Meidenvenijn

JM december 2006

“Wij hebben vandaag een blauwe-bloesjesclub,”  roept een groepje meisjes in de pauze. “Mag ik ook mee doen?” vraagt de achtjarige Emma. Nee, Emma mag niet meedoen, want Emma heeft geen blauw bloesje. Welwillend doet Emma’s blauw-bloezige vriendin nog een poging om haar toch in het clubje te krijgen – “Emma heeft toch blauwe ogen?”. Helaas,  blauwe ogen gelden niet. Emma mag er niet bij.

Dit voorval vond enkele weken geleden plaats in de pauze op het schoolplein. “Niets bijzonders” volgens de moeders die graag anoniem blijven vanwege de gevoelige materie. Dergelijke clubjes zijn aan de orde van de dag. “Soms hebben ze een ‘boven-in-het-klimrek-club’” zegt een van hen. Dan mogen en kunnen alle meiden met hoogtevrees, waaronder mijn dochter, niet meedoen. Zo verzinnen ze steeds wel iets anders’.

“Dit soort voorvallen worden geregeld  weggewuifd met ‘ach, zo zijn meisjes nou eenmaal’,” zegt onderwijskundige Anke Visser, verbonden aan het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum. Dat de kous daarmee vaak af is vindt zij heel onterecht, want meisjesvenijn kan behoorlijk ver gaan en nog lang doorwerken, bijvoorbeeld in de liefdesrelaties die meisjes later aangaan. Zo blijven meisjes die er regelmatig uitliggen, vaak langer in een negatieve relatie hangen en hebben ze een laag zelfbeeld.

Waarom gedragen meisjes zich af en toe zo venijnig? Volgens Visser heeft het te maken met het uitoefenen van macht. Het is een soort experiment waarbij je kijkt tot hoe ver je kunt gaan. Lukt het je om macht uit te oefenen dan stijgt je status. Je komt als het ware een stapje hoger in de pikorde. Visser benadrukt dat jongens daar net zo goed mee bezig zijn maar dat de strijd bij hen veel openlijker gevoerd wordt. “Bij jongens wordt de pikorde vaak bepaald door meer fysieke dingen. Het gaat er om of je sterk bent of goed kan voetballen bijvoorbeeld. Dus als je de strijd aan gaat, weet je vanuit welke hoek de klappen kunnen vallen. Maar bij meisjes is dat anders. Meisjes zijn, hetzij van nature, hetzij door opvoeding – daar is het laatste woord nog niet over gezegd – meer gericht op het versterken van hun relaties. Dat is dus hun sterke kant maar tegelijkertijd een punt waar ze extra kwetsbaar op zijn. En dus is dat ook het terrein waarop ze hun strijd voeren.

In haar boek ‘Queenbees and Wannabe’s’ beschrijft Rosalind Wiseman de subtiele strijd tussen schoolmeisjes. Zij schrijft dat de hoogste status die je als meisje in een groep kunt bereiken die van ‘queenbee’ ofwel ‘bijenkoningin’ is . De status van de queenbee valt of staat bij haar entourage ofwel de ‘de wannabe’s’. De  wannabe’s zijn meisjes die eigenlijk ook heel graag queenbee zouden willen zijn, maar dat om welke reden dan ook – geld, schoonheid, sociale vaardigheden etc. – waarschijnlijk nooit zullen worden. Toch hebben deze wannabe’s wel een zekere status want zij behoren bij het meest gewenste meidenclubje van de klas.

Een fijne positie zou je zo denken. Maar volgens onderwijskundige Visser is dat niet het geval. “Neem de queenbee, die moet op haar hoede zijn om niet van haar troon gestoten te worden door een van haar wannabe’s. Dat vraagt om een permanente waakzaamheid. Doet een van de wannabé’s een coupepoging, dan moet dat onmiddellijk afgestraft worden. De coupepleger valt dan –tijdelijk of permanent –  uit de gratie en aan de anderen worden extra gunsten verleend.”

Hoe dat er in de praktijk aan toegaat hebben de ondervraagde moeders gezien bij hun achtjarige dochters. Of liever gezegd, ze zijn er na maandenlang ‘gedoe’ achtergekomen. Wat blijkt? Hun beider dochters hebben hun doen en laten maandenlang laten bepalen door het derde meisje in hun vriendinnengroepje. Dus als de queenbee van het groepje – laten we haar Els noemen – bepaalde dat de andere twee meisjes niet met elkaar mochten afspreken, dan gebeurde dat niet. Een van de meisjes zei letterlijk tegen haar moeder dat ze bang was om af te spreken want  ‘we mogen dat niet van Els’  Els bepaalde natuurlijk wél wie met haar mocht spelen. Soms viel de een in de gratie en soms de ander. Heel soms lapten de meisjes de wil van Els aan hun laars. Maar dat ging dan wel in het geniep. “Ze spraken dan fluisterend met elkaar af in de gang en beloofden het niet aan Els te vertellen”, aldus een van de moeders die met verbazing constateerde hoe haar dochter het gezag van Els als een voldongen feit accepteerde. Maar ondertussen leed haar dochter er wel onder. Ze zei “soms wil ik niet naar school. Ik kan niet tegen de sfeer.”

