<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Marilse Eerkens</title>
	<atom:link href="https://www.marilse-eerkens.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.marilse-eerkens.nl/</link>
	<description>Just another WordPress site</description>
	<lastBuildDate>Mon, 12 Oct 2020 15:50:34 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>
	<item>
		<title>Correspondent Kinderomgang overzicht</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/correspondent-kinderomgang/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/correspondent-kinderomgang/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 09 Oct 2020 13:33:52 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[De Correspondent]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.marilse-eerkens.nl/?p=991</guid>

					<description><![CDATA[<p>Als Correspondent Kinderomgang schreef ik van 2013 tot 2019 een groot aantal artikelen die op een of andere manier een link hebben met de huidige psychologische kennis over de ontwikkeling van kinderen. Vaak voer ik de vraag op hoe deze kennis zich verhoudt tot het beleid rondom het (jonge) kind en kom ik met alternatieven [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/correspondent-kinderomgang/">Correspondent Kinderomgang overzicht</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Als Correspondent Kinderomgang schreef ik van 2013 tot 2019 een groot aantal artikelen die op een of andere manier een link hebben met de huidige psychologische kennis over de ontwikkeling van kinderen. Vaak voer ik de vraag op hoe deze kennis zich verhoudt tot het beleid rondom het (jonge) kind en kom ik met alternatieven voor het huidige beleid.</p>



<p><a href="https://decorrespondent.nl/marilseeerkens">Hier </a>vind je een overzicht van de artikelen die ik schreef voor De Correspondent</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/correspondent-kinderomgang/">Correspondent Kinderomgang overzicht</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/correspondent-kinderomgang/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Gooi niet alle kinderen in dezelfde gratis kinderopvangconstructie; het kan ook slecht uitpakken zagen ze in Canada ( De Volkskrant)</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/gooi-niet-alle-kinderen-in-dezelfde-gratis-kinderopvangconstructie/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/gooi-niet-alle-kinderen-in-dezelfde-gratis-kinderopvangconstructie/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 02 Oct 2020 13:29:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[De Volkskrant]]></category>
		<category><![CDATA[opinie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=571</guid>

					<description><![CDATA[<p>Het voorstel van D’66 om gratis kinderopvang in te zetten in de strijd tegen de toenemende kansenongelijkheid in de maatschappij is begrijpelijk – kinderopvang kán een goede bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Maar het heeft ook een niet te negeren schaduwzijde. Onderzoekers in Canada ontdekten dat kinderen die sinds het jaar 2000 gebruik [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/gooi-niet-alle-kinderen-in-dezelfde-gratis-kinderopvangconstructie/">Gooi niet alle kinderen in dezelfde gratis kinderopvangconstructie; het kan ook slecht uitpakken zagen ze in Canada ( De Volkskrant)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><i>Het voorstel van D’66 om gratis kinderopvang in te zetten in de strijd tegen de toenemende kansenongelijkheid in de maatschappij is begrijpelijk – kinderopvang kán een goede bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Maar het heeft ook een niet te negeren schaduwzijde. Onderzoekers in Canada ontdekten dat kinderen die sinds het jaar 2000 gebruik maakten van de (bijna)gratis kinderopvang in de provincie Quebec, gemiddeld vaker kampen met angst, agressie en hyperactiviteit en vaker in aanraking komen met justitie.</i></p>
<p>Vier dagen per week gratis kinderopvang voor alle kinderen vanaf nul jaar. Dat is een van de maatregelen die D’66 wil nemen om de tweedeling in de samenleving te bestrijden. Het voorstel dat Rob Jetten en Paul van Meenen op 8 juli uiteenzetten in een interview met de Volkskrant, maakt deel uit van een groot onderwijsplan dat er voor moet zorgen dat kinderen die van huis uit minder ontwikkelkansen krijgen, wél uit de verf komen.</p>
<p>De plannen van de politici snijden op veel terreinen hout. Een latere selectie voor het voortgezet onderwijs, gratis naschoolse opvang inclusief kunstonderwijs en sport en de mogelijkheid om op verschillende niveaus eindexamen te doen, het zijn stuk voor stuk maatregelen die kunnen voorkomen dat de kwaliteiten van kinderen over het hoofd worden gezien omdat intelligentie nog te vaak wordt verward met het voorrecht om op te groeien in een kansrijke omgeving.</p>
<p>Dat de D’66-ers kinderopvang ook in hun ambitieuze onderwijsplan meenemen is begrijpelijk. Op basis van het in de jaren ’60 opgestarte Perry Preschool- en het later ontwikkelde ABcedarian-project berekende de Nobelprijswinnende econoom James Heckman dat iedere dollar die je investeert in kwalitatief zeer hoogstaande kinderopvang (nul tot vier jaar), zich tot wel acht keert terugbetaalt. Nog steeds hebben de kinderen die destijds meededen aan de genoemde peuterprojecten, gemiddeld genomen een hoger inkomen dan de kinderen die destijds in dezelfde wijk opgroeiden zónder die hoogwaardige kinderopvang. Daarnaast zijn ze emotioneel gezonder (minder depressie, minder verslavingen), maken ze maken minder gebruik van uitkeringen en komen ze minder vaak in aanraking met justitie.</p>
<p>Toch vind ik dat je drie keer moet nadenken voor je gratis kinderopvang gaat introduceren voor álle kinderen. Recent Canadees <a title="The Long-Run Impacts of a Universal Child Care Program" href="https://www.aeaweb.org/articles?id=10.1257/pol.20170603">onderzoek </a>dat werd gepubliceerd in de American Economic Journal (2019) laat namelijk zien dat gratis fulltime kinderopvang vanaf nul jaar ook veel minder goed kan uitpakken. Zo blijkt de (bijna) gratis kinderopvang die nu ruim twintig jaar in de Canadese provincie Quebec wordt aangeboden en flink wordt benut (60% van de ouders maakt er gebruik van), op de eerste plaats maar amper bij te dragen aan het verbeteren van de schoolprestaties. De&nbsp; Pisa-scores op rekenen, gemeten op 15 jarige leeftijd, gingen een fractie omhoog maar het leesniveau bleef gelijk. Daarnaast ontdekten de onderzoekers dat kinderen die gebruik maakten van de regeling, op latere leeftijd – tussen vijf en negen jaar – vaker kampten met angsten, agressie en hyperactiviteit (vooral jongens) dan een vergelijkbare groep Canadese kinderen die <i>niet</i> gebruik kon maken van de gratis kinderopvang. Verder concluderen ze dat oudere kinderen (tussen 12 en 20) die van jongs af aan deelnamen aan het programma, vaker in aanraking zijn gekomen met justitie, en hun eigen gezondheid en welbevinden gemiddeld slechter inschatten dan kinderen uit de controlegroep.</p>
<p>Hoe kan het, zo kun je je afvragen, dat er zulke grote verschillen werden gevonden in Canada en Amerika?</p>
<p>De onderzoekers suggereren twee dingen. Op de eerst plaats zou het kunnen dat de kwaliteit tekort schiet. De Canadese kinderopvang scoort naar internationale maatstaven weliswaar een voldoende, maar om de kinderen écht vooruit te helpen, heb je misschien de extreem hoge kwaliteit van de succesvolle Perry Preschool- en ABcedarian-projecten nodig.</p>
<p>Wat de onderzoekers ook suggereren is dat de achtergrond van de kinderen bepalend is voor het effect van de kinderopvang. Zij wijzen op onderzoek van Michael Kottelenberg en Steven Lehrer die ontdekten dat het vooral de kinderen uit de meer <i>kansrijke</i> gezinnen waren die negatief beïnvloed werden door de kinderopvang in Quebec. De kinderen uit meer kansarme eenoudergezinnen profiteerden vaker wél van de gratis kinderopvang. Volgens de onderzoekers komt dat omdat de laatste groep, net als de kinderen in de succesvolle Amerikaanse projecten, er qua leefomgeving op vooruitgaan in de kinderopvang; er is minder stress en meer gerichte aandacht en zorg. De andere groep, de kansrijke dus, kon door de kinderopvang juist minder profiteren van de rijke één op één aandacht van hun betrokken en goed opgeleide ouders.</p>
<p>Ook Noors <a title="Is universal child care leveling the playing field?" href="https://econpapers.repec.org/article/eeepubeco/v_3a127_3ay_3a2015_3ai_3ac_3ap_3a100-114.htm">onderzoek </a>wijst op dit soort effecten. Zo vonden Tarjei Havnes and Magne Mogstad dat het vooral de kinderen uit kansarme gezinnen waren die er na de gratis Noorse kinderopvang op vooruitgingen in inkomen. De kinderen uit de meer welvarende gezinnen gingen er juist op achteruit.</p>
<p>Ik zou D’66 dan ook willen oproepen om echt goed na te denken voor ze besluit een bak geld te investeren in vier dagen gratis kinderopvang voor alle kinderen. Dat geld kun je misschien beter storten in gratis <i>excellente</i> kinderopvang a la Perry Preschool voor de groep kinderen die er wél van profiteert. Hoe onsympathiek ik het segregeren van kinderen op hele jonge leeftijd ook vind.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Lees het stuk in de Volkskrant <a title="Kansrijke kind floreert minder in de gratis opvang" href="https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/kansrijke-kind-floreert-minder-in-gratis-opvang~bd0bdcd0/">hier</a></p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/gooi-niet-alle-kinderen-in-dezelfde-gratis-kinderopvangconstructie/">Gooi niet alle kinderen in dezelfde gratis kinderopvangconstructie; het kan ook slecht uitpakken zagen ze in Canada ( De Volkskrant)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/gooi-niet-alle-kinderen-in-dezelfde-gratis-kinderopvangconstructie/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Betere babyopvang alleen mogelijk zonder marktwerking ( De Volkskrant)</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/betere-babyopvang/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/betere-babyopvang/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 17 Aug 2015 19:32:44 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[De Volkskrant]]></category>
