<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Overig Archieven - Marilse Eerkens</title>
	<atom:link href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/tag/overig/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/tag/overig/</link>
	<description>Just another WordPress site</description>
	<lastBuildDate>Thu, 08 Oct 2020 13:55:19 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 30 May 2013 20:39:06 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=505</guid>

					<description><![CDATA[<p>Komt een tweejarige nog weg met een flinke driftbui in de Albert Heijn, een stampvoetende 11-jarige vinden we &#160;behoorlijk&#160; gênant. Kinderen moeten zich leren ‘gedragen’. &#160;Ze moeten leren dat ze niet te pas en te onpas hun emoties kunnen ventileren – verbaal of fysiek. Als maatschappij varen wij daar wel bij- dat is beschaving. &#160;Hóe [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/">Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><i>Komt een tweejarige nog weg met een flinke driftbui in de Albert Heijn, een stampvoetende 11-jarige vinden we &nbsp;behoorlijk&nbsp; gênant. Kinderen moeten zich leren ‘gedragen’. &nbsp;Ze moeten leren dat ze niet te pas en te onpas hun emoties kunnen ventileren – verbaal of fysiek. Als maatschappij varen wij daar wel bij- dat is beschaving. &nbsp;Hóe je kinderen het beste kan leren om met die emoties om te gaan, dat beschaven dus, daar is veel over bekend. Iedere ouder die weleens een boek of opvoedblad leest, kan daar nuttige tips vinden. Maar of die tips werken, valt of staat bij de manier waarop je zelf hebt geleerd om met je emoties om te gaan. En in een land met een hoog niet-lullen-maar-poetsen gehalte is de kans niet ondenkbeeldig dat die vaardigheid jou door je eigen ouders niet goed is bijgebracht, zeker als je een man bent. Zo hebben de meeste van ons vooral geleerd om heftige, negatieve emoties te onderdrukken of te ontkennen in plaats van te herkennen, te érkennen en te hanteren. Daar kan je op volwassen leeftijd last van hebben en je kinderen dus ook. Gelukkig valt er op dit vlak heel veel te leren; als je er tenminste voor open staat.</i></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Weglopen voor je gevoel heeft geen zin – en je kind is de dupe</b></p>
<p>Een jaar of vier geleden kwam ik thuis van de J/M-redactie en trof mijn toen 10-jarige zoon, luid vloekend en schreeuwend achter de piano. Achter hem stond zijn vader die zo mogelijk nog harder stond te schreeuwen. Kalm bekeek ik de situatie. Ze hadden, zo schatte ik in, &nbsp;allebei een hele drukke dag achter de rug en dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik zou het vanaf nu wel overnemen. Natuurlijk zonder schreeuwen -dat had ik wel geleerd na vier jaar schrijven over opvoeden. Soepel past ik de geleerde gesprekstechnieken toe:&nbsp; ‘Ik zie dat je ontzettend boos bent wat is er aan de hand?’&nbsp; In gedachte &nbsp;zag ik de zinnetjes voor me die ik ooit weleens geschreven had of misschien gelezen voor een of ander artikel:&nbsp; “Beschrijf de emoties die je ziet. Op die manier leert een kind zijn emoties herkennen. Dat is belangrijk om ze later te kunnen hanteren. Erken ook de emoties;&nbsp; zo leert&nbsp; een kind dat ze er gewoon mogen zijn. &nbsp;Dat is goed voor het zelfvertrouwen. Stel vragen.” &nbsp;‘Die kut-piano’ gilde mijn zoon. ‘Ik haat pianospelen. Ik ga nu van die kut-pianoles af. Ik haat jullie!’ ‘Maar waarom ben je daar nu opeens zo boos over?’, vroeg ik -het ‘kut’ heel bewust negerend &#8211; nog steeds rustig. ‘Het pianospelen gaat juist zo goed de laatste tijd.’ ‘Aaahhhh!!’ gilde mijn zoon en smeet de muziekboeken op de grond. ‘Raap die eens op’, zei ik al met wat minder geduld. Hij weigerde. ‘Ik doe het niet meer’, raasde hij door en gooide de klep van de piano dicht. Dat was niet echt bevorderlijk voor het oude instrument. Ik werd boos. Wat er toen gebeurde weet ik niet meer zo precies. Wel weet ik dat mijn zoon kort daarop onder de douche stond en ik schreeuwend en stampvoetend de badkamer binnenkwam en met al het cynisme dat ik in mij had, gilde dat dit een fantastische mentaliteit was die hij hier aan de dag legde. Dat hij voorál moest stoppen met oefenen als het moeilijker werd. ‘Geef de dingen maar op als ze niet meteen goed gaan! &nbsp;Daar kom je ver mee in het leven!!’</p>
<p>Je hoeft geen psychologie te hebben gestudeerd om te begrijpen dat deze scene waarschijnlijk om meer ging dan alleen een ruzie over het wel of niet doorgaan met pianospelen. Wat vermoedelijk onbewust speelde, is dat ik mijn zoons gedrag zo ontzettend goed herkende. Ik had vroeger ook de neiging om mijn gitaar op de grond kapot te slaan als het me niet snel lukte om een bepaald stuk te spelen. En waar dat dan weer vandaan komt?</p>
<p>Als een kind heftige emoties bij je oproept is het belangrijk dat je als ouder weet waar die vandaan komen. Als je weet wat er met je gebeurt kun je de situatie met iets meer afstand bekijken en beter inspelen op je kind. Dus in plaats van je negatieve emoties te ventileren, probeer je te bieden wat je kind op dat moment nodig heeft.</p>
<p>Een interessante nieuwe stroming binnen de psychologie die veel aandacht schenkt aan dit soort mechanismen is de Past Reality Integration therapie.&nbsp; Het gaat er vanuit dat mensen allerlei afweermechanismen hebben ontwikkeld in hun kindertijd die hen op dat moment hielpen om te overleven. Als jouw ouders niet goed in staat waren aan te sluiten bij de emotionele behoefte die jij had als kind – niet ondenkbeeldig in de tijd waarin de meeste van ons zijn opgevoed &#8211; en jij je dus niet begrepen voelde door degenen die je op dat moment het meeste nodig had, dan stap jij de wereld in met het idee dat de meeste mensen waarschijnlijk niet van zins zijn om jou te begrijpen. Je verwachtingen van anderen – ook van je kinderen &#8211; zijn dan soms of vaak &nbsp;negatief.</p>
<p>Een voorbeeld: je kind moet naar school en het is eigenlijk al net een beetje aan de late kant. Zonder schoenen en mét een tandenborstel in zijn mond bedenkt hij dat hij persé&nbsp; dat ene dierenplaatje mee naar school wil nemen om te ruilen met zijn vriendje. Jij begint te schreeuwen dat het niet kan en hij gaat stampvoeten. Kans is groot dat jullie te laat komen.</p>
<p>‘Wat er soms gebeurt in dit&nbsp; soort situaties’, zegt psycholoog en PRI-therapeut &nbsp;Nynke Neijzen, ‘is dat er bij jou een &nbsp;soort automatische afweerreactie wordt geactiveerd. Je ziet op die momenten je zoon of dochter niet meer als een kind met een behoefte, maar als een soort monstertje dat jou aan het tegenwerken is. En van dat tegenwerken word je heel erg boos. Waarom? Waarschijnlijk omdat het een afweerreactie uit je eigen jeugd bij je oproept. Het doet je denken aan situaties waarin je zelf werd tegengewerkt of emotioneel niet werd ‘gezien’. Begrijpelijk maar niet efficiënt. Als je even had meegezocht naar dat dierenkaartje, of even rustig had uitgelegd waarom je&nbsp; nu niet kan gaan zoeken ipv heel erg boos te worden, was alles waarschijnlijk vlugger verlopen en voelde je kind zich ook even gezien in plaats van afgewezen.’</p>
<p>Waar je als ouder ook tegenaan kan lopen is dat je het misschien heel moeilijk vindt om te begrijpen wat je kind nou precies nodig heeft aan emotionele aandacht. Vaak komt dat omdat je als kind geleerd hebt om je zo veel mogelijk af te sluiten voor je gevoel omdat je gemerkt hebt dat dit gevoel er voor jouw ouders toch niet zo veel toe deed. Of, wat ook goed kan, &nbsp;omdat ze je niet geholpen hebben om dat gevoel te herkennen en erkennen.</p>
<p>Neijzen komt met een voorbeeld&nbsp; van een ouder die worstelde met de slaapproblemen van haar kind dat al lang en breed op de basisschool zat. Het kind was steeds heel erg bang voor het slapen gaan. De moeder had alle trucs geprobeerd: een vast ritueel, op tijd eten, niets hielp. Ondertussen liepen de irritaties tijdens het eten al hoog op; iedereen zag op tegen dat moment van naar bed gaan. Toen ze na lang praten aan de moeder vroeg wat haar nou zo raakte, bleek zij het vooral heel moeilijk te vinden dat ze niet kon begrijpen waar haar kind nou zo’n behoefte aan had. Ze kon dat niet omdat ze zelf zo weinig emotionele aandacht had gehad als kind. Dat inzicht loste bij haar al een hoop op. Met behulp van PRI – een stapsgewijze aanpak dat je oude afweermechanismen helpt te ontmantelen &#8211; vond ze meer aansluiting bij haar kind. Ze voelde opeens veel beter waar het behoefte aan had. En toen was het probleem opgelost. Hij &nbsp;sliep weer in en door.</p>
<p>‘Met de meeste kinderen is niks mis’, zegt Neijzen stellig . ‘Als je open staat voor je eigen emoties en voor het idee dat ze alleen over jou zelf gaan, &nbsp;zit je vaak heel dicht bij de oplossingen die je zoekt voor de meeste opvoedproblemen. ’</p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p><b>KADERS</b></p>
<p><b>PRI, hoe werkt dat? </b></p>
<p>PRI is een methode die je onder begeleiding van een therapeut kunt leren, maar er is ook een doe-&nbsp; het -zelf- methode die staat beschreven in het boek: ‘PRI en de kunst van bewust leven’ van Ingeborg Bosch. De methode is opgedeeld in drie fasen en duurt ongeveer negen weken. In die weken leer je eerst een manier om je eigen emoties beter te leren herkennen. Je krijgt &nbsp;inzicht in de gedachten, de handelingen en de bijbehorende emoties die je leven soms ingewikkelder maken dan nodig. Je leert ook onderscheid maken tussen reacties die voortkomen uit je&nbsp; emotionele ( als kind geprogrammeerde) brein &nbsp;en uit je rationele brein. In de tweede fase leer je wat de reactie van je emotionele brein, je oude afweersysteem dus, allemaal in gang zet. De kans is groot dat je ontdekt dat die reacties niet altijd even adequaat zijn. In de derde fase leer je hoe je je emotionele brein kunt herprogrammeren en meer kunt leven in het hier en nu. Dat doe je door hele specifieke – steeds terug kerende – emoties te doorvoelen en vervolgens om te buigen.</p>
<p>Op de site van PRI – zie onder &#8211; staan ook een aantal ‘tools’ ( testjes, filmpjes, formulieren) die je kunnen helpen om de kennis uit het boek goed toe te passen.</p>
<p>Meer info:</p>
<p><a href="http://www.pastrealityintegration.com/">www.pastrealityintegration.com</a> of www.prionline.nl</p>
<p><a href="http://www.kindessence.nl/">www.kindessence.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Boeken:</p>
<p>‘PRI en de kunst van het bewust leven’ van Ingeborg Bosch&nbsp; ISBN 9789020410730<br />
Prijs: € 16,95</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>‘De onschuldige gevangene’ van Ingeborg Bosch ISBN: 978-90-204-0634-4<br />
Prijs € 22,90</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Mindfulness</b></p>
<p>Een andere goede manier om meer inzicht te krijgen in je&nbsp; eigen emoties is een cursus mindfulness. .&nbsp; Bij zo’n cursus leer je je opmerkzaamheid vergroten.&nbsp; Door emoties&nbsp; eerder te herkennen ben je minder geneigd vanuit je automatische piloot te reageren&nbsp; aldus George Langenberg&nbsp; mindfulness trainer en auteur van het boek MindfulKids HeartfulKids. Hij benadrukt dat weglopen voor je gevoel bijna altijd een averechts effect zal hebben. ‘Je wordt gekunsteld en nep. Alles wat je zegt wordt dan een buitenkant verhaal. Het opvoeden wordt zo gereduceerd een soort trucje; kinderen hebben daar een hele goede neus voor. En op de lange termijn schieten ze &nbsp;er ook niks mee op. Ze doen toch na wat je ze voorleeft.’</p>
<p><a href="http://www.mindfulkids.nl/"><b>www.mindfulkids.nl</b></a><b></b></p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p>Boeken: ‘MindfulKids HeartfulKids’ van George Langenberg en Rob Brandsma</p>
<p>ISBN 978 90 209 7540 6<br />
Prijs € 24,99</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Vaders en emoties</b></p>
<p>In zijn boek ‘Jongens &#8211;&nbsp; Hoe voed je ze op?’ benadrukt auteur Steve Biddulph dat jongens het meeste leren over hun gevoelens door naar hun vader en andere mannen te kijken. Het lastige is alleen dat vaders volgens Biddulph de neiging hebben om al hun negatieve emoties om te zetten in de emotie waar ze het meest vertrouwd mee zijn: boosheid. Voor kinderen kan dit de zaken tamelijk gecompliceerd maken. Biddulph schrijft: ‘Als mannen zich boos gedragen terwijl ze eigenlijk verdrietig, angstig of zelfs gelukkig zijn, kan dit voor kinderen behoorlijk verwarrend zijn.’ Zijn tip: meer woorden, minder daden ( schreeuwen , met deuren smijten etc) . Zeg waar het op staat: dus niet heel boos worden als je zoon wegloopt in het winkelcentrum maar zeggen: ‘ik was echt vreselijk ongerust!’ ( nee, je bent heus geen watje dan) .</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Benoem de emotie maar accepteer niet altijd het gedag van je kind</b></p>
