Top 5 puberruzies én de beste reactie

JM december 2007

@#$%@@#!!! Zit je nou nog voor die buis! En je zou je kamer opruimen, hoe vaak heb ik je dat niet al gevraagd? Je luistert ook nooit naar me! Vind je het gek dat je van die slechte cijfers haalt, je zit alleen maar te bellen of te MSNen  en je gaat véél te laat naar bed! En nergens tijd voor hé!? Eén keertje vragen of je de afwasmachine wilt  uitruimen en het huis is te klein!@#%$@@@!!!

Ruzies met pubers gaan in negen van de tien gevallen over steeds dezelfde dingen, zo ontdekte de psycholoog René Diekstra na een onderzoek dat hij uitvoerde ter voorbereiding van de door hem ontwikkelde oudertraining ‘Levensvaardigheden’. Het onderzoek leverde een ‘top vijfje’ op van conflicten die door het merendeel van de 436 ondervraagde ouders werd herkend:

  1.  Conflicten      over teveel TV-kijken, computeren en bellen– herkend door 432 van 436 ouders
  2. Conflicten      over (niet) iets doen wat hem/haar gevraagd is– herkend door 430 van 436      ouders
  3. Conflict      over netheid en opruimen– herkend door 428 van 436 ouders
  4. Conflict      over bedtijd– herkend door 427 van 436 ouders
  5. Conflict      over huiswerk – herkend door 426 van 436 ouders

Herkenbaar? Vast wel. De vraag is alleen, wat moet je er mee?

Marga Akkerman, kinder- en jeugdpsycholoog en auteur van het boek ‘Wat nou pubers’, geeft antwoord.

Conflicten over computer/TV/bellen

‘Zet de computer en de televisie altijd op een centraal punt, liefst in het zicht. Dat is om twee redenen belangrijk:

Op de eerste plaatst weet je dan altijd waar ze naar kijken, welke spelletjes ze spelen of welke sites ze bezoeken. Twijfel je of een programma of site geschikt is voor je kind, kijk dan mee, stel vragen en vel een oordeel. Vind je het dan nog steeds niet geschikt, leg dan duidelijk uit waarom je niet wilt dat je kind daar naar kijkt of het betreffende spelletje speelt. Laat je op dat moment vooral niet leiden door het argument dat als jij het verbiedt, ze het programma of de site tóch wel zullen bekijken bij een vriend of een vriendin. Hou vast aan je eigen gezinscultuur. Doe je dat niet, dan leer je ze eigenlijk dat jij je leven laat bepalen door wat er gebeurt bij de buren.

De tweede reden waarom een kind geen televisie of computer op de kamer zou moeten hebben, is omdat het zo leert om rekening te houden met de rest van het gezin. Laat ze maar discussiëren wie wanneer op de computer mag of een specifiek programma mag kijken. Dat is heel leerzaam.

De kans is heel groot dat de maatregelen die je neemt rond televisie en computer af en toe tot een flinke ruzie leiden. Sterker nog, een kind heeft groot gelijk dat het daar ruzie over maakt. Maar ik zou liever hebben dat ze me het verwijt maken dat ik ze te weinig heb laten kijken dan dat ik ze te veel heb laten kijken. Als je wilt dat kinderen een beetje ‘body’ ontwikkelen, zul je zelf een beetje ‘body’ moeten tonen.’

Wat  het telefoneren betreft: laat kinderen hun eigen telefoon betalen. En als ze geen beltegoed meer hebben, leen ze dan geen geld.

 

Conflicten over (niet) iets doen wat hem/haar gevraagd is. Met andere woorden: niet luisteren.

‘Ouders beginnen de puberteit met het gevoel dat een kind – net als in de periode daarvoor – gewoon luistert. Goed beschouwd een ongelijkwaardige positie. Maar in de puberteit willen kinderen meer op een voet van gelijkheid komen. Dat ze niet luisteren, hoort dus bij hun ontwikkeling. Je moet daarom als ouder de omslag maken van “jij moet doen wat ik zeg”, naar de vraag “hoe zie jij dat”. Betrek je kind in de oplossing van een door jou gesignaleerd probleem. Laat hem bedenken hoe hij jou probleem – “ik wil dat je om twaalf uur thuis komt want daarna lopen er zo veel dronken mensen op straat” – kan helpen oplossen. Zegt je kind:  “ik kan met een vriendin meerijden dus je hoeft je geen zorgen te maken dus ik kan wel om één uur thuis komen”, dan zeg je bijvoorbeeld: “ik respecteer je oplossing maar ik vind uiterlijk half één laat genoeg”. Die winst van dat half uur is voor de meeste kinderen al enorm.