		<category><![CDATA[opinie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=558</guid>

					<description><![CDATA[<p>In een recente brief aan de Tweede kamer erkent Lodewijk Asscher &#160;de kwetsbaarheid van baby’s in de kinderopvang. Maar zijn voorstellen om het beter te maken voor deze jonge kinderen zullen nooit iets worden zolang de marktwerking in de kinderopvang in stand wordt gehouden. De enige oplossing: langer betaald ouderschapsverlof voor beide ouders &#160; Dertien [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/betere-babyopvang/">Betere babyopvang alleen mogelijk zonder marktwerking ( De Volkskrant)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><i>In een recente brief aan de Tweede kamer erkent Lodewijk Asscher &nbsp;de kwetsbaarheid van baby’s in de kinderopvang. Maar zijn voorstellen om het beter te maken voor deze jonge kinderen zullen nooit iets worden zolang de marktwerking in de kinderopvang in stand wordt gehouden. De enige oplossing: langer betaald ouderschapsverlof voor beide ouders</i></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Dertien jaar na de oratie van emeritus hoogleraar Marianne Riksen Walraven ‘Over de grote invloed van vroege sociale ervaringen’; zeven jaar na het verschijnen van het Unicef-rapport ‘The Childcare Transition’; vijf jaar na het congres ‘Babyopvang kan beter’ van het Nederlands Jeugdinstituut en drie jaar na het verschijnen van mijn boek ‘Wat doen we met de baby? – Over hechting, hersens, en kinderopvang’, is het dan eindelijk zover: de minister van Sociale Zaken erkent dat baby’s in de kinderopvang zeer kwetsbaar zijn en stelt maatregelen voor om de mogelijke ontwikkelingsrisico’s die de huidige babyopvang met zich meebrengt tot het minimum te beperken.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Om te beginnen zouden crècheleidsters die met kinderen onder één jaar werken zich via bijscholing echt moeten gaan specialiseren in baby’s. Ze moeten bijvoorbeeld leren dat het brein van baby’s &#8211; waaronder het hele stressysteem- in korte tijd een spectaculaire ontwikkeling doormaakt en dat die ontwikkeling sterk afhankelijk is van de emotionele zorg en aandacht die baby’s krijgen. Met andere woorden: crècheleidsters moeten doordrongen worden van het feit dat zij meebouwen aan een hersenfundament waarop de baby de rest van zijn leven moet gaan voortbouwen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Die kennis alleen is natuurlijk niet genoeg. Crecheleid(st)ers moeten ook leren hoe dat bouwen in zijn werk gaat: veel kletsen en zingen bijvoorbeeld. Maar óók: op de juiste manier troosten en stress wegnemen. Dat laatste lukt alleen als de crècheleid(st)er tijd heeft gekregen om een baby echt te leren kennen en te begrijpen, en de baby de kans heeft gekregen om een vertrouwensband met hem of haar op te bouwen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In zijn op 7 juli verstuurde brief aan de Tweede kamer stelt Asscher dan ook terecht voor om de beroepskracht-kindratio voor baby’s – nu één leidster op vier en een halve baby – te verlagen en er daarnaast voor te zorgen dat een baby met niet meer dat twee leidsters te maken krijgt.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Goed voor baby’s maar niet voor kinderopvangondernemers, zo blijkt uit de reacties in de linkedin-groep ‘Kinderopvang in Nederland’. Als Asscher namelijk écht wil dat baby’s altijd verzorgd worden door dezelfde twee vaste leidsters, zouden de babyleidsters volgens ondernemer Monique Bolder “vijf dagen van elf uur moeten werken”. Een collega-ondernemer valt haar bij. De voorstellen van Asscher mogen dan allemaal wel heel “politiek correct” zijn en “begrijp me niet verkeerd, kwaliteit is van enorm belang in de kinderopvang en als ondernemer daarin juich ik dat toe! Maar naast een &#8216;kwalitatief&#8217; hoog niveau bieden moet de bedrijfstak ook financieel gezond blijven&#8230;.”</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>En daarmee raken deze ondernemers de achilleshiel van de kinderopvang in Nederland. Echte kwaliteit en marktwerking gaan niet samen. Je personeel is je hoogste kostenpost, als je kinderopvangondernemer bent. Als je baby’s de zorg zou willen bieden die ze echt nodig hebben, wordt de kinderopvang te duur. En daarnaast is het, zoals Monique Bolder terecht opmerkt, logistiek bijna onmogelijk om er voor te zorgen dat baby’s steeds met dezelfde crècheleidsters te maken krijgen. Om die reden pleitte Unicef al voor een jaar betaald ouderschapsverlof, te verdelen over beide partners. In de in 2008 verschenen ‘ReportCard’ ‘The Childcare Transition’ schrijft Unicef: “Men kan hierop tegenwerpen dat ouders niet de enigen zijn die kunnen voldoen aan deze noden, maar zelfs indien hierover in principe een consensus zou bestaan, zijn er toch duidelijk enorme praktische en financiële problemen voor het aanwerven, opleiden, betalen, in dienst houden en controleren van de grote aantallen geschoolde medewerkers die men nodig zou hebben om kinderen jonger dan één jaar adequaat te verzorgen en te stimuleren. En in landen waar opvang buitenshuis voor baby’s stilaan de norm wordt, kan men niet anders dan zich afvragen of hierbij ten volle rekening wordt gehouden met de kennis die men nu heeft over de cruciale ontwikkelingsbehoeften van heel jonge kinderen.”</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Als wij in Nederland dus echt willen dat baby’s de zorg krijgen die ze nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen, dan zijn er maar twee oplossingen: óf we komen – in navolging van bijvoorbeeld Duitsland &#8211; met een collectieve volksverzekering die ouders in staat stelt een jaar of meer zelf voor hun baby te zorgen, óf we schaffen de marktwerking in de kinderopvang af en nemen de zeer hoge kosten van goede babyopvang voor lief.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>‘Brrr…’ twitterde @LodewijkA naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad waarin de CDA-politicus Hans Hillen voorstelt om het onderwijs na de basisvorming aan de markt over te laten. Een prima reflex, maar laat de minster dan ook stilstaan bij de effecten van marktwerking vóór de basisvorming.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bekijk het artikel in De Volkskrant <a title="Betere babyopvang alleen mogelijk zonder marktwerking" href=" http://www.volkskrant.nl/opinie/betere-babyopvang-alleen-mogelijk-zonder-marktwerking~a4101538/">hier</a></p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/betere-babyopvang/">Betere babyopvang alleen mogelijk zonder marktwerking ( De Volkskrant)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/betere-babyopvang/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hoe kritisch moet je zijn over de Nederlandse babyopvang? (De Correspondent)</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-kritisch-moet-je-zijn-over-de-nederlandse-babyopvang/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-kritisch-moet-je-zijn-over-de-nederlandse-babyopvang/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 03 Mar 2014 21:25:42 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[De Correspondent]]></category>
		<category><![CDATA[opinie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=534</guid>

					<description><![CDATA[<p>Als je stelt dat de babyopvang in Nederland niet goed genoeg is, creëer je meteen een nieuw probleem: je zadelt ouders op met een schuldgevoel en jaagt vrouwen terug achter het aanrecht. Toch moet er iets veranderen. Klik &#160;hier om mijn artikel hierover te lezen op De Correspondent</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-kritisch-moet-je-zijn-over-de-nederlandse-babyopvang/">Hoe kritisch moet je zijn over de Nederlandse babyopvang? (De Correspondent)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Als je stelt dat de babyopvang in Nederland niet goed genoeg is, creëer je meteen een nieuw probleem: je zadelt ouders op met een schuldgevoel en jaagt vrouwen terug achter het aanrecht. Toch moet er iets veranderen.</p>
<p>Klik &nbsp;<a href="https://decorrespondent.nl/778/hoe-kritisch-moet-je-zijn-over-de-nederlandse-babyopvang/53838378-ddf456e4" target="_blank" rel="noopener noreferrer">hier </a>om mijn artikel hierover te lezen op De Correspondent</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-kritisch-moet-je-zijn-over-de-nederlandse-babyopvang/">Hoe kritisch moet je zijn over de Nederlandse babyopvang? (De Correspondent)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-kritisch-moet-je-zijn-over-de-nederlandse-babyopvang/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Minder naar de opvang; een vloek of een zegen?</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/minder-naar-de-opvang-een-vloek-of-een-zegen/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/minder-naar-de-opvang-een-vloek-of-een-zegen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 25 Nov 2013 19:42:59 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Psychologie Magazine]]></category>
		<category><![CDATA[opinie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=525</guid>