<p>Het is heel belangrijk dat je de heftige emoties van je kind benoemt. Daar leert het van. Maar dat wil niet zeggen dat je iedere daad die voortkomt uit die emoties maar moet accepteren. Als een kind bijvoorbeeld heel boos is kun je die boosheid erkennen – “ik zie dat je boos bent omdat je geen zin hebt om mee te gaan naar de winkel; dat snap ik best” – om vervolgens te zeggen dat hij toch zijn jas moet aantrekken om mee te gaan – “je kan nou eenmaal niet alleen thuisblijven”. ‘ Daarmee is de boosheid misschien niet helemaal opgelost, maar je kind zal zich wel gezien voelen’, aldus kindertherapeut Sanne Bierens. ‘En daar gaat het om.’</p>
<p>Meer info over de praktijk voor opvoedingsvragen van kindertherapeut Sanne Bierens:</p>
<p><a href="http://www.sannebierens.nl/">www.sannebierens.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Alternatieve manieren om kinderen hun emoties te laten uiten</b></p>
<p>Sommige kinderen – en zeker jongens &#8211; blijven het moeilijk vinden om over hun gevoel te praten. Alternatieve manieren om (intense)&nbsp; gevoelens naar buiten te brengen zijn:</p>
<ul>
<li>Tekenen, kleien</li>
<li>Een herinneringsdoos (verdriet)</li>
<li>Een talentenboom ( als je je onzeker voelt)</li>
<li>Het maken van een wensbord</li>
<li>Een stripverhaal maken</li>
<li>Een masker maken om je geluk/ongeluk uit te beelden</li>
</ul>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bron: www.kindercoachingfriesland.nl</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/">Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>EMDR: nare ervaringen beter opslaan in je brein</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 15:50:22 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=412</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM&#160;februari 2013 ‘Je had beter niet over je leeftijd kunnen liegen’ zei de man van de bioscoop toen ik als dertien-jarige lijkbleek uit de film ‘Vrijdag de dertiende’ kwam. En hij had ontzettend gelijk. Ik ben nog jarenlang bang geweest in het donker; de beelden van afgehakte hoofden ( die inmiddels door kenners als&#160; ‘ontzettend [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/">EMDR: nare ervaringen beter opslaan in je brein</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>JM&nbsp;februari 2013</p>
<p>‘Je had beter niet over je leeftijd kunnen liegen’ zei de man van de bioscoop toen ik als dertien-jarige lijkbleek uit de film ‘Vrijdag de dertiende’ kwam. En hij had ontzettend gelijk. Ik ben nog jarenlang bang geweest in het donker; de beelden van afgehakte hoofden ( die inmiddels door kenners als&nbsp; ‘ontzettend nep’ worden weggelachen) bleven dan maar terugkomen.</p>
<p>Het is jammer dat mijn ouders in die tijd nog niet op de hoogte waren van EMDR ofwel, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een inmiddels al weer 15 jaar oude behandelingstechniek die goed kan helpen om nare ervaringen te verwerken. Grofweg komt de&nbsp; behandeling er op neer dat je de herinnering opnieuw gaat opslaan in je brein. En wel op zo’n manier dat deze minder snel storend op de voorgrond treedt. &nbsp;‘Dat is althans de theorie’, zegt kindertherapeut Dafna Zwarts die al ruim twaalf jaar werkt met EMDR. ‘Hoe het precíes werkt, weten we niet. We denken dat we er door de behandeling voor kunnen zorgen dat de angstige of traumatische herinnering beter wordt opgeborgen in je langetermijngeheugen. Dat betekent niet dat het wordt weggedrukt of vervangen door een andere herinnering,&nbsp; maar eerder dat de lading er af gaat of dat het een andere betekenis krijgt. Als het goed is, bedrukt het je daarna minder.’</p>
<p>Dat ‘opnieuw opslaan’ van die herinnering gebeurt door de persoon terug te laten denken aan die nare herinnering en hem tegelijkertijd af te leiden. Meestal door iemand zijn ogen heen en weer te laten bewegen. Maar soms, en vooral bij kleine kinderen,&nbsp; gebeurt dat ook door het geven van tikjes op de knie of op de handen of met een koptelefoon waar piepjes doorheen klinken.</p>
<p>De toepassingsmogelijkheden van EMDR bij kinderen zijn heel uitgebreid. Je kunt het inzetten bij kleine traumatische gebeurtenissen waar kinderen steeds maar weer last van blijven houden &#8211; een enge film of een beet van een hond bijvoorbeeld. Maar het kan ook gebruikt worden bij de behandeling van meer complexe zaken. Je moet dan denken aan een te negatief zelfbeeld of aan &nbsp;aanhoudend verdriet of angst na een scheiding, een nare ziekenhuiservaring, een pestervaring of het overlijden van een dierbaar iemand.</p>
<p>‘Bij dit soort complexere zaken is EMDR niet het enige wat je inzet bij de behandeling maar het kan wel een heel nuttig hulpmiddel zijn’ legt Zwarts uit. Ze geeft een voorbeeld van hoe ze die EMDR inzet: ‘Stel je een kind voor dat heel veel last heeft van de scheiding van zijn ouders. In zo’n geval zal ik het kind vragen om terug te denken aan dat wat hij het meest vervelend vindt. Is dat die heftige ruzie? Of dat verdriet van de moeder? Kinderen kunnen dat meestal wel goed benoemen als je ze op de juiste manier ondervraagt. En als ze het niet zeggen dan kunnen ze het vaak wel tekenen. Hebben ze dat beeld bepaald – die huilende moeder bijvoorbeeld – dan vraag ik zich daar op te concentreren. Hebben ze dat beeld eenmaal goed voor ogen, dan vraag ik wat ze voelen, welke negatieve gedachten ze hebben. Daarna mogen ze hun gedachten de vrije loop laten gaan. Wel vraag ik ze om de halve minuut wat er door ze heen gaat – verdriet, angst, pijn of iets anders bijvoorbeeld. Gedurende dit proces laat ik ze ook hun ogen bewegen. Bij mij gebeurt dat meestal door ze een bewegende stip op een beeldscherm te laten volgen. Af en toe – tijdens de sessie –laat ik ze terug denken aan het beeld waar ze mee begonnen waren. Als het goed is, is de gedachte daaraan minder pijnlijk geworden. Is dat niet zo, dan ga ik door tot het een neutraal beeld is geworden.’</p>
<p>Kobus Krabben is net tien en heeft een jaar geleden een aantal EMDR-sessies gehad nadat hij samen met zijn vader en moeder bijna drie keer over de kop was geslagen op de snelweg. ‘We reden met 120 op de middenbaan en werden opzij geduwd door een grote vrachtauto. Uiteindelijk lagen we stil op de vluchtstrook van de linkerbaan. Ik had alleen maar een bult op mijn voorhoofd en mijn vader en moeder hadden gelukkig ook niks ernstigs.’ Na het ongeluk voelt Kobus zich niet fijn meer in een auto. ‘Als ik in de auto zat en ik zag een vrachtwagen rijden dan lette ik heel erg op. Dan voelde ik me soort van bangig.&nbsp; Dat had ik daarvoor helemaal niet. Dan zag ik soms niet eens of er vrachtauto’s reden.’ Tijdens de EMDR-sessies bij Dafna Zwarts kreeg hij twee balletjes in zijn hand die om de beurt trilden. ‘Tegelijkertijd moest ik terugdenken aan het ongeluk en er een soort verhaal van maken dat steeds leuker werd. In mijn nieuwe verhaal zaten we in de auto en sloegen we helemaal niet over de kop. Ik had mijn schoenen ook niet meer uit zoals in het echt en het regende ook niet meer.’ Na vijf sessies ging het beter met Kobus: ‘ik ben niet meer zo heel erg oplettend in de auto. Natuurlijk wel méér dan voor het ongeluk maar het voelt niet meer zo vervelend.’ Vond hij de behandeling raar? ‘Ik dacht eerst “tja, zo’n psychobehandeling, dat lijkt me een beetje saai”. Maar dat was het helemaal niet. Het was leuk en als we vroeg klaar waren dan leerde ik haar pokeren. Dat kon ze nog niet.’</p>
<p>De therapie lijkt verraderlijk eenvoudig maar volgens Zwarts is het lastiger dan je denkt, zeker als het om de behandeling van wat complexere zaken gaat. ‘Het is om te beginnen heel belangrijk dat je als therapeut precies achterhaalt wat het probleem heeft veroorzaakt. Dat is al een klus op zich. En daarna is het belangrijk om de reacties heel goed in te schatten. Sommige kinderen reageren heftiger dan je denkt en aan sommige kinderen merk je bijna niks tijdens de therapie. Maar dat laatste wil niet zeggen dat er ook daadwerkelijk niks aan de hand is. Kinderen vinden het soms heel moeilijk om te zeggen wat er in ze om gaat.’</p>
<p>Wanneer kun je als ouder overwegen om EMDR in te zetten? Zwarts: ‘Als een kind iets ergs heeft meegemaakt, wacht dan eerst rustig af. Soms – vaak zelfs – gaan dingen vanzelf over. Maar als je merkt dat de nare ervaring aan je kind blijft knagen en ontwrichtend gaat werken – op school of thuis – dan is het altijd goed om tot actie over te gaan en hulp te zoeken. En daarbij geldt: hoe eerder, hoe beter.’</p>
<p>Meer informatie:</p>
<p><a href="http://www.emdr.nl">www.emdr.nl</a></p>
<p><a href="http://www.emdrkindenjeugd.nl">www.emdrkindenjeugd.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/">EMDR: nare ervaringen beter opslaan in je brein</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Biografieën voor gewone stervelingen</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 13:05:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Het Parool]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=400</guid>

					<description><![CDATA[<p>Parool oktober 2012 Wie was mijn moeder? Hoofdstuk 1: Ziekte&#160; ‘Darmkanker komt niet veel voor bij jonge mensen. Daarom heeft de huisarts de signalen ook niet goed opgepakt. (…) Wat mijn ziekte mij heeft gebracht? Ik ben rechter door zee geworden. Ik ga recht op mijn doel af. Ik ben nu minder verlegen. En ik [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/">Biografieën voor gewone stervelingen</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Parool oktober 2012</p>
<p><b>Wie was mijn moeder?</b></p>
<p><b>Hoofdstuk 1: <i>Ziekte</i></b>&nbsp; ‘<i>Darmkanker komt niet veel voor bij jonge mensen. Daarom heeft de huisarts de signalen ook niet goed opgepakt. (…) Wat mijn ziekte mij heeft gebracht? Ik ben rechter door zee geworden. Ik ga recht op mijn doel af. Ik ben nu minder verlegen. En ik weet nu beter wat ik zelf wil. (…) Ik ben nu Mandy geworden , en dat is een heerlijk gevoel</i>.’</p>
<p>In december 2011 ging &nbsp;Mandy Broshuis &nbsp;&#8211; toen 41 &#8211; dood.&nbsp; Om er voor te zorgen dat haar kinderen Boris (9) en Witte (7) haar&nbsp; niet alleen als zieke moeder&nbsp; zouden herinneren en ook op latere leeftijd een goed beeld van haar kunnen krijgen, stelden haar zussen voor om een biografie van haar te laten maken. Daarvoor schakelden zij de hulp in van het bedrijf ‘Voor uw kinderen.nl’.</p>
<p>Xylander Kroon, eigenaar en oprichter van dit bedrijf, &nbsp;kwam op het idee toen hij de zelfgeschreven biografie van zijn vader in handen kreeg. ‘Mijn vader lag in het ziekenhuis en dacht dat hij dood zou gaan. Hij kon goed schrijven en besloot zijn levensverhaal op papier te zetten. Toen hij&nbsp; toch beter werd&nbsp; vroeg hij ons: “willen jullie het nu &nbsp;hebben of straks, als ik er niet meer ben?”.&nbsp; Wij wilden het meteen. Dan konden we tenminste nog vragen stellen.’</p>
<p>De biografie bleek zeer waardevol.&nbsp; ‘Toen mijn broers, mijn zus en ik de biografie uit hadden, kwamen we er achter dat we hele stukken van onze jeugd op onze eigen manier hadden ingekleurd’, zegt Kroon. ‘Volgens de een was mijn vader&nbsp; áltijd thuis en volgens de ander was hij er echt nóóit bijvoorbeeld.&nbsp; Sinds &nbsp;die biografie weten we hoe mijn vader het heeft beleefd.’</p>
<p>Voor het schrijven van een biografie werkt Kroon met ervaren &nbsp;journalisten . Na het &nbsp;eerste gesprek met de opdrachtgever selecteert hij de meest geschikte schrijver. &nbsp;‘Als de opdrachtgever streng gereformeerd is bijvoorbeeld, dan zoek ik een journalist die op zijn minst iets&nbsp; heeft met het geloof. Een journalist moet zich kunnen inleven en de hoofdpersoon moet zich wel op zijn gemak voelen bij zo’n interview. Anders wordt het niks.’</p>
<p>Is de&nbsp; goede journalist gevonden dan gaat deze te &nbsp;werk volgens een vast stramien. Eerst maakt de&nbsp; schrijven met de hoofdpersoon van het boek een zogenaamde &nbsp;‘levensboom’ waarin wordt &nbsp;aangegeven welke thema’s in zijn of haar leven belangrijk zijn.&nbsp; Dat kan van alles zijn. Zo koos Mandy&nbsp; voor het eerder geciteerde thema ‘ziekte’ maar ook voor thema’s als ‘dromen’, ‘mijn karakter’ ‘reizen’ en ‘vrouwendingen’. Vervolgens &nbsp;wordt de &nbsp;hoofdpersoon over al deze losse thema’s geïnterviewd en wordt het verhaal in zijn of haar woorden opgeschreven. &nbsp;In &nbsp;het hoofdstukje ‘Vrouwendingen’ zegt &nbsp;Mandy bijvoorbeeld: &nbsp;&nbsp;‘<i>Ik was altijd en makkelijk verliefd.’</i></p>
