat aan de bel trekken als het gaat om leerachterstanden bij kinderen. Dat komt omdat ze niet in staat zijn om een goede analyse te maken van de leerontwikkeling. Ze registreren alleen wat er gaande is maar zien geen samenhang met werkhouding, sociaal-emotionele kenmerken en intelligentie. Daartoe worden ze ook niet genoeg uitgedaagd volgens Biharie; ze krijgen toch wel hun salaris.

Hoe het ook zij, het is al lang niet meer zo dat scholen en bijlesinstituten elkaar bijten. Richaers: ‘Leerkrachten zien, steeds vaker de meerwaarde van de bijles. Want hoe graag zij het ook zelf willen, die één op één aandacht – want daar spreken we over als het om bijles op de basisschool gaat – is toch iets wat zij niet kunnen bieden. ‘Maar’, nuanceert hij,  ‘natuurlijk is het niet alleen maar koek en ei. Het komt ook nog geregeld voor dat de leerkracht en de ouder het niet met elkaar eens zijn. Soms terecht maar soms ook niet. Dan lukt het ons ook niet om meer uit een kind te halen. In zo’n geval kun je het kind laten testen door een orthopedagoog om te kijken of er sprake is van een leerstoornis. Dat kan via school lopen, bijvoorbeeld via een schoolbegeleidingsdienst, maar in sommige gevallen zul je het als ouder zelf moeten betalen. Dan hangt het er maar net vanaf hoe de leerkracht het probleem inschat.’

Kader 1

Bijles in de praktijk

Hoe vaak?      Een keer per week

Hoeveel kinderen?

Bijles op de basisschool wordt altijd één op één gegeven

Wat doe je?     Huiswerk van de vorige keer nakijken, moeilijkheden uitleggen, oefenen, nieuw huiswerk bespreken

Kosten?           Per instituut verschillend; ongeveer 100 euro per maand

Duur?             Verschilt per kind; het gemiddelde is acht maanden

 Hoe vind je een geschikt instituut?

Kijk op www.huiswerkbegeleiding.nl en vul je postcode en wensen in of doe navraag bij anderen ouders. Een goed instituut werkt samen met ouders en school als het gaat om het oplossen van bepaalde leerproblemen. De resultaten moeten binnen enkele weken zichtbaar zijn.

Kader 2

Ervaringen van kinderen

Pepijn. 11 jaar. Zit nu vier maanden op bijles.

‘Ik vind het altijd saai om naar bijles te gaan. Ik ga liever meteen uit school met een vriendje spelen. Gelukkig hoef ik maar een keer per week en hoef ik ook geen huiswerk te maken. Of ik er iets van heb geleerd? Mmmmjjja. Het helpt me vooral met rekenen. Daar ben ik wel beter in geworden nu. En aan spelling hoeven we niks meer te doen.’

Tjabine. 13 jaar. Zit in een havo/vwo- brugklas. Had bijles in groep 7 en groep 8.

Ik was heel slecht in rekenen – ik had een CITO-D-niveau. Door de bijles wist ik dat op te krikken naar een C/B-score. Nee, ik had er niet altijd zin in, maar achteraf ben ik er wel blij mee. Dankzij de bijles haal ik bijvoorbeeld  hele goede cijfers voor wiskunde. Laatst nog een 9,3. En ook bij Nederlands merk ik het. Ik kan goed ontleden en met de d’s en t’s heb ik geen enkele moeite

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u