					<description><![CDATA[<p>Voor ouders is kinderopvang sinds begin dit jaar een stuk duurder. Een overheidsbezuiniging waarvan de gevolgen al merkbaar zijn: zo zegt 40 procent van de ondervraagde ouders in een enquête – van FNV Bondgenoten en de belangenorganisatie Voor Werkende Ouders – dat ze hun kinderen minder naar de opvang brengen dan voorheen. Het aantal faillissementen [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/minder-naar-de-opvang-een-vloek-of-een-zegen/">Minder naar de opvang; een vloek of een zegen?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Voor ouders is kinderopvang sinds begin dit jaar een stuk duurder. Een overheidsbezuiniging waarvan de gevolgen al merkbaar zijn: zo zegt 40 procent van de ondervraagde ouders in een enquête – van FNV Bondgenoten en de belangenorganisatie Voor Werkende Ouders – dat ze hun kinderen minder naar de opvang brengen dan voorheen. Het aantal faillissementen in de kinderopvang is dan ook twee keer zo hoog als vorig jaar.</p>
<p>Politici zijn vooral bezorgd over de vraag of ouders vanwege de bezuiniging hun kind meer thuis gaan opvangen en daarom zelf minder gaan werken. Maar wat zijn de gevolgen voor degenen om wie het gaat: de kinderen? Is minder investeren in de opvang kwalijk of gunstig voor hun ontwikkeling?</p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p>Stress in de crèche</p>
<p>Voor de allerjongste kinderen, tussen 0 en 2 jaar, zou minder kinderopvang geen vloek zijn maar mogelijk juist een zegen – althans, als ze daardoor langer kunnen worden verzorgd door hun ouders of een vaste, zorgzame oppas. Groepsopvang kan voor baby’s behoorlijk stressvol zijn, bleek uit onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Esther Albers van de Radboud Universiteit Nijmegen. En stress bij baby’s en jonge kinderen is iets om voorzichtig mee om te gaan. Dat komt doordat in ons eerste levensjaar ons hele stresssysteem wordt aangelegd en ingeregeld. Wordt een kind in die cruciale periode langdurig aan stress blootgesteld, en wordt die stress niet goed gereguleerd –wordt hij bijvoorbeeld niet getroost door een vertrouwd persoon –&nbsp;dan bestaat de kans dat het kind als volwassene minder goed tegen stress bestand is.</p>
<p>Of een baby in de crèche zo gestrest raakt dat hij daarvan op lange termijn last krijgt, is niet met honderd procent zekerheid te zeggen. Dat lijkt onder meer af te hangen van zijn genen; de ene baby reageert heftiger op een stressvolle omgeving dan de andere.</p>
<p>Met harde conclusies moeten we dus voorzichtig zijn, zegt onder anderen de Amerikaanse ‘crèchestress-deskundige’ Megan Gunnar van de universiteit van Minnesota. Maar volgens haar moeten we wel in de gaten houden wat de mogelijke gevolgen van deze verhoogde stresswaarden zijn voor de ontwikkeling van kinderen, gezien het feit dat zulke stress ‘in verband wordt gebracht met angstig en over-waakzaam gedrag bij meisjes, en boosheid en agressie bij jongens’. Dat zeggen ook de Nijmeegse ontwikkelingspsychologe Marianne Riksen-Walraven en andere onderzoekers: de nieuwe kennis over stress en de twijfelachtige langetermijneffecten van groepsopvang op heel jonge leeftijd zijn volgens hen reden om voorlopig te zoeken naar alternatieve opvang voor baby’s.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Lappendeken van verzorgers</p>
<p>Helaas – en dat weten veel ouders – is een goed opvangalternatief voor de crèche niet altijd makkelijk te organiseren. Vaak krijgen kinderen te maken met een lappendeken van opvangmogelijkheden: een dagje crèche, een dagje oma van de ene kant, een dagje opa van de andere kant, en misschien nog een halve dag crèche waarna een vriendin het kind ophaalt. Kinderen hebben daardoor niet echt de kans om een warme band op te bouwen met de mensen die hen verzorgen. En laat dat nou precies het allerbelangrijkste zijn voor hun ontwikkeling: ze worden er socialer en slimmer van. In een Australisch onderzoek werd dan ook aangetoond dat kinderen die op jonge leeftijd veel verschillende verzorgers hadden gehad, op latere leeftijd lastiger, ongeconcentreerder en minder sociaal vaardig waren dan kinderen die in een stabielere situatie hadden verkeerd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Betere ontwikkeld</p>
<p>Voor kinderen vanaf een jaar of 2 pakt de bezuiniging ongunstiger uit dan voor de allerjongsten. Voor hen is kinderopvang namelijk echt een kans om zich beter te ontwikkelen. Zo blijkt uit buitenlandse langetermijnonderzoeken, waaronder het Britse EPPE-onderzoek, dat een kind als 14-jarige nog steeds profijt heeft van goede kinderopvang en zorg op zeer jonge leeftijd.</p>
<p>Die positieve effecten zijn vooral vastgesteld bij kinderen uit kansarmere gezinnen; op lange termijn zijn ze beter in taal en rekenen, leren ze beter en slimmer, en zijn socialer. De Europese Commissie adviseerde de lidstaten dit voorjaar dan ook om, ondanks de crisis, flink te investeren in zorg en onderwijs voor heel jonge kinderen. Ze noemt dat de effectiefste manier om de armoedespiraal te doorbreken waarin kinderen uit kansarme gezinnen dreigen te belanden.</p>
<p>Profiteren kinderen van hoger opgeleide ouders dan niet van kinderopvang? Jawel. Uit Nederlands onderzoek bleek bijvoorbeeld onlangs dat 5-jarigen die naar de crèche waren geweest, tijdens een spelletje meer rekening hielden dan niet-crèchekinderen met het lagere niveau van 2-jarige medespelers. Verder lijkt onderzoek erop te wijzen dat de aansluiting met de basisschool soepeler verloopt voor kinderen die de kinderopvang hebben bezocht – al laat ander onderzoek zien dat een kleuterklas met veel voormalige crèchekinderen onrustiger is dan een klas met weinig crèchekinderen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Matig van kwaliteit</p>
<p>Kinderopvang heeft in een aantal gevallen dus gunstige effecten – maar uit onderzoek wordt steeds duidelijker dat er wel een voorwaarde aan is verbonden. Om kinderen echt te laten profiteren moet kinderopvang beslist van goede pedagogische kwaliteit zijn. En laat dat nou net een punt zijn waarop Nederland beter zouden kunnen scoren. Want hoewel de meeste ouders heel tevreden zijn, scoort 86 procent van de crèches niet hoger dan ‘matig’ op de meetschalen van het Nederlands Consortium Kinderopvangonderzoek. Slechts 12 procent krijgt het stempel ‘goed’.</p>
<p>Waar crècheleiders en -sters vooral nog beter in zouden kunnen worden, is bedenken welke activiteiten bij een bepaalde kinderleeftijd horen, en inspelen op wat een kind aan het doen is en interessant vindt. Dat geldt ook voor het op een positieve manier stimuleren van contacten tussen kinderen. Verder zouden ze, kort gezegd, wat meer mét kinderen moeten praten in plaats van tégen ze.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Meer steun voor verzorgers</p>
<p>Kortom, de vraag of minder kinderopvang een vloek is of een zegen, is een zeer complexe. Het antwoord wordt misschien het beste samengevat door Jack Shonkoff, directeur van Harvards Center on the developing child. Je kind naar een crèche of peuterspeelzaal brengen, stelt hij, kan een goede manier zijn om kinderen cognitief te stimuleren en uit te dagen – vooral de kinderen die thuis wat minder meekrijgen. Maar minstens zo belangrijk noemt hij ‘het voorkomen, beperken of verzachten van alle omstandigheden die een negatieve invloed kunnen hebben op een succesvolle ontwikkeling van het jonge brein’.</p>
<p>En daar valt volgens Shonkoff nog flinke winst te behalen. Maar aan die winst gaat een grote investering vooraf. Niet zozeer in de kinderen als wel in de volwassenen die hen verzorgen. Ouders en crècheleiding hebben ondersteuning nodig, zowel moreel als organisatorisch, vindt Shonkoff. Voor ouders kan steun neerkomen op langer ouderschapsverlof, ouderschapscursussen en psychologische ondersteuning. Crècheleidsters hebben baat bij een lagere werkdruk, bijscholing, en maatschappelijke waardering voor hun zware en verantwoordelijke werk.</p>
<p>Zo bezien is een bezuiniging op de kinderopvang hoe dan ook een vloek.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bronnen o.a.: M. Gunnar e.a., <i>The rise in cortisol in family daycare: Associations with aspects of care quality, child behavior, and child sex,</i> Child Development,<i> </i>2010 / J. Love e.a.,</p>
<p><i>Child care quality matters: how conclusions may vary with context,</i> <i>Child Development</i>, 2003 / M. Gunnar e.a., <i>The stressfulness of separation among nine-month-old infants: Effects of social context variables and infant temperament,</i> Child Development, 1992 / J. Shonkhoff, <i>Protecting brains, not simply stimulating minds,</i> Science, 2011</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/minder-naar-de-opvang-een-vloek-of-een-zegen/">Minder naar de opvang; een vloek of een zegen?</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/minder-naar-de-opvang-een-vloek-of-een-zegen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Marktwerking in de kinderopvang: Hoe beter de crèche, hoe eerder failliet (NRC en NRC-next)</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/marktwerking-in-de-kinderopvang/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/marktwerking-in-de-kinderopvang/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 30 May 2013 19:43:27 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[NRC Handelsblad]]></category>
		<category><![CDATA[opinie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=509</guid>

					<description><![CDATA[<p>Maandag 3 juni houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over de kinderopvang. Een van de vragen is of we ‘in de huidige omstandigheden’ kinderopvang van voldoende kwaliteit kunnen bieden. Wij – Ewoud Poerink en Marilse Eerkens – betogen van niet. En bezien vanuit de ontwikkeling van het kind vinden wij dat onacceptabel. ‘De huidige omstandigheden [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/marktwerking-in-de-kinderopvang/">Marktwerking in de kinderopvang: Hoe beter de crèche, hoe eerder failliet (NRC en NRC-next)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><b>Maandag 3 juni houdt de Tweede Kamer een hoorzitting over de kinderopvang. Een van de vragen is of we ‘in de huidige omstandigheden’ kinderopvang van voldoende kwaliteit kunnen bieden. Wij – Ewoud Poerink en Marilse Eerkens – betogen van niet. En bezien vanuit de ontwikkeling van het kind vinden wij dat onacceptabel. </b></p>