<p>Voor het tweede deel &nbsp;van het boek schrijft de hoofdpersoon brieven &nbsp;aan mensen die hem of haar dierbaar zijn. Mandy schrijft aan haar man, aan haar vader, haar zussen, goede vrienden&nbsp; en natuurlijk aan haar&nbsp; kinderen. Ze beschrijft wat ze ziet in Boris – zijn liefde voor tekenen en schilderen bijvoorbeeld: &nbsp;‘<i>Ook ik deed dat graag, vooral rond Sinterklaas’</i>. Ze benoemt het ‘moeder-dochterschilderij’ dat ze maakte met Witte en vertelt iets over de sieraden die Witte van haart erft:&nbsp; ‘<i>Mijn parelset. Ja je woont nu eenmaal in het Gooi. De parels zijn wel allemaal een beetje nep maar ach, wat geeft dat</i>.’</p>
<p>Het boek eindigt met een serie brieven die dierbare personen aan de hoofdpersoon schrijven. ‘Daarmee krijgen de nabestaanden een goed beeld van hoe er tegen de hoofdpersoon werd aangekeken’, zegt Xylander Kroon. ‘Die brief kwam zó uit mijn tenen’ zegt Mandy’s man Pieter Ettema. ‘Ik zat naast haar op de bank toen ik hem schreef en ik dacht “lieve, lieve schat, ik ga je vreselijk missen en wat ben ik blij dat jij er bent.” Dat zijn dan ook de laatste regels.’</p>
<p>Carine Kappeyne van de Coppello is GZ-psycholoog, gespecialiseerd in verliesverwerking bij jeugdigen. Zij kan zich goed voorstellen dat zo’n biografie van een overleden ouder, kinderen kan helpen. ‘Als kind wordt je identiteit voor een groot deel beïnvloed door je ouders. Ze zijn je ijkpunt. Je toetst je aan ze of zet je er tegen af. Als ze er niet meer zijn wordt dat moeilijker, zeker als je karakter het meest op die van de overleden ouder lijkt. Het kan dan fijn zijn om te lezen dat je moeder ook heel snel verliefd was bijvoorbeeld, of een beetje driftig.’ Kappeyne stelt wel dat het effect van zo’n biografie afhankelijk is van hoe het gemaakt is. ‘Je moet bijna zelf een therapeut zijn om te weten welke thema’s belangrijk kunnen zijn voor je kinderen op latere leeftijd. En verder is het belangrijk dat de betrokken journalist goed doorvraagt op de wat lastigere punten. Het moet een verhaal met verschillende kanten zijn, niet alleen maar de mooie, anders hebben kinderen er minder aan.’</p>
<p>De kinderen van Pieter Ettema zijn nog niet geïnteresseerd in het boek over hun moeder. Voor Ettema zelf was de eerste confrontatie een hele gekke ervaring. Toen hij de eerste ruwe versie doorlas had hij aanvankelijk de neiging om er van alles in aan te passen. ‘Ze schreef bijvoorbeeld dat ik haar ten huwelijk had gevraagd door met een spandoek voor het raam te gaan staan van de klas waar ze op dat moment les gaf. Nou heb ik daar wel gestaan met dat spandoek, maar alleen om te zeggen dat ik ook heel veel van háár hield. Er was nog helemaal geen sprake van een huwelijk.’ Hij is even stil en grijnst:&nbsp; ‘en als ze zegt “ik ben ook zorgzaam voor een ander en cijfer mezelf dan weg”, dan denk ik “hmm, dat zou ik wel enigszins kunnen nuanceren”.’</p>
<p>‘Maar wat ik vind, daar gaat het helemaal niet om. Het is haar verhaal’ vervolgt hij. ‘En het is heel goed zo. Het staat er in háár woorden: fel en uitgesproken. Je krijgt een heel goed beeld van hoe ze was: puur, onorthodox&nbsp; en sterk en altijd levend in het ‘nu’- ook voordat ze ziek werd. &nbsp;Ik denk dat Mandy trots zou zijn op het resultaat.’</p>
<p>Het schrijven van een biografie inclusief vijf gedrukte exemplaren kost&nbsp; 5000 euro.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>‘</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/">Biografieën voor gewone stervelingen</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Waarom hechting zo belangrijk is</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:57:51 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=396</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM augustus 2012 Ze zijn net 17 en vreselijk verliefd. Hij wil die avond ‘all the way’, maar zij heeft haar twijfels. Ze wil eerst &#160;100% zeker zijn dat hij echt van haar houdt: ‘Do you love me, do you love me forever do you need me, will you never leave me, will you make [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/">Waarom hechting zo belangrijk is</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>JM augustus 2012</p>
<p>Ze zijn net 17 en vreselijk verliefd<i>. </i>Hij wil die avond ‘all the way’, maar zij heeft haar twijfels. Ze wil eerst &nbsp;100% zeker zijn dat hij echt van haar houdt: ‘<i>Do you love me, do you love me forever do you need me, will you never leave me, will you make me so happy for the rest of my life, will you take me away will you make me your wife? I want to know right now, before we go any further do you love me? Do you love me forever?</i>&nbsp; Hij aarzelt: ‘<i>let me sleep on it, baby, baby let me sleep on it .. </i><i>I’ll give you an answer in the morning’. </i>Uiteindelijk geeft hij toe; hij zal tot het einde der tijden van haar blijven houden. Iedereen gelukkig? Nee, hij krijgt vreselijke spijt van zijn belofte. Dagelijks bidt hij dat het einde der tijden spoedig komt: ‘<i>so I can end my time with you’</i>. <i></i></p>
<p>Het is een heerlijk extreem verhaal, deze hit van Meatloaf.&nbsp; Heel romantisch ergens, maar dat dit niet goed afloopt voel je eigenlijk wel aankomen. Zo kun je gerust stellen dat het meisje toch wel behoorlijk veeleisend in ál die &nbsp;zekerheden die de jongen &nbsp;haar moet bieden. Dat ze niet ‘gebruikt’ wil worden is nog wel te begrijpen. Maar moet daar eeuwige trouw tegenover staan? Moet hij haar in ruil daarvoor, voor altijd gelukkig maken? Aan de andere kant: &nbsp;misschien houdt die jongen haar al weken/maanden aan het lijntje en wordt zij er gek van dat hij zich niet durft te binden.</p>
<p>Waarom dit verhaal in een blad over opvoeding? Omdat extreme bindingsangst en een overdreven hang naar zekerheid of erkenning, allebei voorbeelden zijn van gedrag dat in veel gevallen goed te verklaren is vanuit ervaringen die mensen hebben opgedaan in hun vroege jeugd. Zo is er heel veel terug te voeren op het fenomeen ‘hechting’, ofwel de band die kinderen in hun vroege jeugd hebben opgebouwd met hun ouders.</p>
<p>Bij hechtingsproblemen denken de meeste mensen al snel aan geadopteerde weeskinderen uit China. Dat is terecht, maar wil niet zegen dat hechtingsproblemen alleen te maken hebben met adoptie. Sterker nog; ongeveer een derde van de bevolking is ‘onveilig gehecht’ zoals dat heet. Best veel mensen dus.</p>
<p>Maar laat ik eerst met de positieve kant van het verhaal beginnen. Ongeveer twee derde van de bevolking is wél veilig gehecht. Dat betekent dat ze in hun vroege jeugd, tussen de 0 en 4 jaar, <i>ervaren</i> hebben dat ze echt de moeite waard zijn om van te houden. Zij hebben door de dagelijkse omgang met hun ouders geleerd dat ze niet alleen lief worden gevonden als ze vrolijk en blij zijn, maar ook dat er begrip voor hen is als ze boos of verdrietig zijn. Het feit dat al deze gevoelens geaccepteerd worden is gunstig. Niet alleen omdat het je als kind zelfvertrouwen geeft – ik mag er zijn, ook de minder vrolijke kant van mij – maar ook omdat het je meer inzicht geeft in die gevoelens. Want als je als kind van jongs af aan geleerd hebt goed onderscheid te maken tussen de wat lastiger te duiden negatieve emoties zoals vermoeidheid, angst, boosheid en onzekerheid bijvoorbeeld, dan ben je uiteindelijk &nbsp;beter in staat om jezelf hier ook weer uit te trekken. Je weet immers beter waar je aanknopingspunten moet zoeken voor de oplossing – ben je moe en daardoor chagrijnig, dan moet je gewoon eerder naar bed, ben je bang, dan kun je even rationeel gaan bekijken hoe reëel die angst nou is.</p>
<p>Los van het beter kunnen vinden van aanknopingspunten om je probleem op te lossen, heb je als veilig gehecht kind ook ervaren dat er altijd wel mensen zijn die je kunnen helpen. Je hebt ervaren dat je ouders je gevoelens niet alleen accepteren maar ook vaak in goede banen weten te leiden – ze kunnen je bijvoorbeeld troosten; met woorden of door je stevig vast te houden of een aai te geven.</p>
<p>Deze wetenschap en deze ervaringen geven je als &nbsp;kind een heel veilig gevoel. Je weet dat er niet alleen fysiek voor je gezorgd wordt, maar ook emotioneel. En dat laatste is – in tegenstelling tot wat tot en met de jaren vijftig/zestig&nbsp; nog vaak werd gedacht, &#8211; minstens zo belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van een mens. &nbsp;Het zorgt er namelijk voor dat je in een positieve spiraal terecht komt: ‘als mijn ouders mij zo de moeite waard vinden om van te houden zullen anderen mij ook wel de moeite waard vinden’.</p>
<p>Onderzoek toont aan dat dit inderdaad zo werkt. Kinderen die veilig gehecht zijn, ontwikkelen zich beter dan kinderen die een onveilige band met hun ouders of verzorgers hebben. De eerste zijn sociaal- emotioneel vaak sterker. Ze snappen wat een ander denkt, voelt of nodig heeft. In de praktijk betekent dit dat ze beter in staat zijn om ruzies op te lossen, beter om kunnen gaan met hun eigen boosheid, makkelijker vrienden maken, hun vriendschappen beter onderhouden en in staat zijn om een intieme relatie met iemand aan te gaan. Uiteindelijk weten ze deze relatie ook vaker staande te houden en worden ze zelf een meer succesvolle ouder.</p>
<p>De keerzijde van dit verhaal laat zich min of meer raden. In een notendop: je hebt minder inzicht in je eigen gevoelens, je hebt minder positieve verwachtingen van de omgeving, je hebt extreme behoefte aan geruststelling en bevestiging of een ongezonde angst voor de confrontatie met je eigen gevoel. Psychotherapeut Sue Gerhardt beschrijft in haar boek <i>Why love matters</i> hoe een onveilige hechting aan de basis kan staan van talloze problemen. Wie geen veilige basis heeft gekregen toen hij klein was, zal er zijn hele leven naar op zoek blijven. Zo iemand zoekt dan naar iets of iemand die hem – weliswaar tijdelijk, maar toch – dat veilige, aangename gevoel kan bezorgen. Sommige mensen zoeken het in steeds wisselende liefdesrelaties – zodra de eerste verliefdheid voorbij is waarin je nog de mooiste, de knapste en de leukste bent, haken ze af. Anderen zoeken het in drank, drugs of in eten, weer anderen gaan extreem hard werken, verslaafd als ze zijn aan succes en complimenten. Sommigen lopen het spreekuur van de dokter plat of klampen zich krampachtig aan iemand vast die hen keer op keer moet ‘redden’ – een partner, de sociale dienst of een andere hulpinstantie. Hun gedrag is vaak destructief en het zal ze nooit de zekerheid verschaffen die ze nodig hebben. Sterker nog, volgens Gerhardt kan dit gedrag ten grondslag liggen aan ziekte en depressie. In haar boek legt zij bijvoorbeeld een verband tussen onveilige hechting en allerlei stoornissen zoals borderline, narcisme en extreme agressiviteit.</p>
<p>Maar voor jou als ouder gaat het natuurlijk hier om: hoe ontstaat zo’n minder veilige gehechtheidsrelatie en, belangrijker nog, &nbsp;wat kun je daar achteraf nog aan doen?</p>
<p>Een van de manieren waarop een kind onveilig gehecht kan raken is als je als ouder zelf grote moeite hebt met negatieve emoties – woede of agressie bijvoorbeeld. De kans is dan groot dat je deze negatieve gevoelens van je kind ook maar heel moeilijk kan verdragen. Gaat je kind plotseling schreeuwen of huilen, dan moet dat gedrag zo snel mogelijk de kop ingedrukt worden: ‘Hou je kop!’ of ‘Hier moet je echt niet mee aankomen bij mij!’. Eindeloos negeren kan ook. De indirecte boodschap die je kind hiermee krijgt is: ‘mijn gevoel bestaat niet’ of ‘mijn gevoel moet ik onderdrukken anders wordt papa of mama boos op mij/heel verdrietig’. Dus in plaats van het gevoel van je kind in goede banen te leiden – ‘Hé waarom ben je nou zo boos, wat kunnen we nou eens doen om dit op te lossen?’ – wordt je kind gedwongen zijn gevoel te ontkennen. Zo rakelt hij tenminste niet dat nare gevoel bij jou of je partner op. Deze manier van hechten,&nbsp; noemt men in de psychologie: vermijdend gehecht.</p>
<p>Een andere manier waarop je kind onveilig gehecht kan raken, is als je als &nbsp;ouder heel grillig op zijn &nbsp;gevoelens reageert. Dus de ene keer heel serieus, soms zelfs overgevoelig en té betrokken en de volgende keer heel geïrriteerd: je kind moet z’n kop dicht houden – papa of mama heeft al genoeg problemen aan zijn of haar eigen hoofd. Daarmee krijgen kinderen een dubbele boodschap: soms leveren je gevoelens de aandacht op die nodig is, maar soms niet. En hier is ook nog eens geen enkel patroon in te ontdekken. Om als kind je kans op de noodzakelijke aandacht te vergroten, zal je in zo’n grillige opvoedsituatie je ouders heel goed in de gaten moeten houden. Je bent voortdurend bezig met pogingen om aandacht te krijgen: ‘Is dít het moment om toe te slaan? Of misschien het volgende?’ Een andere ‘truc’ die kan werken is je gevoel overdrijven en daar dan vervolgens zelf in te geloven. Kinderen worden dan bijvoorbeeld heel snel en extreem bang, in de onbewuste hoop dat hun ouders dan wél zullen reageren. Een bijkomend effect van deze angst is dat kinderen minder gaan ondernemen. En omdat ze minder ondernemen, doen ze ook minder ervaringen op – negatieve, zeker, maar ook positieve – en worden ze minder snel zelfstandig. En minder zelfstandig maakt minder zelfverzekerd, waardoor je weer minder snel iets onderneemt, etc.<i> </i>Deze vorm van hechting leidt vaak tot een onverzadigbare behoefte aan geruststelling en erkenning. Men noemt die in de psychologie: ambivalent gehecht.</p>