Frauke Peysel, leerkracht in groep zeven kan ook meepraten over het geharrewar rond de queenbee’s . “Ik merk vaak dat het misgaat als er een nieuw meisje probeert binnen te komen in een bepaald vriendinnenclubje. Wat je dan vaak ziet is dat iedereen’s positie binnen het groepje begint te schuiven. Voor de een pakt dat gunstiger uit dan voor de ander. Dat leidt er vaak toe dat het ene subgroepje het andere subgroepje  – of het uitgesloten meisje –  gaat zitten uitlokken. Hartsvriendinnenkettingkjes worden afgedaan, er worden nare briefjes naar elkaar gestuurd onder de les – ‘wil jij dit briefje even doorgeven aan Kim’ – en ze zitten elkaar voortdurend om verantwoording te vragen . Je krijgt van die discussies in de trant van ‘klopt het dat jij gezegd hebt dat … een stom wijf is?’ of ze vragen op hoge toon ‘waarom doe jij dit?’. Het gaat er behoorlijk hard aan toe en naar mijn gevoel zijn de meiden er niet milder op geworden”

Dit soort ruzies en uitsluiting is niet alleen frustrerend en pijnlijk voor de meisjes zelf. Ook de moeders lijden vaak erg onder het leed van hun dochter. “Ik ben wel eens voluit gegaan tegen een moeder van een vriendin van mijn dochter omdat haar dochter iets had geflikt dat ik niet vond kunnen. Achteraf gezien was dat niet zo slim van mij, maar ik was er op dat moment zo vol van”, bekent een moeder. Een andere moeder geeft toe dat ze eens is uitgevallen tegen de vriendin van haar dochter – ‘en nou hou je op!’ –  omdat ze het gevoel had dat zij degene van het driemanschap was die de boel zo tiranniseerde. Later bleek het juist de andere vriendin van haar dochter te zijn geweest. Ook deze moeder heeft achteraf spijt. “Sindsdien is het meisje bang voor mij. En dan had ik ook nog eens de verkeerde te pakken. ”

Hoe kun je het als moeder wél goed doen?

Volgens onderwijskundige Visser is het op de eerste plaats belangrijk om je als moeder te realiseren dat jij de problemen van je dochter niet voor haar kunt oplossen. Sterker nog, de kans is groot dat ze je lange tijd niets zal vertellen uit angst dat jij je er mee zal gaan bemoeien en het daarmee nog erger maakt. Een andere reden dat meisjes er niet zo snel voor uit zullen komen dat ze problemen hebben met hun vriendinnen, heeft te maken met schaamte. Sommige meisjes voelen zich mislukt omdat ze blijkbaar niet in staat zijn om een vriendinnenrelatie in stand te houden –‘dat horen meisjes toch juist goed te kunnen?’. Kortom, als je er al achter komt als moeder dat ze ruzie hebben, grijp niet in!

Wat je volgens Visser als ouder wel kunt doen is bij jezelf nagaan of je dochter nou echt gelukkig is in dat vriendinnenclubje waarin ze verkeert, of dat jij haar – direct of indirect – stimuleert om in dat groepje te blijven omdat jij als moeder heel blij bent dat ze ergens bij hoort. “Het valt me op dat veel moederleed wordt geprojecteerd op dochters. En dat geldt niet  alleen voor de moeders die blij zijn dat hun dochter op welke manier dan ook ‘geaccepteerd’ is in een bepaald groepje. Je ziet ook vaak dat moeders hun dochter stimuleren om zelf queenbee te worden. Ze proberen de populariteit van hun dochters te verhogen door ze te kleden volgens de laatste mode, door ze op interessante clubjes te doen, door hele bijzondere verjaarspartijtjes te organiseren etc. De reden waarom de moeders zo graag willen dat hun dochter een queenbee wordt kan verschillen Je ziet aan de ene kant moeders die zelf vroeger ook queenbee waren en vinden dat hun dochter daar net als zij recht op hebben. Aan de andere kant zie je moeders die het zelf nooit  geweest zijn maar  nu willen dat hun dochter voor hen gaat compenseren. Lukt het hun dochters daadwerkelijk queenbee te worden, dan zie je nog weleens dat moeders zo trots zijn op de status van hun dochter, dat ze hun negatieve gedrag helemaal niet zien of gewoon voor lief nemen.”