<p>‘De huidige omstandigheden in de kinderopvang’ komen er op neer dat kinderopvang wordt gezien als een marktproduct. Ondernemers bieden het aan en ouders gaan op zoek naar de plek waar ze het meeste ‘waar’ krijgen voor hun geld dat zij deels in de vorm van een overheidssubsidie verstrekt krijgen.</p>
<p>Op papier ziet dit systeem er prachtig uit. In de praktijk werkt het niet. Waaróm dat zo is, is al lang geen vraag meer. In nationale en internationale onderzoeken wordt keer op keer gehamerd op twee fundamentele problemen die het effect van de marktwerking frustreren:</p>
<p>1. Om er voor te zorgen dat de markt goed functioneert, moeten ouders de pedagogische kwaliteit goed kunnen beoordelen. Maar dat kunnen ze helemaal niet. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat ze die pedagogische kwaliteit systematisch véél hoger inschatten dan zij in werkelijkheid is (Cryer en Burchinal 1997, Early Childhood Research Quarterly). Als de leidsters aardig zijn en de inrichting gezellig, zijn ouders al snel tevreden. Dat is ook wel logisch: het beoordelen van de pedagogische kwaliteit is complex, zeker als je niet kunt zien hoe het er aan toe gaat op een crèchedag. Je zou nog kunnen denken dat je op de GGD-rapporten kunt afgaan maar die zeggen eigenlijk niks over de manier waarop leidsters met de kinderen omgaan. Die rapporten gaan vooral over veiligheid en hygiëne en over de <i>aanwezigheid</i> (niet de uitvoering!!) van een pedagogisch beleidsplan. Bovendien zijn de minimale eisen die de GGD stelt aan het aantal leidsters op een groep volgens wetenschappelijke inzichten (De Schipper, American Association of Pediatrics) te laag – zeker voor kinderen tussen de nul en twee jaar.</p>
<p>2. Maar zelfs als ouders wél in staat zijn een crèche te beoordelen, zullen ze hun kind er toch niet zo snel weghalen. Want los van de vraag of ze überhaupt ergens anders een plek kunnen vinden (zoals een jaar geleden nog het geval was), is het helemaal niet in het belang van het kind om hem uit zijn vertrouwde omgeving weg te halen.</p>
<p>Met andere woorden: het is in het huidige systeem voor crèches helemaal niet aantrekkelijk om zich te onderscheiden op pedagogische kwaliteit. Crèches concurreren daarom op punten waar ouders wél op letten en over kunnen oordelen: langere openingstijden, flexibiliteit van de groepen, een geliktere uitstraling en de prijs natuurlijk. Allemaal maatregelen die de zorg voor het kind <i>niet</i> ten goede komen. Want langere openingstijden zijn misschien wel fijn voor ouders maar kunnen voor een kind veel te lang zijn. Flexibiliteit is misschien ook fijn voor ouders, maar voor het kind is het veel beter om op de vaste dagen dat hij komt, dezelfde groep kinderen om zich heen te hebben, zo stelt het Nederlands Jeugdinstituut. En dan de prijs. Goedkoper betekent bijna altijd minder personeel – minder groepsleid(st)ers en minder huishoudelijke medewerkers die de leidsters werk uit handen nemen. Dat gaat ten koste van het contact met de kinderen – precies datgene wat zeer bepalend is voor de pedagogische kwaliteit.</p>
<p>In tijden van crisis, zoals nu, zullen de crèches die niet bezuinigd hebben op personeel het eerste omvallen. Met andere woorden, kwaliteit bieden leidt tot zelfdestructie. Het is iets voor idealisten die het zich om welke reden dan ook kunnen permitteren of voor crèches die zich bevinden in rijkere buurten waar ouders bereid en in staat zijn meer te betalen. (Een gemiste kans als je je bedenkt dat in de sociale-achterstandswijken het meest geprofiteerd kan worden van kwalitatief goede kinderopvang.)<i></i></p>
<p>Maar hoe erg is het als kinderen worden blootgesteld aan matige tot onvoldoende kinderopvang?</p>
<p>Er zijn meerdere internationale (langetermijn)onderzoeken die laten zien dat er een correlatie bestaat tussen het gebruik van kwalitatief matige tot slechte crèches (zoals nu in Nederland) en probleemgedrag op latere leeftijd. Die correlatie is sterker naarmate een kind op jongere leeftijd naar de crèche gaat en er meer uren doorbrengt. Ook is er relatief nieuw onderzoek dat laat zien dat ‘naar de creche gaan’ behoorlijk stressvol is voor jonge kinderen, zeker voor baby’s. Of dat op lange termijn schadelijk is weten we niet. Wel weten we dat veel stress op jonge leeftijd in verband wordt gebracht met meer angst bij meisjes en meer agressie bij jongens.</p>
<p>Toch mag je op grond van deze bevindingen niet de conclusie trekken dat vroeg en veel naar een kwalitatief matige crèche gaan, slecht is voor de ontwikkeling van een kind. Een correlatie is immers geen oorzakelijk verband. Wetenschappers – pedagogen, psychologen – doen dan ook zelden uitspraken over dit soort zaken. Maar wat ze wél allemaal doen is manen tot voorzichtigheid. Zeker als het gaat om de aller jongste kinderen.</p>
<p>Maar wat is voorzichtigheid? In Nederland lijkt vooral het belang van de economie te bepalen wat wél en wat niet meer voorzichtig genoemd mag worden. Samen met de meepolderende belanghebbenden in het kinderopvangveld. Al deze partijen hebben een eigen lobbyclub die hun individuele belangen behartigen: de Brancheorganisatie Kinderopvang is er voor de ondernemers in de kinderopvang, BOink is er voor de oudercommissies, VNO/NCW en MKB Nederland zijn er voor de werkgevers en de FNV en het CNV zijn er voor de werknemers in de kinderopvang.</p>
<p>Niemand van deze overlegpartners komt expliciet op voor de rechten van kinderen. Jarenlang hebben deze partners de matige tot onvoldoende pedagogische kwaliteit van de kinderopvang – al of niet licht morrend – geaccepteerd of glashard ontkend. Er waren telkens grotere belangen die gediend moesten worden. Maar als de cijfers die het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek binnenkort gaat presenteren niet héél veel beter zijn dan in 2009, komt het er wél op neer dat we inmiddels acht jaar lang hele jonge kinderen matige tot onvoldoende zorg bieden op het moment dat ze een van de meest cruciale ontwikkelingen van hun leven doormaken.</p>
<p>Of dat erg is, is niet 100% wetenschappelijk aangetoond, nee. Maar erg verantwoord vinden wij het niet. Laat staan voorzichtig.</p>
<p>Lees <a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2013/06/03/kind-van-de-rekening-opvang-moet-veel-beter-1254416-a569272">hier </a>het stuk in NRC</p>
<p><i>Ewoud Poerink is historicus, onderzoeker en schrijver van: <a href="http://peuterindustrie.nl/">&#8216;De Peuterindustrie</a>, wat er mis is met de kinderopvang in Nederland&#8217; &#8211; Meulenhoff 2012</i></p>
<p><i>Marilse Eerkens is psycholoog, journalist en schrijver van: <a href="http://www.marilse-eerkens.nl/">&#8216;Wat doen we met de baby</a>? Over hechting, hersens en kinderopvang&#8217; &#8211; Bertram+de Leeuw 2012&nbsp;</i></p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/marktwerking-in-de-kinderopvang/">Marktwerking in de kinderopvang: Hoe beter de crèche, hoe eerder failliet (NRC en NRC-next)</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/marktwerking-in-de-kinderopvang/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 30 May 2013 20:39:06 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=505</guid>

					<description><![CDATA[<p>Komt een tweejarige nog weg met een flinke driftbui in de Albert Heijn, een stampvoetende 11-jarige vinden we &#160;behoorlijk&#160; gênant. Kinderen moeten zich leren ‘gedragen’. &#160;Ze moeten leren dat ze niet te pas en te onpas hun emoties kunnen ventileren – verbaal of fysiek. Als maatschappij varen wij daar wel bij- dat is beschaving. &#160;Hóe [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/">Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><i>Komt een tweejarige nog weg met een flinke driftbui in de Albert Heijn, een stampvoetende 11-jarige vinden we &nbsp;behoorlijk&nbsp; gênant. Kinderen moeten zich leren ‘gedragen’. &nbsp;Ze moeten leren dat ze niet te pas en te onpas hun emoties kunnen ventileren – verbaal of fysiek. Als maatschappij varen wij daar wel bij- dat is beschaving. &nbsp;Hóe je kinderen het beste kan leren om met die emoties om te gaan, dat beschaven dus, daar is veel over bekend. Iedere ouder die weleens een boek of opvoedblad leest, kan daar nuttige tips vinden. Maar of die tips werken, valt of staat bij de manier waarop je zelf hebt geleerd om met je emoties om te gaan. En in een land met een hoog niet-lullen-maar-poetsen gehalte is de kans niet ondenkbeeldig dat die vaardigheid jou door je eigen ouders niet goed is bijgebracht, zeker als je een man bent. Zo hebben de meeste van ons vooral geleerd om heftige, negatieve emoties te onderdrukken of te ontkennen in plaats van te herkennen, te érkennen en te hanteren. Daar kan je op volwassen leeftijd last van hebben en je kinderen dus ook. Gelukkig valt er op dit vlak heel veel te leren; als je er tenminste voor open staat.</i></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Weglopen voor je gevoel heeft geen zin – en je kind is de dupe</b></p>