<p>Of een kind wel of niet veilig gehecht raakt, zit hem dus vooral in jouw daden en niet zozeer in je woorden. Je kunt nog zo vaak zeggen dat je veel van je kind houdt (en dit ook echt menen!), als je daar niet naar handelt, het niet weet uit te drukken in gedrag (een aai, een knuffel, een zoen) of er te vaak niet met je kop bij bent, kan dat toch tot een minder veilige hechting leiden.</p>
<p>Als je als ouder een van de patronen hierboven herkent, is dat niet meteen iets waar je je heel schuldig over moet voelen. De kans is namelijk heel groot dat jouw ouders het met jou ook niet zo handig hebben aangepakt. Met andere woorden: je hebt gewoon niet zo’n goed voorbeeld gehad. ‘De oudere generatie vrouwen trouwden relatief jong en kregen snel kinderen’, zegt Pieternel Dijkstra, psycholoog en auteur van onder meer ‘Omgaan met hechtingsproblemen’. ‘Er was in die tijd veel minder aandacht voor emoties en gevoelens.’</p>
<p>Ze benadrukt wel dat ook als je zelf niet veilig gehecht bent, je jezelf best kunt leren om je zó te gedragen dat je kind zich wél veilig kan gaan hechten. En ook als dat station al gepasseerd is, kun je de band met je kind nog best versterken:&nbsp; ‘dat begint met bewustwording. Als je eenmaal bewust bent van de manier waarop je zelf gehecht bent, kun je je gedrag veranderen. Zo kun je jezelf best aanleren om je kind eens wat langer vast te houden dan je van nature zou doen. Waarschijnlijk merk je dan ook dat dat nog leuker is dan je dacht. Een andere manier om je genegenheid te tonen is door wat vaker écht naar je kind te luisteren – juist ook op de momenten dat je van nature geneigd bent om te denken ‘laat me nou even met rust’. Bij jonge kinderen die nogal eens de neiging hebben om eindeloos door te ratelen volstaat het doen alsof je luistert soms al. Laat gewoon even merken dat je ze ziet staan. Dat is vaak al genoeg. Je hoeft niet altijd diepgaande gesprekken te voeren.’</p>
<p>Volgens Dijkstra kun je ook als je kinderen ouder zijn nog steeds van alles doen om het contact te verbeteren. ‘Het is nooit te laat om te laten zien dat je er voor ze bent, al is het maar op een hele praktische manier: helpen met een verhuizing bijvoorbeeld.’</p>
<p>Tot slot is volgens Dijkstra goed om nog even stil te staan bij het volgende: de manier waarop je gehecht bent is weliswaar bepalend voor de manier waarop je reageert op anderen, het is niet helemaal onveranderlijk. ‘Ook op latere leeftijd hechten mensen zich – vaak aan een partner. Dat biedt mogelijkheden om je eerder opgedane hechtingservaring bij te stellen.’</p>
<p><i>Meer lezen: </i></p>
<p><i>Pieternel Dijkstra ‘Omgaan met Hechtingsproblemen’ uitgeverij Bohn Stafleu en van Loghum’</i></p>
<p><i>Sue Gerhardt: ‘Waarom liefde zo belangrijk is’ uitgeverij scriptum</i></p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/">Waarom hechting zo belangrijk is</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Suiker, de witte sloper</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/suiker-de-witte-sloper/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/suiker-de-witte-sloper/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:49:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=394</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM juni 2012 &#160; 18 september 2027 Een schokkende gebeurtenis in de Amerikaanse staat New Jersey gisteren. Een vierjarig jongetje deelde op het kinderdagverblijf suikerlollies uit. (…) Omdat de politie op het punt stond de 25-jarige John Sussman te betrappen op suikerbezit, besloot hij de lollies bij zijn zoontje in de tas te stoppen. Het [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/suiker-de-witte-sloper/">Suiker, de witte sloper</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><b>JM juni 2012</b></p>
<p><b><i><span style="text-decoration: underline;">&nbsp;</span></i></b></p>
<p><b><i><span style="text-decoration: underline;">18 september 2027</span></i></b><i> <b>Een schokkende gebeurtenis in de Amerikaanse staat New Jersey gisteren. Een vierjarig jongetje deelde op het kinderdagverblijf suikerlollies uit</b>. </i></p>
<p><i>(…) Omdat de politie op het punt stond de 25-jarige John Sussman te betrappen op suikerbezit, besloot hij de lollies bij zijn zoontje in de tas te stoppen. Het kereltje deelde het vervolgens doodleuk met drie vriendjes op de kindercrèche. </i></p>
<p><i>Een medewerkster zag een meisje de suikerbom in haar mond steken. De vrouw vertrouwde het niet en belde de politie. Bij het doorzoeken van het jasje van de kleuter trof de politie nog meer lollies aan.</i></p>
<p>Bovenstaand persbericht ging oorspronkelijk niet over suiker, maar over cocaïne. Toch is het niet ondenkbeeldig dat we over vijftien of twintig jaar iets dergelijks te lezen gaan krijgen.</p>
<p>Dit jaar verschenen er twee opvallende boeken op het gebied van voeding en gezondheid. Opvallend in de zin dat ze niet werden geschreven door een diëtist, afslankgoeroe of andere alternatieveling, maar door mensen met een afgeronde studie in de geneeskunde. Opvallend ook omdat beide personen jonger zijn dan 30 jaar. En des te meer opvallend omdat beide boeken een heel vergelijkbare boodschap hebben: eet geen suiker! ‘Suikers (koolhydraten) zijn niet ongezond: ze zijn zeer ongezond’, schrijft de Vlaamse Kris Verburgh in zijn bestseller “De voedselzandloper”. ‘Suiker zorgt immers voor: 1. versnelde veroudering en 2. een verhoogde kans op kanker.’ ‘Suiker is gif’ schrijft de Nederlandse Richard de Leth in zijn boek “Oersterk”. ‘Suiker is even schadelijk als tabak en alcohol. Als suiker nu in onze voeding zou zijn geïntroduceerd dan zou het waarschijnlijk worden verboden door de gezondheidsbedreigende waarde’.</p>
<p>Beide schrijvers&nbsp; wijzen op het feit dat bij het regelmatig eten van een suikerrijke maaltijd, snoep of frisdrank, je lichaam in een soort disbalans terecht komt. Simpel gezegd komt het er op neer dat het je lichaam heel veel moeite kost om suiker te verwerken. Je alvleesklier moet overuren draaien omdat het steeds weer insuline moet aanmaken. Want zonder insuline kunnen de cellen niets met de suikers&nbsp; (die ze wel degelijk nodig hebben, maar slechts in zeer beperkte mate). Door de overbelasting van de alvleesklier gaat hij steeds meer insuline produceren, worden cellen steeds ongevoeliger voor insuline – ze kunnen de suiker minder goed opnemen &#8211; en gaat de alvleesklier op de lange termijn steeds minder goed werken. Uiteindelijk leidt dit tot diabetes.</p>
<p>‘Voedsel moet je lichaam voeden, maar veel suiker breekt het juist af’, zegt De Leth. ‘Het gaat ten koste van je eigen vitaminen en mineralen die we toch al te weinig binnen krijgen via onze voeding. Daarmee verzwak je je immuunsysteem. Bovendien bouwen kinderen, die sterk aan het groeien zijn, een minder sterk lijf op. Daar kunnen ze later klachten van krijgen.’ In hun boek komen beide schrijvers met een lange lijst van ellende die dit met zich meebrengt. Je wordt niet alleen sneller ziek, je krijgt op den duur ook sneller rimpels, stijvere bloedvaten een verhoogde bloeddruk, staar, schade aan de zenuwen, een mindere werking van de nieren, vervetting van de lever etc.</p>
<p>Ook wijzen zij erop dat suiker leidt tot de aanmaak van een soort groeihormoon: IGF . Dat stofje zorgt niet alleen voor een snellere veroudering maar verhoogt ook de kans op het ontstaan van kankercellen. En die kankercellen, die voeden zich weer met suiker. Hoera!</p>
<p>Niet snoepen is dus het devies. Maar de adviezen van beide auteurs gaan nog verder. Ze vinden niet alleen dat je snoep, frisdranken, yoghurtdrankjes en allerlei zoet broodbeleg veel vaker zou moeten laten staan, maar ook hele basale voedingsmiddelen zoals aardappels, brood, pasta en rijst (en zeker de witte varianten hiervan)– deze bevatten namelijk suikers maar dan in de vorm van zetmeel.</p>
<p>Dit advies – eet weinig tot geen aardappels, pasta en rijst -is opmerkelijk. Zij zetten zich&nbsp; daarmee lijnrecht af tegen adviezen van bijvoorbeeld het Nederlandse Voedingscentrum dat stelt dat een gemiddelde Nederlander per dag zo’n zes tot zeven boterhammen zou moeten eten en vier tot vijf opscheplepels pasta, rijst of aardappelen.</p>
<p>‘Ik begrijp dat mensen schrikken van dit advies’, zegt Verburgh. ‘Aardappels zijn ons basisvoedsel. Dat wij denken dat dat gezond is komt omdat wij ons indirect veel te veel laten adviseren door lobbyclubs van de landbouwindustrie. Maar we zouden juist moeten luisteren naar échte experts zoals Walter Willet ( Harvard) of Cynthia Kenyon ( Universiteit van Californie) die op grond van zeer gedegen onderzoek stellen dat de voedselpiramides of voedselschijven die in de meeste westerse landen worden gebruikt, sterk achterhaald zijn. In de nieuwe voedselpiramide van de Universiteit Harvard – die formeel <i>niet</i> is overgenomen door de Amerikaanse staat &#8211; zijn wit brood, pasta en aardappels al verbannen naar het hoekje van de frisdranken en taartjes. Het zijn producten die je heel weinig zou moeten eten. En dat advies geldt niet alleen voor volwassenen. Het geldt ook voor kinderen en sporters.’</p>
<p>De Leth heeft het in zijn boek óók over de invloed van lobbyorganisaties. Fijntjes wijst hij er op dat de voornaamste adviseur van het Nederlandse Voedingscentrum,&nbsp; de Universiteit van Wageningen namelijk,&nbsp; voor haar onderzoek zeer sterk afhankelijk is van subsidies van tal van bedrijven en instanties zoals bijvoorbeeld Unilever, Heintz, LU, de Nedelandse Zuivelorganisatie, Smiths etc.</p>
<p>Waar dat toe kan leiden bleek recentelijk nog uit het conflict dat ontstond tussen Wageningse onderzoekers en de eerder genoemde Walter Willet. Deze professor uit Harvard vond dat de Wageningers véél te rooskleurige conclusies trokken uit hun gedane onderzoek naar de gezondheidseffecten van het drinken van melk.</p>
<p>En daarmee zijn we beland bij het volgende heilige huisje waar zowel Verburh als De Leth tegenaan schoppen: melk. In navolging van Willet – en in tegenstelling tot wat de Universiteit van Wageningen en het voedingscentrum beweren &#8211; zeggen ze allebei dat we ook deze drank zouden moeten laten staan en moeten vervangen door bijvoorbeeld gemberthee, witte thee, kruidenthee, vergeperst vruchtensap, groentesap en water.</p>
<p>Maar moeten kinderen dan geen melk drinken om sterke botten te krijgen? Hoe zit dat dan met de calcium?&nbsp; Volgens Verburgh blijkt uit heel veel onderzoek dat je voor sterke botten juist veel groente moet eten en géén melk moet drinken. Sterker nog: botontkalking komt in ‘Nederland- zuivelland’ het meeste voor. ‘Melk breekt het bot juist af’, schrijft De Leth. Verburgh:&nbsp; ‘Zuivelproducten verhogen onder meer de kans op : parkinson, osteoporose, prostaatkanker en ovariumkanker en ongezonde darmen’. Wat de zuivel betreft maakt hij&nbsp; een uitzondering voor kazen.</p>
<p>Waar beide schrijvers het hartgrondig over eens zijn is dat als we de gezondheidszorg&nbsp; ook voor onze kinderen nog een beetje betaalbaar willen houden, de medische wetenschap echt een ander straatje zal moeten gaan inslaan. We moeten onze energie gaan steken in het voorkomen van ziekte en niet, zoals Verburgh stelt,&nbsp; ‘in het herkennen van ziekten als het feitelijk al te laat is’. ‘Artsen zien het maken van een mammografie als een vorm van preventie’, zegt hij. ‘Maar dat is het niet. Je spoort een ziekte alleen iets eerder op. Artsen zouden moeten voorkomen dat iemand ziek wordt. Op de huidige opleiding is dit onderdeel helemaal onderbelicht. Tijdens onze zevenjarige opleiding geneeskunde in België krijg je hooguit een half uur iets over voeding te horen. En in Nederland is het niet veel beter.’ ‘Mensen realiseren zich niet dat aan een chronische ziekte vaak 30 jaar ongezond leven vooraf gaat’, zegt De Leth. ‘Als wij willen voorkomen dat deze generatie kinderen op jongere leeftijd sterft dan wij, of veel meer jaren chronisch ziek is, dan zullen we nu echt in actie moeten komen.’</p>
<p>Ze pleiten allebei voor meer en intelligentere voorlichting over voeding. Verburgh: ‘Artsen en andere voorlichtende instanties denken dat de meeste mensen te dom zijn om iets van voeding te snappen. En daarom praten ze als een oma tegen haar kleinkinderen: “eet meer groentjes”. Maar daar bereik je niks mee. Je moet mensen vertellen welke gezondheidswinst ze precies kunnen behalen als ze iedere dag een glaasje versgeperst vruchtensap drinken bijvoorbeeld: 76 procent minder kans op Alzheimer namelijk. Of wat de kansen zijn om kanker te ontwikkelen als ze veel suiker eten. Maar ook dat ze véél ouder kunnen worden als ze 25% minder zouden eten dan de aanbevolen hoeveelheid calorieën. ( zie kader 2)’</p>