Zelfreflectie is dus een vereiste als je tot een oplossing wilt komen die voor alle partijen acceptabel is. Ook is het volgens Visser zinvol om meisjes te leren hoe het mechanisme rondom zo’n queenbee werkt. Vertel ze gewoon in het algemeen dat als meisjes niet doen wat de queenbee wil, het juist de queenbee is die een probleem heeft en niet zijzelf. De macht van de queenbee valt of staat namelijk bij de volgzaamheid van de vriendinnen om haar heen ofwel de wannabe’s. Leer meisjes dus om grenzen te trekken, geef ze zelfvertrouwen. Vertel ze dat het goed is om af te spreken dat je niemand buiten sluit – laat je als moeder ondertussen niet gek maken door de afwijzende houding van je dochter als je hier over begint; ze horen het heus wel. Geef ondertussen ook zelf het goede voorbeeld. Visser: “Kinderen doen namelijk niet wat jij zegt, ze doen wat jij dóet. Dus als jij respectvol omgaat met mensen – andere mensen groet, een praatje maakt met de buren,  je vriendelijk gedraagt in winkels en niet de hele dag loopt te roddelen over je eigen vriendinnen bijvoorbeeld – dan is de kans groot dat je dochter zich op een zelfde manier zal gaan gedragen. En zeg er ook eens wat van als je meiden over een ander hoort roddelen.”

Ook de leerkracht op school kan volgens Visser veel doen . “Het helpt als je met de kinderen praat over typische meidenproblemen – hoe ontstaan ze en wat kun je doen. Ook kun je regels afspreken dat meisjes elkaar niet op zo’n nare manier mogen buiten sluiten. Leerkracht Frauke Peysel kiest ervoor de ruziënde meisjes met elkaar om de tafel te zetten. “Ik neem het altijd heel serieus. Laat ieder meisje haar verhaal doen. Alles wat ze zeggen schrijf ik op. Dat geeft de zaak wat extra gewicht – dat werkt goed. Ik ben op zo’n moment ook nooit boos en dreig ook niet met straf. Het gaat me erom dat ze de zaak met elkaar oplossen. Ik vertel ze dat ze niet iedereen aardig hoeven te vinden maar dat ze elkaar wel moeten accepteren. Daarna maak ik afspraken over nieuwe omgangsvormen. Na een week check ik nog even of die worden nageleefd.” Peysel benadrukt dat het wel belangrijk is om maat te houden met dergelijke gesprekken. “Ik heb soms wel eens het gevoel dat meisjes de problemen expres opzoeken, omdat ze zo’n gesprek met de juf wel lekker vinden. Mogen ze tenminste naar hartelust babbelen. En voor je het weet zijn ze problemen aan het creëren. Die meisjes zijn meester in het vooruitlopen op bepaalde scenario’s die tot conflicten zouden kunnen leiden. Dat soort hersenspinsels moet je natuurlijk niet gaan voeren.”

Dat een goed gesprek zijn vruchten af kan werpen blijkt uit het verhaal van de vriendinnen van queenbee Els. Sinds de vriendinnen hebben afgesproken dat niemand meer wordt buitengesloten, is de lol er voor Els af. De vriendschap is een beetje bekoeld en eigenlijk is niemand daar echt rouwig om.

Deel dit artikel

Eén reactie

  1. Vroeger had je dit vaker, Ieder hing zich op aan de queenbee. Als je bij hun in de smaak viel dan hoorde je er bij. Vraag mij af of het negatieve overtuigingen kan veroorzaken. Tegenwoordig letten ze daar wel op op groepjesvorming en klitten clubjes kliekjes bonden in de klas. Zo van mode macht zeggenschap charisma kleding en telkens met het nieuwste komen en een competitie in gang zetten en wie aan die kenmerken voldoet doet mee. Populaire sporten. De queenbee wil niet gezien worden met een mindere uit de groep want dit taant hun populairiteit en dat doet hun verbleken bij de rest van de groep en dat vind ik asociaal Wie maar het meeste opvalt. . Je vraagt je af kan dit hun toekomst ook beinvloeden? Je vraagt je af doen leraren mee en laten die ook hun voorkeur gelden? Meelopers van de queenbees vind ik niet authentiek. Queenbees halen anderen gemakkelijk over door hun charme in te zetten. Dan komen ze weer met een trend aan zetten en anderen lopen hier in mee en hoop dat ze dit de kop in drukken en dat roddelen en iemand minder doen voelen is niet wat je van een school verwacht dat ze hier aan mee doen. Wij hadden in de klas ook dit soort types en kwamen spannend over en deden aan voetbal en hadden vaak iets nieuws aan en een trendsetter op het gebied van mode en merken. .

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ook interessant voor u