<p>Een jaar of vier geleden kwam ik thuis van de J/M-redactie en trof mijn toen 10-jarige zoon, luid vloekend en schreeuwend achter de piano. Achter hem stond zijn vader die zo mogelijk nog harder stond te schreeuwen. Kalm bekeek ik de situatie. Ze hadden, zo schatte ik in, &nbsp;allebei een hele drukke dag achter de rug en dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik zou het vanaf nu wel overnemen. Natuurlijk zonder schreeuwen -dat had ik wel geleerd na vier jaar schrijven over opvoeden. Soepel past ik de geleerde gesprekstechnieken toe:&nbsp; ‘Ik zie dat je ontzettend boos bent wat is er aan de hand?’&nbsp; In gedachte &nbsp;zag ik de zinnetjes voor me die ik ooit weleens geschreven had of misschien gelezen voor een of ander artikel:&nbsp; “Beschrijf de emoties die je ziet. Op die manier leert een kind zijn emoties herkennen. Dat is belangrijk om ze later te kunnen hanteren. Erken ook de emoties;&nbsp; zo leert&nbsp; een kind dat ze er gewoon mogen zijn. &nbsp;Dat is goed voor het zelfvertrouwen. Stel vragen.” &nbsp;‘Die kut-piano’ gilde mijn zoon. ‘Ik haat pianospelen. Ik ga nu van die kut-pianoles af. Ik haat jullie!’ ‘Maar waarom ben je daar nu opeens zo boos over?’, vroeg ik -het ‘kut’ heel bewust negerend &#8211; nog steeds rustig. ‘Het pianospelen gaat juist zo goed de laatste tijd.’ ‘Aaahhhh!!’ gilde mijn zoon en smeet de muziekboeken op de grond. ‘Raap die eens op’, zei ik al met wat minder geduld. Hij weigerde. ‘Ik doe het niet meer’, raasde hij door en gooide de klep van de piano dicht. Dat was niet echt bevorderlijk voor het oude instrument. Ik werd boos. Wat er toen gebeurde weet ik niet meer zo precies. Wel weet ik dat mijn zoon kort daarop onder de douche stond en ik schreeuwend en stampvoetend de badkamer binnenkwam en met al het cynisme dat ik in mij had, gilde dat dit een fantastische mentaliteit was die hij hier aan de dag legde. Dat hij voorál moest stoppen met oefenen als het moeilijker werd. ‘Geef de dingen maar op als ze niet meteen goed gaan! &nbsp;Daar kom je ver mee in het leven!!’</p>
<p>Je hoeft geen psychologie te hebben gestudeerd om te begrijpen dat deze scene waarschijnlijk om meer ging dan alleen een ruzie over het wel of niet doorgaan met pianospelen. Wat vermoedelijk onbewust speelde, is dat ik mijn zoons gedrag zo ontzettend goed herkende. Ik had vroeger ook de neiging om mijn gitaar op de grond kapot te slaan als het me niet snel lukte om een bepaald stuk te spelen. En waar dat dan weer vandaan komt?</p>
<p>Als een kind heftige emoties bij je oproept is het belangrijk dat je als ouder weet waar die vandaan komen. Als je weet wat er met je gebeurt kun je de situatie met iets meer afstand bekijken en beter inspelen op je kind. Dus in plaats van je negatieve emoties te ventileren, probeer je te bieden wat je kind op dat moment nodig heeft.</p>
<p>Een interessante nieuwe stroming binnen de psychologie die veel aandacht schenkt aan dit soort mechanismen is de Past Reality Integration therapie.&nbsp; Het gaat er vanuit dat mensen allerlei afweermechanismen hebben ontwikkeld in hun kindertijd die hen op dat moment hielpen om te overleven. Als jouw ouders niet goed in staat waren aan te sluiten bij de emotionele behoefte die jij had als kind – niet ondenkbeeldig in de tijd waarin de meeste van ons zijn opgevoed &#8211; en jij je dus niet begrepen voelde door degenen die je op dat moment het meeste nodig had, dan stap jij de wereld in met het idee dat de meeste mensen waarschijnlijk niet van zins zijn om jou te begrijpen. Je verwachtingen van anderen – ook van je kinderen &#8211; zijn dan soms of vaak &nbsp;negatief.</p>
<p>Een voorbeeld: je kind moet naar school en het is eigenlijk al net een beetje aan de late kant. Zonder schoenen en mét een tandenborstel in zijn mond bedenkt hij dat hij persé&nbsp; dat ene dierenplaatje mee naar school wil nemen om te ruilen met zijn vriendje. Jij begint te schreeuwen dat het niet kan en hij gaat stampvoeten. Kans is groot dat jullie te laat komen.</p>
<p>‘Wat er soms gebeurt in dit&nbsp; soort situaties’, zegt psycholoog en PRI-therapeut &nbsp;Nynke Neijzen, ‘is dat er bij jou een &nbsp;soort automatische afweerreactie wordt geactiveerd. Je ziet op die momenten je zoon of dochter niet meer als een kind met een behoefte, maar als een soort monstertje dat jou aan het tegenwerken is. En van dat tegenwerken word je heel erg boos. Waarom? Waarschijnlijk omdat het een afweerreactie uit je eigen jeugd bij je oproept. Het doet je denken aan situaties waarin je zelf werd tegengewerkt of emotioneel niet werd ‘gezien’. Begrijpelijk maar niet efficiënt. Als je even had meegezocht naar dat dierenkaartje, of even rustig had uitgelegd waarom je&nbsp; nu niet kan gaan zoeken ipv heel erg boos te worden, was alles waarschijnlijk vlugger verlopen en voelde je kind zich ook even gezien in plaats van afgewezen.’</p>
<p>Waar je als ouder ook tegenaan kan lopen is dat je het misschien heel moeilijk vindt om te begrijpen wat je kind nou precies nodig heeft aan emotionele aandacht. Vaak komt dat omdat je als kind geleerd hebt om je zo veel mogelijk af te sluiten voor je gevoel omdat je gemerkt hebt dat dit gevoel er voor jouw ouders toch niet zo veel toe deed. Of, wat ook goed kan, &nbsp;omdat ze je niet geholpen hebben om dat gevoel te herkennen en erkennen.</p>
<p>Neijzen komt met een voorbeeld&nbsp; van een ouder die worstelde met de slaapproblemen van haar kind dat al lang en breed op de basisschool zat. Het kind was steeds heel erg bang voor het slapen gaan. De moeder had alle trucs geprobeerd: een vast ritueel, op tijd eten, niets hielp. Ondertussen liepen de irritaties tijdens het eten al hoog op; iedereen zag op tegen dat moment van naar bed gaan. Toen ze na lang praten aan de moeder vroeg wat haar nou zo raakte, bleek zij het vooral heel moeilijk te vinden dat ze niet kon begrijpen waar haar kind nou zo’n behoefte aan had. Ze kon dat niet omdat ze zelf zo weinig emotionele aandacht had gehad als kind. Dat inzicht loste bij haar al een hoop op. Met behulp van PRI – een stapsgewijze aanpak dat je oude afweermechanismen helpt te ontmantelen &#8211; vond ze meer aansluiting bij haar kind. Ze voelde opeens veel beter waar het behoefte aan had. En toen was het probleem opgelost. Hij &nbsp;sliep weer in en door.</p>
<p>‘Met de meeste kinderen is niks mis’, zegt Neijzen stellig . ‘Als je open staat voor je eigen emoties en voor het idee dat ze alleen over jou zelf gaan, &nbsp;zit je vaak heel dicht bij de oplossingen die je zoekt voor de meeste opvoedproblemen. ’</p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p><b>KADERS</b></p>
<p><b>PRI, hoe werkt dat? </b></p>
<p>PRI is een methode die je onder begeleiding van een therapeut kunt leren, maar er is ook een doe-&nbsp; het -zelf- methode die staat beschreven in het boek: ‘PRI en de kunst van bewust leven’ van Ingeborg Bosch. De methode is opgedeeld in drie fasen en duurt ongeveer negen weken. In die weken leer je eerst een manier om je eigen emoties beter te leren herkennen. Je krijgt &nbsp;inzicht in de gedachten, de handelingen en de bijbehorende emoties die je leven soms ingewikkelder maken dan nodig. Je leert ook onderscheid maken tussen reacties die voortkomen uit je&nbsp; emotionele ( als kind geprogrammeerde) brein &nbsp;en uit je rationele brein. In de tweede fase leer je wat de reactie van je emotionele brein, je oude afweersysteem dus, allemaal in gang zet. De kans is groot dat je ontdekt dat die reacties niet altijd even adequaat zijn. In de derde fase leer je hoe je je emotionele brein kunt herprogrammeren en meer kunt leven in het hier en nu. Dat doe je door hele specifieke – steeds terug kerende – emoties te doorvoelen en vervolgens om te buigen.</p>
<p>Op de site van PRI – zie onder &#8211; staan ook een aantal ‘tools’ ( testjes, filmpjes, formulieren) die je kunnen helpen om de kennis uit het boek goed toe te passen.</p>
<p>Meer info:</p>
<p><a href="http://www.pastrealityintegration.com/">www.pastrealityintegration.com</a> of www.prionline.nl</p>
<p><a href="http://www.kindessence.nl/">www.kindessence.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Boeken:</p>
<p>‘PRI en de kunst van het bewust leven’ van Ingeborg Bosch&nbsp; ISBN 9789020410730<br />
Prijs: € 16,95</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>‘De onschuldige gevangene’ van Ingeborg Bosch ISBN: 978-90-204-0634-4<br />
Prijs € 22,90</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Mindfulness</b></p>
<p>Een andere goede manier om meer inzicht te krijgen in je&nbsp; eigen emoties is een cursus mindfulness. .&nbsp; Bij zo’n cursus leer je je opmerkzaamheid vergroten.&nbsp; Door emoties&nbsp; eerder te herkennen ben je minder geneigd vanuit je automatische piloot te reageren&nbsp; aldus George Langenberg&nbsp; mindfulness trainer en auteur van het boek MindfulKids HeartfulKids. Hij benadrukt dat weglopen voor je gevoel bijna altijd een averechts effect zal hebben. ‘Je wordt gekunsteld en nep. Alles wat je zegt wordt dan een buitenkant verhaal. Het opvoeden wordt zo gereduceerd een soort trucje; kinderen hebben daar een hele goede neus voor. En op de lange termijn schieten ze &nbsp;er ook niks mee op. Ze doen toch na wat je ze voorleeft.’</p>
<p><a href="http://www.mindfulkids.nl/"><b>www.mindfulkids.nl</b></a><b></b></p>
<p><b>&nbsp;</b></p>
<p>Boeken: ‘MindfulKids HeartfulKids’ van George Langenberg en Rob Brandsma</p>
<p>ISBN 978 90 209 7540 6<br />
Prijs € 24,99</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Vaders en emoties</b></p>
<p>In zijn boek ‘Jongens &#8211;&nbsp; Hoe voed je ze op?’ benadrukt auteur Steve Biddulph dat jongens het meeste leren over hun gevoelens door naar hun vader en andere mannen te kijken. Het lastige is alleen dat vaders volgens Biddulph de neiging hebben om al hun negatieve emoties om te zetten in de emotie waar ze het meest vertrouwd mee zijn: boosheid. Voor kinderen kan dit de zaken tamelijk gecompliceerd maken. Biddulph schrijft: ‘Als mannen zich boos gedragen terwijl ze eigenlijk verdrietig, angstig of zelfs gelukkig zijn, kan dit voor kinderen behoorlijk verwarrend zijn.’ Zijn tip: meer woorden, minder daden ( schreeuwen , met deuren smijten etc) . Zeg waar het op staat: dus niet heel boos worden als je zoon wegloopt in het winkelcentrum maar zeggen: ‘ik was echt vreselijk ongerust!’ ( nee, je bent heus geen watje dan) .</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Benoem de emotie maar accepteer niet altijd het gedag van je kind</b></p>