<p>Zijn er ook positieve ontwikkelingen? ‘Jawel’, zegt Verburgh. ‘Mensen zijn zich iets meer bewust van het belang van beweging en ook in tijdschriften is er meer aandacht voor voeding.’ De Leth: ‘Er is wel een kentering gaande. Nu de kosten van de gezondheidszorg de pan uit reizen begint men zich steeds vaker te realiseren dat de weg die we nu zijn ingeslagen dood loopt. Dat is goed, want dat leidt weer tot nieuwe wegen.’</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>KADER 1</b></p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p><b>Tips voor iedereen die nu alvast wil weten wat het voedingscentrum over vijftien jaar waarschijnlijk zal gaan aanraden:</b></p>
<p>Verburgh komt met een <i>voedselzandloper</i>: producten waar je meer en waar je minder van moet eten. De Leth heeft het over <i>nutriënten, </i>die energie geven en <i>antinutriënten, </i>die energie roven. Hij stelt dat als je gezond bent, zo’n&nbsp; 75% van je voeding uit nutriënten zou moeten bestaan en maximaal 25 % uit antinutriënten. Beide schrijvers leggen wat verschillende accenten maar in grote lijnen komt het neer op het volgende:<b></b></p>
<ul>
<li>Drink groene thee, kruidenthee, veel water, versgeperst vruchtensap of groentesap, amandel-, rijste- of soja-melk en (niet te veel) koffie</li>
<li>Vervang je broodmaaltijd zoveel mogelijke door: havermoutpap gemaakt van soja-, amandel- of rijstemelk, aangevuld met verse of gedroogde vruchten en eventueel wat noten en zaden ( walnoten en amandelen) of pure chocola.</li>
<li>Eet veel verschillende soorten (biologische) groente en fruit, paddenstoelen en peulvruchten</li>
<li>Eet biologisch vlees – het liefst niet al te vet ( geen varken, wel kip), niet te rood en niet al te veel, eet regelmatig (vette) vis, eieren, kaas</li>
<li>Eet goede vetten: olijfolie, walnootolie, lijnzaadolie</li>
<li>Gebruik veel kruiden ( oregano, peterselie, kurkuma (zit in kerrie), tijm, rozemarijn, basilicum, munt, marjolein).</li>
<li>Gebruik slimme voedingssupplementen: vitamine d (50 <i>micro</i>gram per dag), magnesium ( en dan <i>geen</i> magnesiumoxide want dat is slecht opneembaar – 300 a 600 mg per dag), een goede multivitamine (met B-complex), selenium ( max 100 <i>micro</i>gram) en jodium (max 200 <i>micro</i>gram er dag). Dit zijn bijna allemaal stoffen waarvan zelfs het Voedingscentrum zegt dat we er niet genoeg van binnenkrijgen, zelfs als je dagelijks helemaal volgens de ‘gezonde’ richtlijnen eet.</li>
</ul>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Vermijd: </b></p>
<ul>
<li>Frisdranken, drinkyoghurt, melk en niet-versgeperste sappen</li>
<li>‘Light’ producten (aspartaam)</li>
<li>(Wit) brood, aardappels, witte pasta en witte rijst</li>
<li>Snacks ( patat, pizza etc),&nbsp; koek en snoep</li>
<li>Vet, niet-biologisch vlees ( varken)</li>
<li>Margarine, maisolie, zonnebloemolie, transvetten</li>
<li>Suiker</li>
<li>Voor zover mogelijk: medicijnen ( altijd in overleg met een arts natuurlijk). Denk hierbij ook aan pijnstillers zoals paracetamol en ‘de pil’</li>
</ul>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Allebei de schrijvers hameren ook op het volgende:</b></p>
<p>Beweeg regelmatig en zorg dat je je stress binnen de perken houdt; meditatie is een goed hulpmiddel.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>KADER 2</b></p>
<p><b>Echt oud worden door weinig eten</b></p>
<p>Als je echt heel oud zou willen worden zou je 25% minder dan de aanbevolen hoeveelheid calorieën moeten eten. Voor een vrouw komt dit neer op 1500 ipv 2000 calorieën.&nbsp; Je lichaam komt dan in een soort spaarstand terecht dat er uiteindelijk toe leidt dat je cellen beter onderhouden worden.&nbsp; Gezonde voeding is volgens Verburgh al een soort calorierestrictie omdat gezonde voeding van zichzelf weinig calorieën bevat (maar wel vitaminen, mineralen en flavonoiden), veel vezels waardoor je minder snel honger hebt en ook vaak stoffen bevat die er voor zorgen dat je metabolisme wat sneller gaat werken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>KADER 3</b></p>
<p><b>Discussie: wat geef je je kinderen mee naar school?</b></p>
<p>Verburgh vindt dat als je voor de lunch op school toch besluit brood mee te geven aan je kind,&nbsp; je het beste kunt kiezen voor volkoren brood – geen bruin brood en zeker geen wit. Dit vul je aan met groenten, peulvruchten ( denk ook aan humus bijvoorbeeld), pure chocolade, noten of fruit. Datzelfde geldt overigens ook voor het eten van pasta; als je het eet, kies dan de volkoren variant. Hij baseert zich daarbij voornamelijk op de voedselpiramide van Harvard die stelt dat volkorenproducten in beperkte mate gegeten kunnen worden.</p>
<p>De Leth gaat nog een stap verder en wijst in zijn boek op allerlei schadelijke stoffen &#8211; ‘antinutriënten’ – in brood en met name in volkorenbrood. Hij zegt dat als je per sé brood wilt eten je beter kunt kiezen voor twee dunne sneetjes wit brood die je vervolgens rijkelijk belegd met rauwkost, mager vlees of een goed gevulde salade, eventueel aangevuld met groentesap en fruit.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>KADER 4</b></p>
<p><b>Meer lezen:</b></p>
<p>De genoemde boeken zijn veel te gedetailleerd om uitgebreid te behandelen. Wie precies wil weten hoe het zit en waar beide geneesheren hun verhaal op baseren doet er goed aan een van de boeken te lezen. Ze zijn beiden goed toegankelijk:</p>
<p>Kris Verburgh: ‘De voedselzandloper – over afvallen en langer jong blijven’</p>
<p>Uitgeverij&nbsp; Bert Bakker</p>
<p>Zie ook: <a href="http://www.voedselzandloper.com">www.voedselzandloper.com</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Richard de Leth: ‘OERsterk &#8211; Gezond, fit en slank volgens de natuur: dé totaalaanpak naar optimale gezondheid en vitaliteit’</p>
<p>Uitgeverij De Leth</p>
<p>Zie ook: <a href="http://www.oersterk.nu">www.oersterk.nu</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/suiker-de-witte-sloper/">Suiker, de witte sloper</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/suiker-de-witte-sloper/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Mindfulness op de basisschool</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/mindfulness-op-de-basisschool/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/mindfulness-op-de-basisschool/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:30:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[NRC Handelsblad]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=391</guid>

					<description><![CDATA[<p>NRC-next september 2011 “Ik zit even in mijn stille lichaam” ‘Ik haat mijn zusje. Ik ben heel snel geïrriteerd door haar. Dan ga ik naar boven en gooi de deur van mijn kamer dicht. Daar probeer ik mezelf rustig te maken. Het helpt wel. Ik ga haar dan minder uitschelden.’ Bibi is 10 en zit [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/mindfulness-op-de-basisschool/">Mindfulness op de basisschool</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><b>NRC-next september 2011</b></p>
<p><i>“Ik zit even in mijn stille lichaam”</i></p>
<p>‘Ik haat mijn zusje. Ik ben heel snel geïrriteerd door haar. Dan ga ik naar boven en gooi de deur van mijn kamer dicht. Daar probeer ik mezelf rustig te maken. Het helpt wel. Ik ga haar dan minder uitschelden.’ Bibi is 10 en zit in groep 7 van de Willem-Alexanderschool in Bergen. Vorig schooljaar volgde zij samen met haar klasgenoten de cursus ‘MindfulKids’ bij&nbsp; George Langenberg. Dat Bibi tegenwoordig niet meer zo héél hard schreeuwt tegen haar zusje heeft ze te danken aan die cursus, zegt ze.</p>
<p>Vandaag krijgt Bibi’s klas een opfrisles. Langenberg vraagt de kinderen hun aandacht te richten op hun ‘stille lichaam’. Na een kleine herinnering – ‘wat doen we dan ook alweer?’ &#8211; gaan de kinderen geroutineerd rechtop zitten. Sommigen doen hun ogen dicht, anderen kijken glazig voor zich uit. Ze horen het geluid van een gong. Langenberg vraagt de kinderen hun aandacht te richten op hun voeten – ‘zijn ze warm of koud?’ – op hun benen, hun schouders – ‘zijn ze gespannen of ontspannen?’ – hun armen, hun hoofd – ‘is het prettig wat je voelt? Of onprettig? En als het onprettig is, kun je dan nog even voelen hoe dit dan is?’ Hij merkt op dat als het stil is de meeste mensen merken dat ze allerlei gedachten hebben – ‘kun je naar je gedachten kijken?’ En dan is daar weer de gong.</p>
<p>MindfulKids is een op kinderen toegesneden versie van de populaire mindfulness-cursus voor volwassenen. Het leert kinderen bewuster met hun aandacht omgaan. Ze leren dat je die aandacht kunt richten; op je teen bijvoorbeeld. En dat je hem kan verplaatsen; van je teen naar je kuit of van je (pieker)gedachten naar dat ‘ballonnetje in je buik’ ofwel je ademhaling . Door er veel mee te oefenen kun je je aandacht &nbsp;ook leren te verlengen.</p>
<p>De achterliggende gedachte van deze training is dat je met die gerichte aandacht beter kunt observeren wat er gaande is in je lichaam – buikpijn, hoofdpijn, een zenuwachtig gevoel.&nbsp; Uit wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van Mindfulness blijkt dat als je emoties of fysieke pijn met ‘open aandacht’ meer ‘ruimte’ geeft – ‘ok, ik ben nu zenuwachtig, dat gevoel mag er zijn; ik hoef het niet te bestrijden’ &#8211; , je de effecten ervan kunt verzachten. &nbsp;Daarnaast kan deze opmerkzaamheid er voor zorgen dat je bewuster met die pijn of emoties omgaat: ‘ik merk dat ik piekergedachten heb, maar nu ga ik mijn aandacht even op iets anders richten; mijn ademhaling bijvoorbeeld’. Of in het geval van Bibi: ‘ik merk dat ik razend ben op mijn zusje maar nu ga ik even “in mijn stille lichaam” om vandaar uit te beslissen of ik nog harder tegen haar zal gaan gillen.’</p>
<p>Het succes van de Mindfulness-cursussen voor volwassenen ( zie kaders) heeft geleid tot een wildgroei aan initiatieven voor kinderen; &nbsp;‘Mindful Schools’, ‘Mindfulness voor kinderen’, ‘Mindfulness-kids’, MindfulKids. Deze kindercursussen zijn, in tegenstelling tot de volwassenencursus, niet geprotocoliseerd en gaan wat aanpak betreft vele kanten op – van droog theoretisch tot aura’s voelen. De MindfulKids-training is tot nu toe de enige kindercursus waarvan de effecten wetenschappelijk zijn onderbouwd. Psycholoog Eva van de Weijer Bergsma en de aan de UvA verbonden hoogleraar Orthopedagogiek Susan Bögels deden onderzoek op drie verschillende scholen – een ‘witte’, een ‘zwarte’ en een ‘gemengde’ – en concludeerden dat de effecten van deze cursus ‘zeer veelbelovend’ zijn, met name bij de kinderen die het het meest nodig lijken te hebben.&nbsp; Deze kwetsbare groep bleek na de training minder te piekeren,was beter in staat de eigen emoties te herkennen en te benoemen, had meer aandacht voor emoties van anderen, voelde zich gelukkiger, en had het gevoel meer grip te hebben op het leven dan vergelijkbare kinderen in de controlegroep. Dit effect was na acht weken nog steeds meetbaar en werd ook beaamd door de ouders. Zij vonden hun kinderen minder angstig,&nbsp; minder agressief, en sociaal vaardiger. Slechte slapers sliepen beter en kinderen met veel nachtmerries hadden er minder last van. Verder gold voor de hele groep – dus ook de minder kwetsbaren &#8211;&nbsp; dat zij zich na acht weken iets minder vaak agressief gedroegen en minder teruggetrokken gedrag vertoonden.</p>
<p>Vincent is 11 en merkt dat hij door de cursus minder vaak is afgeleid. ‘Als ik een oefening moest maken in de les dan ging ik na tien minuten meestal wat om me heen kijken. Op de klok, of naar degene die achter me zat te praten bijvoorbeeld. Nu geef ik wat minder toe aan die afleiding. Door die oefeningen van MindfulKids lukt me dat beter. Mijn werk is nu sneller klaar.’ Rick, ook 11, vond de cursus in het begin nogal stom en saai maar ‘later werd het wel leuk’.&nbsp; Heeft hij iets aan de cursus gehad? ‘Betere concentratie’ zegt hij kort. Sommige kinderen gaan er thuis fanatiek mee aan de slag. ‘Ik sprak laatst een moeder’, zegt juf Sasja Peper, ‘en die vertelde dat haar dochter maar niet uit de badkamer kwam. Toen ze ging kijken vond ze het meisje in kleermakerszit onder de douche.&nbsp; “Ik zit even in mijn stille lichaam”, zei ze.’</p>