Conflicten over netheid en opruimen

‘Als je het belangrijk vindt dat je kind vaker opruimt en meer meehelpt in het huishouden, zul je je boodschap heel vaak moeten herhalen. Er komen in de puberteit een heleboel hersencellen bij; een beetje als kikkerdril. Die moeten als het ware opnieuw geprogrammeerd worden. Dan kun je bereiken door de boodschap heel veel te herhalen. Dan ontwikkelt het gewenste gedrag zich geleidelijk. Een andere strategie is om je er niet over op te winden. Bij mij lag de grens bij de hygiëne. En vergeet niet dat ze over niet al te lange tijd op zichzelf gaan wonen. Moet je eens opletten hoe netjes ze dan met hun spullen zijn, en hoe zuinig met stroom!’

onflicten over bedtijd

‘Je kunt een kind niet dwingen hoe laat het moet slapen maar je kunt wel duidelijk maken hoe laat je wilt dat het in bed ligt. Het komt er eigenlijk op neer dat je kinderen leert om een bepaald patroon te ontwikkelen over hoe je met je lichaam omgaat.  Dus: wanneer douche je? Wanneer pak je je tas in? En wanneer ga je naar bed en doe je het licht uit? Als je zo’n patroon hebt vastgelegd hoef je er ook niet steeds weer over te discussiëren. Dan haal je de kramp er als het ware uit. Ga verder niet moeilijk doen als kinderen graag bij de radio of bij muziek in slaap vallen. Als dat is wat ze fijn vinden, laat dat dan vooral.’

Conflict over huiswerk

‘Het heeft geen zin om je op te winden over het feit dat je kind in jouw ogen niet genoeg tijd besteedt aan zijn huiswerk. Als dit namelijk echt het geval is, dan kom je daar snel genoeg achter: bij zijn rapport namelijk. Blijkt je kind het goed te doen, dan werkt zijn aanpak. Ga dan niet de hele tijd tegen je kind zeggen: “moet je geen huiswerk maken?” of “je kunt toch voorruit werken?” Alsof wij ouders dat doen! Ik ontwikkel wel eens een huiswerkschema voor kinderen en dan zeg ik : “hier mogen je ouders zich niet mee bemoeien”.. Dat vinden ze zo heerlijk!

Maar wat doe je als het niet goed gaat? In dat geval vraag je je eerst af: “Wat is er aan de hand?” Vraag bijvoorbeeld welke ideeën de school hier over heeft. Als blijkt dat je kind niet zo goed weet hoe het moet leren, help het dan door te opperen dat het zijn huiswerk in stukken te knipt. Zeg dat het niet langer dan een half uur tijd besteedt aan een vak en dat het daarna doorgaat met een ander vak. Leer je kind dat het na twee porties tijd een pauze neemt van een kwartier. Daarvoor moet hij wel van te voren bedenken wat hij in dat pauzekwartier gaat doen want hij moet wel op tijd kunnen stoppen om door te gaan met het huiwerk.

Maar los van deze huiswerktips moet je je kind ook vragen welke oplossingen het zelf ziet. Wil hij op school blijven? Wat denkt hij daar voor te moeten doen? En verschilt dat per vak? Op die manier kun je de zaak concreter maken.

In sommige gevallen is het zinvol om een psychologisch onderzoek te doen. Dan kun je er achter komen waar de sterke en de zwakke kanten zitten van een kind.

In het algemeen kun je stellen dat het vooral belangrijk is dat je de zaak niet al te lang op zijn beloop laat. Wat je vaak ziet als een kind een slecht rapport heeft, is dat de ouders zeggen: “ah joh, een beetje harder werken en dan komt het wel goed”, om ze vervolgens het volgende rapport aan te melden bij het huiswerkinstituut in de hoop dat ze als nog over gaan. Dan ben je eigenlijk te laat. Het kind is dan al behoorlijk moedeloos en moet heel wat uit de kast trekken om zichzelf weer op te peppen.

Kortom; als het niet lekker loopt op school: maak geen ruzie! Ga uitzoeken wat er aan de hand is.’

Deel dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u