<p>Het is heel belangrijk dat je de heftige emoties van je kind benoemt. Daar leert het van. Maar dat wil niet zeggen dat je iedere daad die voortkomt uit die emoties maar moet accepteren. Als een kind bijvoorbeeld heel boos is kun je die boosheid erkennen – “ik zie dat je boos bent omdat je geen zin hebt om mee te gaan naar de winkel; dat snap ik best” – om vervolgens te zeggen dat hij toch zijn jas moet aantrekken om mee te gaan – “je kan nou eenmaal niet alleen thuisblijven”. ‘ Daarmee is de boosheid misschien niet helemaal opgelost, maar je kind zal zich wel gezien voelen’, aldus kindertherapeut Sanne Bierens. ‘En daar gaat het om.’</p>
<p>Meer info over de praktijk voor opvoedingsvragen van kindertherapeut Sanne Bierens:</p>
<p><a href="http://www.sannebierens.nl/">www.sannebierens.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><b>Alternatieve manieren om kinderen hun emoties te laten uiten</b></p>
<p>Sommige kinderen – en zeker jongens &#8211; blijven het moeilijk vinden om over hun gevoel te praten. Alternatieve manieren om (intense)&nbsp; gevoelens naar buiten te brengen zijn:</p>
<ul>
<li>Tekenen, kleien</li>
<li>Een herinneringsdoos (verdriet)</li>
<li>Een talentenboom ( als je je onzeker voelt)</li>
<li>Het maken van een wensbord</li>
<li>Een stripverhaal maken</li>
<li>Een masker maken om je geluk/ongeluk uit te beelden</li>
</ul>
<p>&nbsp;</p>
<p>Bron: www.kindercoachingfriesland.nl</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/">Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/hoe-leer-je-een-kind-omgaan-met-emoties-begin-bij-jezelf/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>EMDR: nare ervaringen beter opslaan in je brein</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 15:50:22 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=412</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM&#160;februari 2013 ‘Je had beter niet over je leeftijd kunnen liegen’ zei de man van de bioscoop toen ik als dertien-jarige lijkbleek uit de film ‘Vrijdag de dertiende’ kwam. En hij had ontzettend gelijk. Ik ben nog jarenlang bang geweest in het donker; de beelden van afgehakte hoofden ( die inmiddels door kenners als&#160; ‘ontzettend [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/">EMDR: nare ervaringen beter opslaan in je brein</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>JM&nbsp;februari 2013</p>
<p>‘Je had beter niet over je leeftijd kunnen liegen’ zei de man van de bioscoop toen ik als dertien-jarige lijkbleek uit de film ‘Vrijdag de dertiende’ kwam. En hij had ontzettend gelijk. Ik ben nog jarenlang bang geweest in het donker; de beelden van afgehakte hoofden ( die inmiddels door kenners als&nbsp; ‘ontzettend nep’ worden weggelachen) bleven dan maar terugkomen.</p>
<p>Het is jammer dat mijn ouders in die tijd nog niet op de hoogte waren van EMDR ofwel, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een inmiddels al weer 15 jaar oude behandelingstechniek die goed kan helpen om nare ervaringen te verwerken. Grofweg komt de&nbsp; behandeling er op neer dat je de herinnering opnieuw gaat opslaan in je brein. En wel op zo’n manier dat deze minder snel storend op de voorgrond treedt. &nbsp;‘Dat is althans de theorie’, zegt kindertherapeut Dafna Zwarts die al ruim twaalf jaar werkt met EMDR. ‘Hoe het precíes werkt, weten we niet. We denken dat we er door de behandeling voor kunnen zorgen dat de angstige of traumatische herinnering beter wordt opgeborgen in je langetermijngeheugen. Dat betekent niet dat het wordt weggedrukt of vervangen door een andere herinnering,&nbsp; maar eerder dat de lading er af gaat of dat het een andere betekenis krijgt. Als het goed is, bedrukt het je daarna minder.’</p>
<p>Dat ‘opnieuw opslaan’ van die herinnering gebeurt door de persoon terug te laten denken aan die nare herinnering en hem tegelijkertijd af te leiden. Meestal door iemand zijn ogen heen en weer te laten bewegen. Maar soms, en vooral bij kleine kinderen,&nbsp; gebeurt dat ook door het geven van tikjes op de knie of op de handen of met een koptelefoon waar piepjes doorheen klinken.</p>
<p>De toepassingsmogelijkheden van EMDR bij kinderen zijn heel uitgebreid. Je kunt het inzetten bij kleine traumatische gebeurtenissen waar kinderen steeds maar weer last van blijven houden &#8211; een enge film of een beet van een hond bijvoorbeeld. Maar het kan ook gebruikt worden bij de behandeling van meer complexe zaken. Je moet dan denken aan een te negatief zelfbeeld of aan &nbsp;aanhoudend verdriet of angst na een scheiding, een nare ziekenhuiservaring, een pestervaring of het overlijden van een dierbaar iemand.</p>
<p>‘Bij dit soort complexere zaken is EMDR niet het enige wat je inzet bij de behandeling maar het kan wel een heel nuttig hulpmiddel zijn’ legt Zwarts uit. Ze geeft een voorbeeld van hoe ze die EMDR inzet: ‘Stel je een kind voor dat heel veel last heeft van de scheiding van zijn ouders. In zo’n geval zal ik het kind vragen om terug te denken aan dat wat hij het meest vervelend vindt. Is dat die heftige ruzie? Of dat verdriet van de moeder? Kinderen kunnen dat meestal wel goed benoemen als je ze op de juiste manier ondervraagt. En als ze het niet zeggen dan kunnen ze het vaak wel tekenen. Hebben ze dat beeld bepaald – die huilende moeder bijvoorbeeld – dan vraag ik zich daar op te concentreren. Hebben ze dat beeld eenmaal goed voor ogen, dan vraag ik wat ze voelen, welke negatieve gedachten ze hebben. Daarna mogen ze hun gedachten de vrije loop laten gaan. Wel vraag ik ze om de halve minuut wat er door ze heen gaat – verdriet, angst, pijn of iets anders bijvoorbeeld. Gedurende dit proces laat ik ze ook hun ogen bewegen. Bij mij gebeurt dat meestal door ze een bewegende stip op een beeldscherm te laten volgen. Af en toe – tijdens de sessie –laat ik ze terug denken aan het beeld waar ze mee begonnen waren. Als het goed is, is de gedachte daaraan minder pijnlijk geworden. Is dat niet zo, dan ga ik door tot het een neutraal beeld is geworden.’</p>
<p>Kobus Krabben is net tien en heeft een jaar geleden een aantal EMDR-sessies gehad nadat hij samen met zijn vader en moeder bijna drie keer over de kop was geslagen op de snelweg. ‘We reden met 120 op de middenbaan en werden opzij geduwd door een grote vrachtauto. Uiteindelijk lagen we stil op de vluchtstrook van de linkerbaan. Ik had alleen maar een bult op mijn voorhoofd en mijn vader en moeder hadden gelukkig ook niks ernstigs.’ Na het ongeluk voelt Kobus zich niet fijn meer in een auto. ‘Als ik in de auto zat en ik zag een vrachtwagen rijden dan lette ik heel erg op. Dan voelde ik me soort van bangig.&nbsp; Dat had ik daarvoor helemaal niet. Dan zag ik soms niet eens of er vrachtauto’s reden.’ Tijdens de EMDR-sessies bij Dafna Zwarts kreeg hij twee balletjes in zijn hand die om de beurt trilden. ‘Tegelijkertijd moest ik terugdenken aan het ongeluk en er een soort verhaal van maken dat steeds leuker werd. In mijn nieuwe verhaal zaten we in de auto en sloegen we helemaal niet over de kop. Ik had mijn schoenen ook niet meer uit zoals in het echt en het regende ook niet meer.’ Na vijf sessies ging het beter met Kobus: ‘ik ben niet meer zo heel erg oplettend in de auto. Natuurlijk wel méér dan voor het ongeluk maar het voelt niet meer zo vervelend.’ Vond hij de behandeling raar? ‘Ik dacht eerst “tja, zo’n psychobehandeling, dat lijkt me een beetje saai”. Maar dat was het helemaal niet. Het was leuk en als we vroeg klaar waren dan leerde ik haar pokeren. Dat kon ze nog niet.’</p>
<p>De therapie lijkt verraderlijk eenvoudig maar volgens Zwarts is het lastiger dan je denkt, zeker als het om de behandeling van wat complexere zaken gaat. ‘Het is om te beginnen heel belangrijk dat je als therapeut precies achterhaalt wat het probleem heeft veroorzaakt. Dat is al een klus op zich. En daarna is het belangrijk om de reacties heel goed in te schatten. Sommige kinderen reageren heftiger dan je denkt en aan sommige kinderen merk je bijna niks tijdens de therapie. Maar dat laatste wil niet zeggen dat er ook daadwerkelijk niks aan de hand is. Kinderen vinden het soms heel moeilijk om te zeggen wat er in ze om gaat.’</p>
<p>Wanneer kun je als ouder overwegen om EMDR in te zetten? Zwarts: ‘Als een kind iets ergs heeft meegemaakt, wacht dan eerst rustig af. Soms – vaak zelfs – gaan dingen vanzelf over. Maar als je merkt dat de nare ervaring aan je kind blijft knagen en ontwrichtend gaat werken – op school of thuis – dan is het altijd goed om tot actie over te gaan en hulp te zoeken. En daarbij geldt: hoe eerder, hoe beter.’</p>
<p>Meer informatie:</p>
<p><a href="http://www.emdr.nl">www.emdr.nl</a></p>
<p><a href="http://www.emdrkindenjeugd.nl">www.emdrkindenjeugd.nl</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/">EMDR: nare ervaringen beter opslaan in je brein</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/emdr-nare-ervaringen-beter-opslaan-in-je-brein/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Biografieën voor gewone stervelingen</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 13:05:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Het Parool]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=400</guid>

					<description><![CDATA[<p>Parool oktober 2012 Wie was mijn moeder? Hoofdstuk 1: Ziekte&#160; ‘Darmkanker komt niet veel voor bij jonge mensen. Daarom heeft de huisarts de signalen ook niet goed opgepakt. (…) Wat mijn ziekte mij heeft gebracht? Ik ben rechter door zee geworden. Ik ga recht op mijn doel af. Ik ben nu minder verlegen. En ik [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/">Biografieën voor gewone stervelingen</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Parool oktober 2012</p>
<p><b>Wie was mijn moeder?</b></p>