<p>Meester George is aangekomen bij de tweede en laatste oefening van zijn half uur durende les. Hij tekent een envelop op het bord met een hart er door heen. ‘Wie weet nog wat dit is?’ Massaal schieten de vingers de lucht in. Het blijkt de hartenwens te zijn, een vriendelijke wens die je in gedachte naar jezelf stuurt. ‘Is dat die wens dat je een rode fiets krijgt voor je verjaardag?’, vraagt Langenberg. De kinderen schudden hun hoofd. ‘Nee hè, het is een compliment aan jezelf.’ De kinderen gaan weer zitten in hun stille lichaam. Langenberg vraagt ze hun aandacht te richten op hun hart, ‘de plek waar vriendelijkheid woont’. ‘Neem jezelf in gedachte, denk bijvoorbeeld aan je spiegelbeeld, en glimlach eens naar jezelf. Kijk nu of er een hartenwens is die je jezelf wilt sturen.’</p>
<p>‘Toen ik mijn hart voelde moest ik lachen’ zegt een meisje na afloop. ‘Ik zag allemaal kleuren voor mijn ogen. Ik wou ze open doen maar ze bleven dicht’, zegt een ander. ‘Wie vond het moeilijk een compliment aan zichzelf te geven?’ vraagt Langenberg. Een paar kinderen steken hun vinger op.</p>
<p>‘Kinderen lijden aan een soort infobesitas’, zegt Langenberg. ‘Dingen als Facebook, Twitter,&nbsp; de permanente bereikbaarheid per telefoon, virtuele spellen, het zijn allemaal zaken die er toe leiden dat je steeds verder van jezelf komt te staan. Je wordt eigenlijk permanent geconfronteerd met vragen als:&nbsp; Wat doen anderen? Hoe zien anderen mij? Wat willen anderen van mij? Met de oefeningen van Mindfulkids hopen we ze meer vertrouwd te maken met de stilte, een krachtig middel om weer dichter bij jezelf te komen. Ik zie het echt als een antidotum.’ Bianca Koomen, directeur van de Willem- Alexanderschool beaamt dit. ‘Ik zie het ook als een tegenwicht voor de huidige prestatiecultuur en de toegenomen druk die wordt uitgeoefend op kinderen; niet alleen op school, maar ook bij het sporten en die&nbsp; tal van andere hobbyclubjes waar de kinderen op zitten. Met deze cursus creëer je een evenwichtiger pedagogisch klimaat. Als de CITO-scores daarvan meeprofiteren, dan is dat meegenomen. Maar dat is niet waar het ons om te doen is. We willen onze kinderen een ervaring meegeven voor het leven.’</p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p><b>KADERS</b></p>
<p><b>Mindfulness </b>Op een cursus mindfulness leer je als volwassene om met meer aandacht te leven om zo je kwaliteit van leven te verhogen. Vaststaande onderdelen van de door Jon Kabat Zinn ontwikkelde cursus zijn: &nbsp;&nbsp;aandachts- en concentratieoefeningen, bewegingsoefeningen (vormen van Yoga)en zit- en loopmeditatie. Wetenschappelijk onderzoek van onder andere Lizabeth Roemer van de&nbsp; University of Massachusetts ( 2008) en van Alberto Chiesa en Alessandro Seretti, psychiaters aan de Universiteit van Bologna (2009), laat zien dat zowel de mensen met milde vormen van stress, &nbsp;als mensen met angststoornissen en depressies baat hebben bij deze cursus.</p>
<p>Voor meer informatie over mindfulness- cursussen en de wetenschappelijke aangetoonde effecten ervan zie: <a href="http://www.aandachttraining.info">www.aandachttraining.info</a>.</p>
<p><b>Mindfull-parenting</b> Voor ouders die veel stress ervaren bij het opvoeden van kinderen zijn er speciale ‘mindful-parenting’ cursussen. Voor meer informatie over mindful-parenting zie <a href="http://www.uva-virenze.nl">www.uva-virenze.nl</a></p>
<p><b>Populariteit mindfulness&nbsp; </b>Er is geen officiële instelling die bijhoudt hoeveel cursussen er gegeven worden. Momenteel zijn er tussen de 200 en 300 officieel gecertificeerde mindfulness-trainers in Nederland en komen er nog steeds trainers bij. Tot nu toe zijn hun trainingen gevuld. Dat betekent dat naar schatting zo’n 10.000 mensen per jaar een cursus volgen. Volgens Rob Brandsma, mindfulness-trainer en oprichter van de informatiesite aandachttraining.info zijn dat niet alleen mensen die worstelen met emotionele problemen – stress, angst, depressie &#8211;&nbsp; maar steeds vaker ook mensen die hun kwaliteit van leven willen verbeteren.</p>
<p><b>MindfulKids</b> is een mindfulnesstraining voor kinderen dat in samenwerking met &nbsp;het Academisch Behandelcentrum voor Ouder en Kind van de Universiteit van Amsterdam ‘UvA-Virenze’, werd ontwikkeld door de GZ-psycholoog en mindfulness-trainer Rob Brandsma en mindfulness-trainer en oud-leerkracht George Langenberg. De cursussen worden aangeboden aan kinderen van groep 5 tot en met 8. De klassen krijgen dan gedurende zes weken, twee keer per week een half uur les. Tijdens zo’n les is het de bedoeling dat ook de leerkracht mee doet en dat hij of zij gedurende de looptijd dagelijks een korte aandachtsoefening van vijf minuten doet met de klas. Meer informatie:&nbsp; <a href="http://www.mindfulkids.nl">www.mindfulkids.nl</a></p>
<p><b>Congres. </b>Op 27 september vindt het congres ‘Mindfulness voor ouders en kinderen’ plaats. Tijdens dit congres wordt ingegaan op ervaringen met,&nbsp; en toepassingsmogelijkheden van mindfulness binnen de GGZ, de jeugdzorg en op scholen.</p>
<p>Meer informatie: <a href="http://www.bsl.nl/mindfulness">www.bsl.nl/mindfulness</a></p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p><b>Meer lezen: </b></p>
<p>Susan Kaiser Greenland: Mindfulness voor je kind . Uitgeverij Ten Have ISBN 9789025960834</p>
<p>Jon en Myla Kabat-Zinn:&nbsp; ‘Met kinderen groeien- Over aandacht in opvoeding en gezin’ Uitgeverij Asoka&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ISBN 978 90 5670 046 1</p>
<p>Jon Kabat-Zinn: ‘Waar je ook gaat, daar ben je’&nbsp;&nbsp; Uitgeverij Servire&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ISBN:&nbsp; 9789021545677</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/mindfulness-op-de-basisschool/">Mindfulness op de basisschool</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/mindfulness-op-de-basisschool/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Vitamine D &#8211; veel belangrijker dan gedacht</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/vitamine-d-veel-belangrijker-dan-gedacht/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/vitamine-d-veel-belangrijker-dan-gedacht/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:25:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=387</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM september 2010 Je huid maakt het aan in de zon en het zit in vette vis en in boter: vitamine D. Niet alleen belangrijk voor sterke botten maar misschien ook wel een zwaargewicht in de strijd tegen een aanzienlijke rij welvaartsziekten waaronder kanker. ‘Neem ’s avonds voor het slapen gaan, een lepel Draisma levertraan’. [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/vitamine-d-veel-belangrijker-dan-gedacht/">Vitamine D &#8211; veel belangrijker dan gedacht</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>JM september 2010</p>
<p><i>Je huid maakt het aan in de zon en het zit in vette vis en in boter: vitamine D. Niet alleen belangrijk voor sterke botten maar misschien ook wel een zwaargewicht in de strijd tegen een aanzienlijke rij welvaartsziekten waaronder kanker. </i></p>
<p>‘Neem ’s avonds voor het slapen gaan, een lepel Draisma levertraan’. Het moet een beruchte slogan geweest zijn in de jaren ’50 en ’60 – als je de verhalen moet geloven is levertraan echt om van over je nek te gaan.</p>
<p>Smerig of niet,&nbsp; de commerciële boodschap van mijnheer Draisma was geen onzin. Levertraan bevat namelijk heel veel vitamine D. En de bewijzen stapelen zich op dat vitamine D nog véél belangrijker is voor kinderen én volwassenen dan tot nu toe werd gedacht. Werd tot zo’n vijf jaar geleden nog vooral gewezen op het belang er van voor sterke botten – denk aan de plaatjes van kinderen met kromme benen (rachitis)- , nu wordt een tekort aan vitamine D ook&nbsp; in verband gebracht met het ontstaan van allerlei zeer spraakmakende ziektes:&nbsp; kanker – met name borst-, darm- en eierstokkanker &#8211; , diabetes, auto-immuunziekten zoals Multiple Sclerose, depressie, hoge bloeddruk, miskramen maar ook griep.</p>
<p>De claims zijn niet kinderachtig. Enkele getallen:</p>
<ul>
<li>Als jonge meisjes tussen de&nbsp;&nbsp;10 en 19 jaar genoeg vitamine D binnen zouden krijgen&nbsp; zou je op de lange termijn 35% minder&nbsp; borstkankerpatiënten hebben&nbsp; .</li>
<li>Uit een Amerikaans onderzoek&nbsp;gehouden onder 1180 vrouwen bleek dat de kans op borstkanker met 77% omlaag ging als ze genoeg vitamine D tot zich namen</li>
<li>Uit Fins onderzoek bleek dat&nbsp;kinderen 78% minder kans hadden om diabetes type 1 te ontwikkelen als zij &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; als baby genoeg&nbsp; vitamine D kregen.&nbsp;&nbsp;Ander onderzoek toont aan dat mensen met de hoogste vitamine-D waarden in &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; hun bloed maar liefst 40% minder kans hebben op het ontwikkelen van&nbsp;diabetes type 2.</li>
<li>Recent Europees onderzoek&nbsp;liet zien dat mensen met de hoogste concentratie vitamine D in hun bloed,&nbsp;&nbsp;40% minder kans hebben op het krijgen van darmkanker.</li>
<li>In april dit jaar toonde een onderzoek uit Japan aan dat vitamine D suppletie de kans op influenza A (griep ) bij schoolgaande kinderen met maar liefst 40% kan &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; verkleinen.</li>
</ul>
<p>Allemaal massaal aan de vitamine D zou je dus denken. Maar daar is niet iedereen het mee eens. Wetenschappers verschillen van mening over twee zaken: is de lage vitamine- D-status van de zieke mensen daadwerkelijk de oorzaak van hun ziekte of gewoon een toevallige bijkomstigheid? En op de tweede plaats: moeten we op grond van wat we nu meten, concluderen dat de vitamine D-bloedwaarden die wij nu nog als normaal bestempelen, te laag zijn?</p>
<p>De aan de Boston University Medical Center verbonden professor&nbsp; Michael Hollick en professor Walter Willet van de Harvard School of Public Health – beiden vooraanstaande vitamine D onderzoekers -, behoren tot de groep wetenschappers die de bewijzen hard genoeg vinden om te concluderen dat we inderdaad massaal aan de vitamine D moeten. Wil je de bloedwaarde die zij aanraden halen, dan zou je&nbsp; als volwassene 50 microgram en als kind 25 microgram vitamine D per dag binnen moeten krijgen – respectievelijk 10 maal en vijf maal de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid in Nederland.</p>
<p>De Nederlandse Gezondheidsraad behoort tot de groep die vindt dat er nog niet genoeg bewijs is om zulke harde conclusies te trekken. Zij erkennen officieel alleen het belang van vitamine D ter voorkoming van Rachitis – ook wel Engelse ziekte genoemd – en ter verkleining van de kans op botbreuken bij oudere mensen. Hiervoor zijn veel lagere doses voldoende.</p>
<p>Toch is er wel sprake van een trendbreuk in Nederland. Eind augustus publiceerde&nbsp; het Koningin Welhelmina Fonds een rapport waarin het&nbsp; in tegenstelling tot voorheen, mensen aanraadt om tussen 12 en 3 uur ‘s middags juist wél even de zon op te zoeken – niet te lang en alleen armen en benen en gezicht, maar toch. Dit omdat ‘zonlicht positief gerelateerd is aan een lagere kans op borstkanker, dikkedarm- en prostaatkanker. Dit kan komen doordat vitamine D via zonlicht in de huid wordt aangemaakt’, aldus het KWF. Verderop in het persbericht schrijven zij dat het nog onbekend is <strong>‘</strong>welk vitamine D-peil minimaal nodig is voor een gunstig effect op het kankerrisico’.</p>
<p>Ook professor Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, voorzitter van het Koninklijk Nederlands Medisch Genootschap en hoogleraar interne geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht, pleitte onlangs op een groot Europees congres &#8211; ‘Call for action’ &#8211; voor meer aandacht voor vitamine D. Dit omdat ‘de aanwijzingen steeds duidelijker zijn dat vitamine D bij een groot aantal ziekten beschermend werkt’. Hij vindt de huidige minimale vitamine-D bloedwaarden die de Gezondheidraad officieel propageert&nbsp; &#8211; 50 nmol per liter -aan de conservatieve kant. Dat zou volgens hem best opgeschroefd mogen worden naar minimaal 75 nmol per liter.</p>
<p>Het gekke is dat lange tijd heel erg gewaarschuwd werd voor de risico’s van vitamine D. Van te veel zou je namelijk allerlei vreselijke vergiftigingsverschijnselen krijgen. Multivitaminepillen mogen om die reden slechts 5 microgram vitamine D bevatten. ‘Onzin’, vindt Kruseman.&nbsp; Voordat vitamine D giftig wordt moet je volgens hem&nbsp; echt veel en veel meer slikken dan de 50 microgram die wij in Nederland als bovengrens hanteren. Daar kom je echt niet zo snel aan.</p>
<p>Het omgekeerde is eerder waar: onderzoek toonde aan dat 70% van de Amerikaanse kinderen te weinig vitamine D in zijn bloed heeft. En uit een recent onderzoek in Amersfoort onder 300 dikke kinderen, bleek hetzelfde – zelfs als de conservatieve minimumwaarde van 50 nmol per liter werd gehanteerd. Dat het hier om dikke kinderen gaat kan een enigszins vertekend beeld geven – zij hebben eerder een vitamine D tekort dan dunne kinderen &#8211; maar volgens professor Kruseman mag je op grond van deze cijfers er gerust van uitgaan dat 50% van de kinderen in Nederland een tekort aan vitamine D heeft.</p>
<p>Dat is een zorgelijk gegeven en niet alleen omdat kinderen daardoor minder sterke botten krijgen. Volgens Kruseman kun je stellen dat áls de sterke verbanden tussen vitamine D en bepaalde vormen kanker daadwerkelijk <i>oorzakelijke</i> verbanden blijken te zijn, een tekort aan vitamine D bij kinderen uiteindelijk hun kans op het krijgen van deze vormen kanker op latere leeftijd vergroot . ‘Men vergeet vaak dat het ontstaan van kanker een proces van zeer vele jaren is. Wil je dat proces proberen tegen te gaan dan zul je al op jonge leeftijd moeten beginnen.’</p>
<p>Om te zorgen voor meer vitamine D in het bloed van onze kinderen zouden we ze op de eerste plaatst wat vaker&nbsp; achter de TV of de computer moeten wegsleuren; hup de zon in.&nbsp; Daarnaast is het verstandig om regelmatig vette vis te eten: haring, zalm, paling. En smeer boter op hun brood. Margarine kan ook – daar is vitamine D aan toegevoegd. In de wintermaanden wordt het lastig om genoeg binnen te krijgen omdat de zon op onze breedtegraad lang niet de vitamine D kan leveren die we nodig hebben. Je kunt dan overwegen je kinderen vitamine pilletjes of druppels te geven. De gezondheidraad vindt dat voor kinderen boven de vier jaar vooralsnog niet nodig. Maar als de enthousiaste berichten over vitamine D zich in dit tempo doorzetten zouden we onszelf nog weleens voor de kop kunnen slaan dat we niet eerder tot actie zijn overgegaan. Overweeg eens een fles levertraan!</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Meer lezen: <a href="http://www.sunlightresearchforum.eu">www.sunlightresearchforum.eu</a></p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/vitamine-d-veel-belangrijker-dan-gedacht/">Vitamine D &#8211; veel belangrijker dan gedacht</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/vitamine-d-veel-belangrijker-dan-gedacht/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Je weet toch wel hoe het hoort?!</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/je-weet-toch-wel-hoe-het-hoort/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/je-weet-toch-wel-hoe-het-hoort/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:13:05 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=385</guid>

					<description><![CDATA[<p>‘Hebben jullie weleens van non-verbale communicatie gehoord?’,&#160; vraag ik mijn oudste twee jongens, 11 en 14.&#160; Zij zitten onderuitgezakt een beetje halfslachtig in het eten te prikken waar ik net drie kwartier voor in de keuken heb gestaan. Hun vork houden ze losjes vast tussen alleen duim en wijsvinger helemaal aan het uiteinde van de [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/je-weet-toch-wel-hoe-het-hoort/">Je weet toch wel hoe het hoort?!</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>‘Hebben jullie weleens van non-verbale communicatie gehoord?’,&nbsp; vraag ik mijn oudste twee jongens, 11 en 14.&nbsp; Zij zitten onderuitgezakt een beetje halfslachtig in het eten te prikken waar ik net drie kwartier voor in de keuken heb gestaan. Hun vork houden ze losjes vast tussen alleen duim en wijsvinger helemaal aan het uiteinde van de steel. ‘Non-verbale – wat?’&nbsp; Nee dus. Ik zak onderuit,&nbsp; pak&nbsp; mijn vork op dezelfde manier vast, laat hem een paar keer lusteloos opwippen uit mijn aardappel en kijk ze aan. De boodschap is duidelijk. ‘Oh ja, huhuh’</p>
<p>Ik had nog geen kinderen maar was er wel van onder de indruk: de volgens filmrecensenten “beschamende therapiefilm”&nbsp; ‘My Life’. De film gaat over de terminale kankerpatiënt Brian Jones ( Michael Keaton) die video-boodschappen gaat maken voor zijn nog ongeboren kind. Daarin leert ie zijn zoontje – want dat wordt het &#8211;&nbsp;&nbsp; bijvoorbeeld hoe hij zich later moet scheren:&nbsp; ‘je kan kiezen voor een opwaartse beweging – kijk, zo – of voor een neerwaarste beweging – zo’. &nbsp;Maar hij leert hem ook hoe hij&nbsp; zich moet gedragen als hij naar een feestje gaat: &nbsp;‘Er zijn twee manieren waarop je de kamer kunt binnen lopen. Dit is de goede manier’ – hij loopt met krachtige passen en een uitgestoken hand regelrecht op de gastheer af en zegt ‘Hi, I’m Brian Jones’. ‘En dit is wat je nóóit moet doen’ – hij kijkt met kromme schouders schuchter om zich heen en loopt heel verlegen en onhandig naar de gastheer toe en zegt zacht ‘hi, I’m Brian Jones’. ‘Nooit’, zegt hij stellig en kijkt met dwingende blik in de camera.</p>
<p>Het is met name deze scene die me lang is bijgebleven. Vreselijk Amerikaans natuurlijk, maar wat had ik het heerlijk gevonden als mijn ouders mij dit soort duidelijke instructies hadden gegeven. Dus niet een plotselinge dwingende ‘je weet toch wel hoe het hoort’- blik als je vergat hun ‘kennis’ een hand te geven. Maar gewoon: hoe geef je een goede hand? Wanneer is dat wel nodig en wanneer niet? Wat doe je als je op een klein feestje komt? Ga je dan bij iedereen langs – en zeg je bij steeds weer je vóór- en achternaam &#8211;&nbsp; of steek je luchtig je hand op en roep je vrolijk ‘hallo’? En inderdaad, hoe hou je je lijf. Ooit heeft een mensendiecktherapeut mij heel duidelijk laten zien én voelen wat&nbsp; het effect is als je je schouders naar beneden laat zakken en je hoofd recht op je nek zet in plaats van tien centimeter daarvoor. ‘Dan lopen ze niet meer zomaar bij je binnnen’, sprak ze vrolijk. En inderdaad, je straalt iets zelfverzekerds uit en je stelt je niet voor álles open.</p>
<p>Juist dit soort details, die verder gaan dan:&nbsp; <i>‘en wat zeg je dan tegen de moeder van Bram? Precies: “bedankt voor het spelen”’</i>, zou&nbsp; je kinderen explicieter moeten bijbrengen. Zeker in een tijd waarin regels en etiquette zogenáamd niet zo heel belangrijk meer zijn, maar in de praktijk wel degelijk een groot deel van je succes bepalen. Zo bleek uit een recent proefschrift van Mick Mathijs (Universiteit Utrecht) dat arbeiderskinderen met een academische opleiding minder makkelijk carrière maken dan kinderen wiens ouders ook gestudeerd hebben. Dat zou voornamelijk komen doordat zij allerlei sociale codes niet beheersen. Hoe hou je je bestek vast bijvoorbeeld of hoe maak je een luchtig praatje met iemand.</p>
<p>Ik vroeg laatst aan mijn 11-jarige zoon of hij het moeilijk vond om met grote mensen te praten – ik zelf vond dat bijvoorbeeld heel ellendig en verschool mij graag achter mijn oudere zus. Hij zei dat ‘ie het vooral vervelend vond&nbsp; als mensen hem van die vervelende vragen stelden over hoe het op school was enzo. Hij wist dan niet zo goed wat ‘ie moest zeggen. ‘Grote mensen moeten ook altijd aan elkaar vertellen wat ze allemaal gedaan hebben op hun dag. Dat vind ik altijd zó saai!’ Ik moest op dat moment vooral erg lachen om deze observatie van hem maar het was natuurlijk een uitgelezen moment geweest om hem iets bij te brengen over het belang van small-talk.</p>
<p>Want hij is niet het enige kind dat hier moeite mee heeft. ‘<i>Ik ben een meisje van 12 jaar en zit net in de brugklas van de middelbare school. Mensen die ik ken, bijvoorbeeld ouders van vriendinnetjes van mijn zusje, vragen allemaal: “en, hoe is het in de eerste klas?”. Ik vind dat irritant omdat ik de hele tijd hetzelfde moet zeggen. Hoe kan ik hier het beste op reageren? Vragen wat het die persoon kan schelen? Of gewoon zeggen dat het leuk is</i>? ’ Etiquette-goeroe Beatrijs Ritsema legt het meisje in haar vaste rubriek in het dagblad ‘Trouw’ uit dat je niet zo moeilijk moet doen over dit soort onbenullige vragen. Want nee, mensen zijn inderdaad niet echt geïnteresseerd in het antwoord, maar ze stellen de vraag gewoon om aardig te zijn of om je de indruk te geven dat jij de moeite waard bent om tegen te praten. Een kort eenvoudig antwoord volstaat dus op zo’n moment. En dat was natuurlijk wat ik ook aan mijn zoon had moeten vertellen.</p>
<p>Ik heb me nu voorgenomen om vaker dit soort onderwerpen ter sprake te brengen. Dus als een van mijn jongens jarig is en ik merk dat geen van zijn vriendjes mijn moeder een hand komt geven, dan zet ik dit onderwerp op het conversatiemenu: ‘weten jullie eigenlijk wat je moet doen als je op een verjaardag van een vriendje komt en er zitten meerdere volwassenen in de kamer?’&nbsp; Dit doe ik niet om mijn moeder te wreken &#8211; ‘leren die kinderen niet meer dat ze een hand moeten geven?’ – maar wel omdat ik me realiseer dat de kans groot is dat mijn zoon zich bij andere grootmoeders van jarige kleinzoons op dezelfde manier gedraagt. Want wat je wél moet doen in zo’n situatie, daar hebben we het nooit zo expliciet over gehad. Het is voor mij namelijk heel vanzelfsprekend. En dat is precies waarom het er uiteindelijk toch nog vaak op uitdraait dat ik met net zo’n priemende blik als die van mijn ouders, probeer af te dwingen dat mijn kind doet wat ik hoop.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/je-weet-toch-wel-hoe-het-hoort/">Je weet toch wel hoe het hoort?!</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/je-weet-toch-wel-hoe-het-hoort/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Werkgever discrimineert zwangere vrouw</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/werkgever-discrimineert-zwangere-vrouw/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/werkgever-discrimineert-zwangere-vrouw/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:09:57 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Intermediair]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=383</guid>

					<description><![CDATA[<p>Intermediair juni 2010 In België wordt 20% van de zwangere vrouwen gediscrimineerd op het werk. Hoe zit dat in Nederland? Vijf vragen en antwoorden. 1. Hoe vaak komt discriminatie van zwangere vrouwen in Nederland voor? Er is in Nederland nog geen officieel onderzoek gedaan naar discriminatie van zwangeren. Wel krijgen ze op het juridisch spreekuur [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/werkgever-discrimineert-zwangere-vrouw/">Werkgever discrimineert zwangere vrouw</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<h1>Intermediair juni 2010</h1>
<p><b>In België wordt 20% van de zwangere vrouwen gediscrimineerd op het werk. Hoe zit dat in Nederland? Vijf vragen en antwoorden.</b></p>
<h3>1. Hoe vaak komt discriminatie van zwangere vrouwen in Nederland voor?<b></b></h3>
<p>Er is in Nederland nog geen officieel onderzoek gedaan naar discriminatie van zwangeren. Wel krijgen ze op het juridisch spreekuur van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) jaarlijks zo’n zevenhonderd vragen over dit onderwerp. Zwangerschap en geslacht staan ook in de top 3 van meest gehoorde klachten over discriminatie. Zestien procent van alle officieel ingediende klachten gaat hier over. Volgens een woordvoerder van de CGB is dat zorgwekkend, zeker als je bedenkt dat er altijd vrouwen zijn die niet aan de bel trekken. ‘Het levert me te veel negatieve energie op en dat kan ik er nu niet bij hebben’, is een veel gehoord commentaar.</p>
<h3>2. Waar gaan de meeste klachten van zwangere vrouwen over?</h3>
<p>De klachten gaan vaak over het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat speelt ofwel op het moment dat de werkgever heeft gehoord dat de werknemer zwanger is, of vlak na terugkeer van het zwangerschapsverlof. Wat ook voorkomt, is dat de werkgever zich niet houdt aan het recht van de werknemer om na het zwangerschapsverlof in haar eigen of een gelijkwaardige functie terug te keren. ‘Het aanbieden van een onaantrekkelijke functie na de verlofperiode kan voor werkgevers een manier zijn om vrouwen weg te treiteren vanwege hun moederschap’, aldus de CGB.</p>
<p>En dan is er de kwestie rond de bonussen. Werkgevers vinden soms dat een vrouw die een deel van het jaar zwangerschapsverlof heeft opgenomen, geen recht heeft op een bonus, laat staan op de volledige bonus. Of dit terecht is, daar kan de CGB nog geen uitspraak over doen. Zij buigt zich momenteel over de Europese jurisprudentie.</p>
<h3>3. Waarom discrimineren werkgevers zwangere vrouwen?</h3>
<p>Volgens hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie Joop Schippers zien veel werkgevers op tegen het zwangerschapsverlof – hoe krijg ik die tijdelijke vacature opgevuld en wat kost dat wel niet? Daarnaast werkt 88 procent van de vrouwen met een kind tussen de nul en elf jaar parttime. En van de vrouwen die fulltime werken blijft slechts achttien procent dit doen na de geboorte van het eerste kind. De kans is dus zeer reëel dat de zwangere werknemer dit ook wil. Veel werkgevers zien daar tegenop – zij zien weinig heil in een carrière in deeltijd. Volgens Schippers wordt dit idee ook gevoed door de historisch gegroeide, hardnekkige gedachte dat vrouwen met kinderen minder productief en toegewijd zijn, omdat ze hun aandacht moeten verdelen tussen het werk en de kinderen.</p>