<p><b>Hoofdstuk 1: <i>Ziekte</i></b>&nbsp; ‘<i>Darmkanker komt niet veel voor bij jonge mensen. Daarom heeft de huisarts de signalen ook niet goed opgepakt. (…) Wat mijn ziekte mij heeft gebracht? Ik ben rechter door zee geworden. Ik ga recht op mijn doel af. Ik ben nu minder verlegen. En ik weet nu beter wat ik zelf wil. (…) Ik ben nu Mandy geworden , en dat is een heerlijk gevoel</i>.’</p>
<p>In december 2011 ging &nbsp;Mandy Broshuis &nbsp;&#8211; toen 41 &#8211; dood.&nbsp; Om er voor te zorgen dat haar kinderen Boris (9) en Witte (7) haar&nbsp; niet alleen als zieke moeder&nbsp; zouden herinneren en ook op latere leeftijd een goed beeld van haar kunnen krijgen, stelden haar zussen voor om een biografie van haar te laten maken. Daarvoor schakelden zij de hulp in van het bedrijf ‘Voor uw kinderen.nl’.</p>
<p>Xylander Kroon, eigenaar en oprichter van dit bedrijf, &nbsp;kwam op het idee toen hij de zelfgeschreven biografie van zijn vader in handen kreeg. ‘Mijn vader lag in het ziekenhuis en dacht dat hij dood zou gaan. Hij kon goed schrijven en besloot zijn levensverhaal op papier te zetten. Toen hij&nbsp; toch beter werd&nbsp; vroeg hij ons: “willen jullie het nu &nbsp;hebben of straks, als ik er niet meer ben?”.&nbsp; Wij wilden het meteen. Dan konden we tenminste nog vragen stellen.’</p>
<p>De biografie bleek zeer waardevol.&nbsp; ‘Toen mijn broers, mijn zus en ik de biografie uit hadden, kwamen we er achter dat we hele stukken van onze jeugd op onze eigen manier hadden ingekleurd’, zegt Kroon. ‘Volgens de een was mijn vader&nbsp; áltijd thuis en volgens de ander was hij er echt nóóit bijvoorbeeld.&nbsp; Sinds &nbsp;die biografie weten we hoe mijn vader het heeft beleefd.’</p>
<p>Voor het schrijven van een biografie werkt Kroon met ervaren &nbsp;journalisten . Na het &nbsp;eerste gesprek met de opdrachtgever selecteert hij de meest geschikte schrijver. &nbsp;‘Als de opdrachtgever streng gereformeerd is bijvoorbeeld, dan zoek ik een journalist die op zijn minst iets&nbsp; heeft met het geloof. Een journalist moet zich kunnen inleven en de hoofdpersoon moet zich wel op zijn gemak voelen bij zo’n interview. Anders wordt het niks.’</p>
<p>Is de&nbsp; goede journalist gevonden dan gaat deze te &nbsp;werk volgens een vast stramien. Eerst maakt de&nbsp; schrijven met de hoofdpersoon van het boek een zogenaamde &nbsp;‘levensboom’ waarin wordt &nbsp;aangegeven welke thema’s in zijn of haar leven belangrijk zijn.&nbsp; Dat kan van alles zijn. Zo koos Mandy&nbsp; voor het eerder geciteerde thema ‘ziekte’ maar ook voor thema’s als ‘dromen’, ‘mijn karakter’ ‘reizen’ en ‘vrouwendingen’. Vervolgens &nbsp;wordt de &nbsp;hoofdpersoon over al deze losse thema’s geïnterviewd en wordt het verhaal in zijn of haar woorden opgeschreven. &nbsp;In &nbsp;het hoofdstukje ‘Vrouwendingen’ zegt &nbsp;Mandy bijvoorbeeld: &nbsp;&nbsp;‘<i>Ik was altijd en makkelijk verliefd.’</i></p>
<p>Voor het tweede deel &nbsp;van het boek schrijft de hoofdpersoon brieven &nbsp;aan mensen die hem of haar dierbaar zijn. Mandy schrijft aan haar man, aan haar vader, haar zussen, goede vrienden&nbsp; en natuurlijk aan haar&nbsp; kinderen. Ze beschrijft wat ze ziet in Boris – zijn liefde voor tekenen en schilderen bijvoorbeeld: &nbsp;‘<i>Ook ik deed dat graag, vooral rond Sinterklaas’</i>. Ze benoemt het ‘moeder-dochterschilderij’ dat ze maakte met Witte en vertelt iets over de sieraden die Witte van haart erft:&nbsp; ‘<i>Mijn parelset. Ja je woont nu eenmaal in het Gooi. De parels zijn wel allemaal een beetje nep maar ach, wat geeft dat</i>.’</p>
<p>Het boek eindigt met een serie brieven die dierbare personen aan de hoofdpersoon schrijven. ‘Daarmee krijgen de nabestaanden een goed beeld van hoe er tegen de hoofdpersoon werd aangekeken’, zegt Xylander Kroon. ‘Die brief kwam zó uit mijn tenen’ zegt Mandy’s man Pieter Ettema. ‘Ik zat naast haar op de bank toen ik hem schreef en ik dacht “lieve, lieve schat, ik ga je vreselijk missen en wat ben ik blij dat jij er bent.” Dat zijn dan ook de laatste regels.’</p>
<p>Carine Kappeyne van de Coppello is GZ-psycholoog, gespecialiseerd in verliesverwerking bij jeugdigen. Zij kan zich goed voorstellen dat zo’n biografie van een overleden ouder, kinderen kan helpen. ‘Als kind wordt je identiteit voor een groot deel beïnvloed door je ouders. Ze zijn je ijkpunt. Je toetst je aan ze of zet je er tegen af. Als ze er niet meer zijn wordt dat moeilijker, zeker als je karakter het meest op die van de overleden ouder lijkt. Het kan dan fijn zijn om te lezen dat je moeder ook heel snel verliefd was bijvoorbeeld, of een beetje driftig.’ Kappeyne stelt wel dat het effect van zo’n biografie afhankelijk is van hoe het gemaakt is. ‘Je moet bijna zelf een therapeut zijn om te weten welke thema’s belangrijk kunnen zijn voor je kinderen op latere leeftijd. En verder is het belangrijk dat de betrokken journalist goed doorvraagt op de wat lastigere punten. Het moet een verhaal met verschillende kanten zijn, niet alleen maar de mooie, anders hebben kinderen er minder aan.’</p>
<p>De kinderen van Pieter Ettema zijn nog niet geïnteresseerd in het boek over hun moeder. Voor Ettema zelf was de eerste confrontatie een hele gekke ervaring. Toen hij de eerste ruwe versie doorlas had hij aanvankelijk de neiging om er van alles in aan te passen. ‘Ze schreef bijvoorbeeld dat ik haar ten huwelijk had gevraagd door met een spandoek voor het raam te gaan staan van de klas waar ze op dat moment les gaf. Nou heb ik daar wel gestaan met dat spandoek, maar alleen om te zeggen dat ik ook heel veel van háár hield. Er was nog helemaal geen sprake van een huwelijk.’ Hij is even stil en grijnst:&nbsp; ‘en als ze zegt “ik ben ook zorgzaam voor een ander en cijfer mezelf dan weg”, dan denk ik “hmm, dat zou ik wel enigszins kunnen nuanceren”.’</p>
<p>‘Maar wat ik vind, daar gaat het helemaal niet om. Het is haar verhaal’ vervolgt hij. ‘En het is heel goed zo. Het staat er in háár woorden: fel en uitgesproken. Je krijgt een heel goed beeld van hoe ze was: puur, onorthodox&nbsp; en sterk en altijd levend in het ‘nu’- ook voordat ze ziek werd. &nbsp;Ik denk dat Mandy trots zou zijn op het resultaat.’</p>
<p>Het schrijven van een biografie inclusief vijf gedrukte exemplaren kost&nbsp; 5000 euro.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>‘</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/">Biografieën voor gewone stervelingen</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/biografieen-voor-gewone-stervelingen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Waarom hechting zo belangrijk is</title>
		<link>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/</link>
					<comments>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Marilse Eerkens]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 04 Apr 2013 12:57:51 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[JM Ouders]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://www.marilse-eerkens.nl/?p=396</guid>

					<description><![CDATA[<p>JM augustus 2012 Ze zijn net 17 en vreselijk verliefd. Hij wil die avond ‘all the way’, maar zij heeft haar twijfels. Ze wil eerst &#160;100% zeker zijn dat hij echt van haar houdt: ‘Do you love me, do you love me forever do you need me, will you never leave me, will you make [&#8230;]</p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/">Waarom hechting zo belangrijk is</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>JM augustus 2012</p>
<p>Ze zijn net 17 en vreselijk verliefd<i>. </i>Hij wil die avond ‘all the way’, maar zij heeft haar twijfels. Ze wil eerst &nbsp;100% zeker zijn dat hij echt van haar houdt: ‘<i>Do you love me, do you love me forever do you need me, will you never leave me, will you make me so happy for the rest of my life, will you take me away will you make me your wife? I want to know right now, before we go any further do you love me? Do you love me forever?</i>&nbsp; Hij aarzelt: ‘<i>let me sleep on it, baby, baby let me sleep on it .. </i><i>I’ll give you an answer in the morning’. </i>Uiteindelijk geeft hij toe; hij zal tot het einde der tijden van haar blijven houden. Iedereen gelukkig? Nee, hij krijgt vreselijke spijt van zijn belofte. Dagelijks bidt hij dat het einde der tijden spoedig komt: ‘<i>so I can end my time with you’</i>. <i></i></p>
<p>Het is een heerlijk extreem verhaal, deze hit van Meatloaf.&nbsp; Heel romantisch ergens, maar dat dit niet goed afloopt voel je eigenlijk wel aankomen. Zo kun je gerust stellen dat het meisje toch wel behoorlijk veeleisend in ál die &nbsp;zekerheden die de jongen &nbsp;haar moet bieden. Dat ze niet ‘gebruikt’ wil worden is nog wel te begrijpen. Maar moet daar eeuwige trouw tegenover staan? Moet hij haar in ruil daarvoor, voor altijd gelukkig maken? Aan de andere kant: &nbsp;misschien houdt die jongen haar al weken/maanden aan het lijntje en wordt zij er gek van dat hij zich niet durft te binden.</p>
<p>Waarom dit verhaal in een blad over opvoeding? Omdat extreme bindingsangst en een overdreven hang naar zekerheid of erkenning, allebei voorbeelden zijn van gedrag dat in veel gevallen goed te verklaren is vanuit ervaringen die mensen hebben opgedaan in hun vroege jeugd. Zo is er heel veel terug te voeren op het fenomeen ‘hechting’, ofwel de band die kinderen in hun vroege jeugd hebben opgebouwd met hun ouders.</p>
<p>Bij hechtingsproblemen denken de meeste mensen al snel aan geadopteerde weeskinderen uit China. Dat is terecht, maar wil niet zegen dat hechtingsproblemen alleen te maken hebben met adoptie. Sterker nog; ongeveer een derde van de bevolking is ‘onveilig gehecht’ zoals dat heet. Best veel mensen dus.</p>
<p>Maar laat ik eerst met de positieve kant van het verhaal beginnen. Ongeveer twee derde van de bevolking is wél veilig gehecht. Dat betekent dat ze in hun vroege jeugd, tussen de 0 en 4 jaar, <i>ervaren</i> hebben dat ze echt de moeite waard zijn om van te houden. Zij hebben door de dagelijkse omgang met hun ouders geleerd dat ze niet alleen lief worden gevonden als ze vrolijk en blij zijn, maar ook dat er begrip voor hen is als ze boos of verdrietig zijn. Het feit dat al deze gevoelens geaccepteerd worden is gunstig. Niet alleen omdat het je als kind zelfvertrouwen geeft – ik mag er zijn, ook de minder vrolijke kant van mij – maar ook omdat het je meer inzicht geeft in die gevoelens. Want als je als kind van jongs af aan geleerd hebt goed onderscheid te maken tussen de wat lastiger te duiden negatieve emoties zoals vermoeidheid, angst, boosheid en onzekerheid bijvoorbeeld, dan ben je uiteindelijk &nbsp;beter in staat om jezelf hier ook weer uit te trekken. Je weet immers beter waar je aanknopingspunten moet zoeken voor de oplossing – ben je moe en daardoor chagrijnig, dan moet je gewoon eerder naar bed, ben je bang, dan kun je even rationeel gaan bekijken hoe reëel die angst nou is.</p>
<p>Los van het beter kunnen vinden van aanknopingspunten om je probleem op te lossen, heb je als veilig gehecht kind ook ervaren dat er altijd wel mensen zijn die je kunnen helpen. Je hebt ervaren dat je ouders je gevoelens niet alleen accepteren maar ook vaak in goede banen weten te leiden – ze kunnen je bijvoorbeeld troosten; met woorden of door je stevig vast te houden of een aai te geven.</p>
<p>Deze wetenschap en deze ervaringen geven je als &nbsp;kind een heel veilig gevoel. Je weet dat er niet alleen fysiek voor je gezorgd wordt, maar ook emotioneel. En dat laatste is – in tegenstelling tot wat tot en met de jaren vijftig/zestig&nbsp; nog vaak werd gedacht, &#8211; minstens zo belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van een mens. &nbsp;Het zorgt er namelijk voor dat je in een positieve spiraal terecht komt: ‘als mijn ouders mij zo de moeite waard vinden om van te houden zullen anderen mij ook wel de moeite waard vinden’.</p>
<p>Onderzoek toont aan dat dit inderdaad zo werkt. Kinderen die veilig gehecht zijn, ontwikkelen zich beter dan kinderen die een onveilige band met hun ouders of verzorgers hebben. De eerste zijn sociaal- emotioneel vaak sterker. Ze snappen wat een ander denkt, voelt of nodig heeft. In de praktijk betekent dit dat ze beter in staat zijn om ruzies op te lossen, beter om kunnen gaan met hun eigen boosheid, makkelijker vrienden maken, hun vriendschappen beter onderhouden en in staat zijn om een intieme relatie met iemand aan te gaan. Uiteindelijk weten ze deze relatie ook vaker staande te houden en worden ze zelf een meer succesvolle ouder.</p>
<p>De keerzijde van dit verhaal laat zich min of meer raden. In een notendop: je hebt minder inzicht in je eigen gevoelens, je hebt minder positieve verwachtingen van de omgeving, je hebt extreme behoefte aan geruststelling en bevestiging of een ongezonde angst voor de confrontatie met je eigen gevoel. Psychotherapeut Sue Gerhardt beschrijft in haar boek <i>Why love matters</i> hoe een onveilige hechting aan de basis kan staan van talloze problemen. Wie geen veilige basis heeft gekregen toen hij klein was, zal er zijn hele leven naar op zoek blijven. Zo iemand zoekt dan naar iets of iemand die hem – weliswaar tijdelijk, maar toch – dat veilige, aangename gevoel kan bezorgen. Sommige mensen zoeken het in steeds wisselende liefdesrelaties – zodra de eerste verliefdheid voorbij is waarin je nog de mooiste, de knapste en de leukste bent, haken ze af. Anderen zoeken het in drank, drugs of in eten, weer anderen gaan extreem hard werken, verslaafd als ze zijn aan succes en complimenten. Sommigen lopen het spreekuur van de dokter plat of klampen zich krampachtig aan iemand vast die hen keer op keer moet ‘redden’ – een partner, de sociale dienst of een andere hulpinstantie. Hun gedrag is vaak destructief en het zal ze nooit de zekerheid verschaffen die ze nodig hebben. Sterker nog, volgens Gerhardt kan dit gedrag ten grondslag liggen aan ziekte en depressie. In haar boek legt zij bijvoorbeeld een verband tussen onveilige hechting en allerlei stoornissen zoals borderline, narcisme en extreme agressiviteit.</p>
<p>Maar voor jou als ouder gaat het natuurlijk hier om: hoe ontstaat zo’n minder veilige gehechtheidsrelatie en, belangrijker nog, &nbsp;wat kun je daar achteraf nog aan doen?</p>
<p>Een van de manieren waarop een kind onveilig gehecht kan raken is als je als ouder zelf grote moeite hebt met negatieve emoties – woede of agressie bijvoorbeeld. De kans is dan groot dat je deze negatieve gevoelens van je kind ook maar heel moeilijk kan verdragen. Gaat je kind plotseling schreeuwen of huilen, dan moet dat gedrag zo snel mogelijk de kop ingedrukt worden: ‘Hou je kop!’ of ‘Hier moet je echt niet mee aankomen bij mij!’. Eindeloos negeren kan ook. De indirecte boodschap die je kind hiermee krijgt is: ‘mijn gevoel bestaat niet’ of ‘mijn gevoel moet ik onderdrukken anders wordt papa of mama boos op mij/heel verdrietig’. Dus in plaats van het gevoel van je kind in goede banen te leiden – ‘Hé waarom ben je nou zo boos, wat kunnen we nou eens doen om dit op te lossen?’ – wordt je kind gedwongen zijn gevoel te ontkennen. Zo rakelt hij tenminste niet dat nare gevoel bij jou of je partner op. Deze manier van hechten,&nbsp; noemt men in de psychologie: vermijdend gehecht.</p>
<p>Een andere manier waarop je kind onveilig gehecht kan raken, is als je als &nbsp;ouder heel grillig op zijn &nbsp;gevoelens reageert. Dus de ene keer heel serieus, soms zelfs overgevoelig en té betrokken en de volgende keer heel geïrriteerd: je kind moet z’n kop dicht houden – papa of mama heeft al genoeg problemen aan zijn of haar eigen hoofd. Daarmee krijgen kinderen een dubbele boodschap: soms leveren je gevoelens de aandacht op die nodig is, maar soms niet. En hier is ook nog eens geen enkel patroon in te ontdekken. Om als kind je kans op de noodzakelijke aandacht te vergroten, zal je in zo’n grillige opvoedsituatie je ouders heel goed in de gaten moeten houden. Je bent voortdurend bezig met pogingen om aandacht te krijgen: ‘Is dít het moment om toe te slaan? Of misschien het volgende?’ Een andere ‘truc’ die kan werken is je gevoel overdrijven en daar dan vervolgens zelf in te geloven. Kinderen worden dan bijvoorbeeld heel snel en extreem bang, in de onbewuste hoop dat hun ouders dan wél zullen reageren. Een bijkomend effect van deze angst is dat kinderen minder gaan ondernemen. En omdat ze minder ondernemen, doen ze ook minder ervaringen op – negatieve, zeker, maar ook positieve – en worden ze minder snel zelfstandig. En minder zelfstandig maakt minder zelfverzekerd, waardoor je weer minder snel iets onderneemt, etc.<i> </i>Deze vorm van hechting leidt vaak tot een onverzadigbare behoefte aan geruststelling en erkenning. Men noemt die in de psychologie: ambivalent gehecht.</p>
<p>Of een kind wel of niet veilig gehecht raakt, zit hem dus vooral in jouw daden en niet zozeer in je woorden. Je kunt nog zo vaak zeggen dat je veel van je kind houdt (en dit ook echt menen!), als je daar niet naar handelt, het niet weet uit te drukken in gedrag (een aai, een knuffel, een zoen) of er te vaak niet met je kop bij bent, kan dat toch tot een minder veilige hechting leiden.</p>
<p>Als je als ouder een van de patronen hierboven herkent, is dat niet meteen iets waar je je heel schuldig over moet voelen. De kans is namelijk heel groot dat jouw ouders het met jou ook niet zo handig hebben aangepakt. Met andere woorden: je hebt gewoon niet zo’n goed voorbeeld gehad. ‘De oudere generatie vrouwen trouwden relatief jong en kregen snel kinderen’, zegt Pieternel Dijkstra, psycholoog en auteur van onder meer ‘Omgaan met hechtingsproblemen’. ‘Er was in die tijd veel minder aandacht voor emoties en gevoelens.’</p>
<p>Ze benadrukt wel dat ook als je zelf niet veilig gehecht bent, je jezelf best kunt leren om je zó te gedragen dat je kind zich wél veilig kan gaan hechten. En ook als dat station al gepasseerd is, kun je de band met je kind nog best versterken:&nbsp; ‘dat begint met bewustwording. Als je eenmaal bewust bent van de manier waarop je zelf gehecht bent, kun je je gedrag veranderen. Zo kun je jezelf best aanleren om je kind eens wat langer vast te houden dan je van nature zou doen. Waarschijnlijk merk je dan ook dat dat nog leuker is dan je dacht. Een andere manier om je genegenheid te tonen is door wat vaker écht naar je kind te luisteren – juist ook op de momenten dat je van nature geneigd bent om te denken ‘laat me nou even met rust’. Bij jonge kinderen die nogal eens de neiging hebben om eindeloos door te ratelen volstaat het doen alsof je luistert soms al. Laat gewoon even merken dat je ze ziet staan. Dat is vaak al genoeg. Je hoeft niet altijd diepgaande gesprekken te voeren.’</p>
<p>Volgens Dijkstra kun je ook als je kinderen ouder zijn nog steeds van alles doen om het contact te verbeteren. ‘Het is nooit te laat om te laten zien dat je er voor ze bent, al is het maar op een hele praktische manier: helpen met een verhuizing bijvoorbeeld.’</p>
<p>Tot slot is volgens Dijkstra goed om nog even stil te staan bij het volgende: de manier waarop je gehecht bent is weliswaar bepalend voor de manier waarop je reageert op anderen, het is niet helemaal onveranderlijk. ‘Ook op latere leeftijd hechten mensen zich – vaak aan een partner. Dat biedt mogelijkheden om je eerder opgedane hechtingservaring bij te stellen.’</p>
<p><i>Meer lezen: </i></p>
<p><i>Pieternel Dijkstra ‘Omgaan met Hechtingsproblemen’ uitgeverij Bohn Stafleu en van Loghum’</i></p>
<p><i>Sue Gerhardt: ‘Waarom liefde zo belangrijk is’ uitgeverij scriptum</i></p>
<p>Het bericht <a href="https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/">Waarom hechting zo belangrijk is</a> verscheen eerst op <a href="https://www.marilse-eerkens.nl">Marilse Eerkens</a>.</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://www.marilse-eerkens.nl/blog/waarom-hechting-zo-belangrijk-is/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