<h3>4. Geldt dit niet ook voor mannen?</h3>
<p>Hoewel tweederde van de mannen met kinderen aangeeft in deeltijd te willen werken (Nipo 2008), doet slechts elf procent dit ook metterdaad. Toch is die wens van mannen wel iets waar bedrijven rekening mee moeten houden, vindt hoogleraar Schippers. De werknemer van de toekomst – man of vrouw – heeft nu eenmaal zorgtaken. Als je dat negeert, lopen de werknemers uiteindelijk bij je weg. Verder moeten werkgevers inzien dat zorgzame werknemers ook zorgzaam zijn voor de klanten. Daar plukt het bedrijf uiteindelijk de vruchten van.</p>
<h3>5. Wat kun je als zwangere vrouw doen aan discriminatie?</h3>
<p>Als het echt de spuigaten uitloopt, kun je een klacht indienen bij de CGB. De kans is dan wel groot dat de sfeer op het werk voorgoed verpest is. Een alternatief is van tevoren heel goed te bedenken hoe je werk en zorg wilt gaan combineren en daar tijdig over te praten met je werkgever. Probeer zijn angst voor de nieuwe situatie weg te nemen, door alles zo inzichtelijk mogelijk te maken. Wil je thuis werken, leg dan uit wat je daar precies gaat doen. En vertel hoe je de opvang hebt geregeld en wat je doet als je baby onverhoopt ziek wordt.</p>
<p>Verlopen de gesprekken toch stroef, dan kan het expertisecentrum LEEFtijd ook helpen met het uitvoeren van een ‘cultuurmeting’. Daarmee kan duidelijk worden gemaakt op welke punten een bedrijf zich flexibeler en transparanter zou kunnen opstellen jegens de werknemer. Het expertisecentrum LEEFtijd heeft sinds kort ook een cursus voor jonge ouders, die specifiek op dit probleem ingaat:&nbsp;<a href="http://www.kindinzicht.nl/" target="_blank" rel="noopener noreferrer">www.kindinzicht.nl</a>.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/werkgever-discrimineert-zwangere-vrouw/">Werkgever discrimineert zwangere vrouw</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/werkgever-discrimineert-zwangere-vrouw/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De dood van een opa</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/de-dood-van-een-opa/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/de-dood-van-een-opa/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:06:54 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=380</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM oktober 2010 ‘Het gaat heel slecht, het is nog een kwestie van uren’. Bastiaan is net vertrokken naar Frankrijk om zijn moeder te steunen. De heupoperatie van zijn vader is toch iets minder ongecompliceerd verlopen – althans, de nasleep ervan.&#160; De SMS komt rauw op mijn dak – er was toch alleen sprake van [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/de-dood-van-een-opa/">De dood van een opa</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>JM oktober 2010</p>
<p>‘Het gaat heel slecht, het is nog een kwestie van uren’. Bastiaan is net vertrokken naar Frankrijk om zijn moeder te steunen. De heupoperatie van zijn vader is toch iets minder ongecompliceerd verlopen – althans, de nasleep ervan.&nbsp; De SMS komt rauw op mijn dak – er was toch alleen sprake van een maagbloeding? In het donker fiets ik naar huis van mijn muziekrepetitie. De kinderen zijn alleen thuis. Natuurlijk kan Thomas (11) niet slapen. Te veel last van zijn zesde zintuig. ‘Hoe gaat het met opa-Jan?’ Ik begin te huilen: ‘slecht, heel slecht. Hij gaat waarschijnlijk dood vannacht.’ Thomas rent weg. Dat doet hij altijd als hij het echt niet meer weet. In het washok aan het einde van de gang duikt hij in elkaar. Er komt een soort paniek over hem. Hij hapt naar adem. Kan bijna niet meer praten. Zegt stotterend dat de dokters iets móeten doen om hem te redden. Ik zeg dat ze dat al geprobeerd hebben. Hij begint wanhopig te huilen.</p>
<p>We drinken een kopje thee en Thomas komt bij mij in bed liggen. Als we meer dan twee uur slapen die nacht is het veel. Gaat hij nu dood? Of over een uur? Het is heel bizar.</p>
<p>Jan(13) wordt heel stil als ik hem de volgende ochtend vertel dat opa-Jan zeer waarschijnlijk de nacht niet heeft overleefd. Gideon(6) vindt het ‘heel jammer’. Ik stel voor dat ze die dag niet naar school gaan. De oudste twee vinden dit fijn, maar Gideon protesteert. ‘Ik wil wél naar school!’&nbsp; De kleuter juf kijkt ons meelevend aan.</p>
<p>Met Jan en Thomas ga ik naar het strand. Het is raar om op een gewone dinsdagochtend door de duinen te lopen met mijn leerplichtige kinderen. Ze hebben steeds het gevoel dat ze weg moeten duiken. Ik pest ze: ‘pas op daar loopt de leerplichtambtenaar’. Het is heel verdrietig en ook wel heel knus. Er hangt een soort samenzweerderige stemming. Het is mistig en we praten over de hemel. En of god nou wel of niet bestaat. We komen uit bij de oerknal. Maar wie heeft dat dan veroorzaakt? Jan herinnert zich het verhaal van de verlichters . Die geloofden in een soort horlogemaker die&nbsp; de slinger van de klok – de aarde dus – alleen maar een klein zetje had gegeven en dat het balletje vanaf dat moment is gaan rollen. Hij vindt het wel een mooie theorie. Ik ook, maar Thomas heeft z’n twijfels. ‘Opa-Jan hield van de zee he?’ ‘Ja, opa-Jan hield van de zee.’ Bastiaan belt om te zeggen dat zijn vader nog steeds wordt beademd.</p>
<p>Ik stel voor om Bastiaans alleenstaande broer uit te nodigen om te komen eten vanavond. ‘Nee, doe dat maar niet’, zegt Thomas. En tot mijn verbazing is Jan het daar helemaal mee eens. ‘Neu, doe maar niet hoor.’ Ik kijk ze vragend aan. ‘Maar waarom niet?’ ‘Nou gewoon’.&nbsp; En dan komt het er na lang trekken toch uit. ‘Straks gaat ‘ie nog huilen!’ ‘Nou en!’, zeg ik. Thomas hakkelt: ‘Ja, kijk, ik weet wel dat het niet raar is als mannen huilen en zo, maar toch wil ik het niet zo graag zien.’ En een huilende moeder kan wel? ‘Eh..ja’</p>
<p>Er is nog een grote zorg bij de jongens: ‘wat moeten we tegen papa zeggen als ie terug komt?’ Gaat ie dan huilen? Is ie dan anders? Denk je dat hij ooit weer blij kan zijn en gewoon zoals hij vroeger was? Hoe lang duurt dit?’</p>
<p>Gideon komt vrolijk uit school. ‘Hoe gaat het met opa-Jan? Is ie dood?’ ‘Nee’, zeg ik. Maar wel in een hele diepe slaap. ‘Oh, zoiets als Doornroosje’, zegt Gideon. ‘Ja zoiets’, zeg ik.&nbsp; ‘Maar die werd weer wakker gekust, zegt ie tevreden.’ ‘Ja, maar opa-Jan wordt niet wakker gekust’. Gideons gezicht betrekt even maar klaart dan toch weer op: ‘maar als ie dood gaat vliegt het engeltje uit zijn buik en die wordt dan wél&nbsp; wakker gekust. Ik kijk hem vragend aan. ‘In de hemel’ zegt ‘ie triomfantelijk.</p>
<p>Toen Jan destijds vier was overleed zijn beste vriend – ook vier-&nbsp; aan leukemie. Ik heb toen lang nagedacht over wat je daarover moet zeggen tegen een kind van die leeftijd. Ik zocht voorleesboekjes maar kon niet veel vinden – kwam uiteindelijk uit bij het boek ‘dat is heel wat voor een kat’ . De kat gaat dood, wordt begraven en wordt weer één met de aarde. Daar kan vervolgens weer een plant op groeien.&nbsp; Nou ben ik geen kerkganger maar ik vind het leven te wonderbaarlijk om te denken dat alles verdwijnt – wel je lijf natuurlijk, maar er is toch ook iets van een ziel denk ik. Vandaar het verhaal met het engeltje dat uit je buik floept. ‘Waar gaat dat dan heen’ vroeg Jan destijds. ‘Naar god in de hemel’. Ik kreeg het woord ‘god’ met moeite uit mijn mond maar was toch tevreden dat ik het zei.&nbsp; Je kunt je gaan uitputten in vage bewoordingen –‘ik geloof wel dat er ‘iets’ is’ &#8211;&nbsp; maar waarom niet het woord gebruiken dat hier al duizenden jaren voor bestaat. En dat Jan hem als een gezellige man met veel speelgoed en spelende engeltjes om zich heen voorstelde, vond ik best. Maakte het meteen een stuk behapbaarder voor hem.</p>
<p>Opa’s engeltje gaat dus naar de god in de hemel. En midden op het schoolplein belt Bastiaan om te zeggen dat dit ook echt is gebeurd.</p>
<p>Thuis vertel ik het de jongens. Thomas reageert nu heel rustig. Jan moet huilen. De bel gaat. Het zijn twee vriendjes uit Thomas’ klas. Ze komen hem troosten. ‘Gecondoleerd’ zeggen ze tegen de huilende Jan en verdwijnen naar boven om te Lego-en. ‘Wat zei die nou’, vraagt Jan. ‘Geconduleet? Wat is dat?’</p>
<p>De volgende dag gaan Jan en Thomas weer naar school. Thomas lever ik persoonlijk af bij de juf. Hij heeft er enorm tegenop gezien. De halve klas staat om hem heen om het verhaal te horen. Ze vinden het heel zielig voor hem, al lijkt het erop dat sommigen kinderen het ook wel heel spannend vinden. ‘Ik was erbij toen Bastiaan werd gebeld door zijn moeder om te zeggen dat het niet goed ging met z’n vader’ zegt een klasgenoot met rode konen van opwinding.</p>
<p>Ik wacht voor de zekerheid nog even op de gang . Terecht, want vijf minuten later rent Thomas weer huilend naar buiten. Het gaat echt niet. ‘Ik wil het hele verhaal niet nog een keer vertellen.’Hij gaat weer&nbsp; mee naar huis. Ik ga hardlopen en hij fietst mee. Het is weer heel gezellig. Thuis maakt ie een tekening van een poes voor zijn oma. Hij is blij dat ie iets kan doen.</p>
<p>In het rouwcentrum staat de kist opgebaard in een zaaltje voor familie. We hangen er een beetje om heen als in een bar. ‘Waar liggen z’n voeten?’ vraagt mijn vierjarige nichtje. Het geeft de boel wat lucht. Een keurige kraai brengt ons naar de volgauto’s. De ogen van de jongens glimmen: is dit een echte limousine?</p>
<p>Gideon wiebelt op zijn stoel in het zaaltje bij de begraafplaats. ‘Wanneer mag ik mijn liedje nou zingen?’, fluistert hij hard. ‘Mag ik nog een pepermuntje? Waarom klappen ze niet als iemand iets heeft gezegd?’ Eindelijk mag hij zingen van het sneeuwvlokje. Jan helpt hem en Thomas begeleidt hem op de piano – ‘ik heb de kleinste rol’, pruilt hij als we het van te voren bespreken.</p>
<p>De begraafplaats is mooi en oud en hier en daar begint er al iets te bloeien. De zon schijnt. De kleinkinderen duwen opa-Jan samen met hun vaders en ooms naar het graf. Daar aangekomen haalt Jan zijn trompet te voorschijn en speelt een lied. Niet de Last Post &#8211; ‘echt niet’- maar&nbsp; ‘Every time we say good bye’ van Ella Fitzgerald. &nbsp;&nbsp;Ondertussen staart Gideon zijn ogen uit. Is gefascineerd door de knop die de kist zal laten zakken en kijkt zorgvuldig naar de constructie met de dennentakken die het diepe graf en het hijstoestel een beetje moet verhullen. Hij moet echt worden tegengehouden anders valt hij er zo in.</p>
<p>De rouw achteraf komt bij vlagen. Jan begint een dagboek – ‘ik heb wel eens gehoord dat helpt.’ Thomas moppert af en toe hardop: ‘ iedereen gaat de laatste tijd maar dood; opa-Jan, de hamsters van Jonas.. .En Gideon maakt zich zorgen om Oma: ‘ze moet maar&nbsp; bij ons komen wonen?’. Hij denkt even na. ‘Maar als jullie sterven’ &#8211; waar haalt hij dit woord vandaan? – ‘dan ga ik gewoon bij oma wonen in Frankrijk.’ ‘Zou je het erg vinden als wij zouden sterven?’, vraag ik vals. ‘Ik zou het wel jammer vinden’, zegt hij met stalen smoel.</p>
<p>KADER</p>
<p>Tips bij rouw</p>
<p>1 Geef kinderen de ruimte om hun verdriet te uiten. Ga niet lopen trekken maar luister gewoon met liefdevolle aandacht als ze iets te vertellen hebben. Maak het onderwerp bespreekbaar.</p>
<p>2. Kinderen rouwen anders dan volwassenen. Het rouwen gaat in stukjes – het ene moment zijn ze verdrietig, het volgende moment weer heel vrolijk. Ook verschillen de reacties per kind. Het ene kind wordt stil, het andere juist heel druk. Denk dus niet te snel dat het verdriet wel mee valt.</p>
<p>3. Houd in tijden van rouw vast aan je dagelijkse rituelen.&nbsp; Deze duidelijkheid geeft kinderen houvast.</p>
<p>4. Kinderen tot en met een jaar of zes zien de dood vaak nog niet als iets definitiefs. Als ze verdrietig zijn, is dat vaak omdat ze de persoon op dát moment missen. Het is niet omdat zij denken de persoon nooit meer te gaan zien. Het kan zijn dat ze op latere leeftijd als nog gaan rouwen omdat dan wel echt tot hen doordringt wat er is gebeurd.</p>
<p>5. Jongens en meisjes rouwen vaak verschillend – met name die van negen jaar en ouder. Meisjes willen meestal wel over hun gevoelens praten. Jongens hebben daar meer moeite mee. Je kunt met jongens daarom beter iets gaan doen om vervolgens terloops het onderwerp aan te snijden. Vraag niet ‘wat voel je?’, maar heb het bijvoorbeeld over verlies in zijn algemeenheid.</p>
<p>6. Betrek de kinderen bij de begrafenis/crematie. Geef ze een rol en laat ze de kist met de overledene zien. Dit verbetert de verwerking van het verlies.</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/de-dood-van-een-opa/">De dood van een opa</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/de-dood-van-een-opa/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
