Was Kortjakje een hoer?


2.4.2013

JM januari 2006

Altijd is Kortjakje ziek, Twee emmertjes water halen, Iene miene mutte, Hop Marjanneke… Voor velen zijn deze liedjes zo vanzelfsprekend dat ze zonder nadenken gezongen worden. Maar wie de herkomst en de bijbetekenissen van deze liedjes kent, kan ze waarschijnlijk niet meer zonder blikken of blozen zingen voor zijn kinderen.

Het meest bekend is waarschijnlijk het verhaal dat Kortjakje eigenlijk een hoer was in plaats van een ziekelijk maar zeer vroom meisje dat zondags naar de kerk ging. Of ze echt een hoer was, heeft nooit iemand kunnen hard maken. Wel is bekend dat het liedje zoals wij hem nu zingen, afgeleid is van een door een liedjeskoopman geschreven lied uit 1700 dat geschreven werd voor volwassenen. Het lied ging over Rachel Valderappus, bijgenaamd Kortjakje,  die als werk ‘de publieke secreten’ schoonhield in Amsterdam. Met andere woorden, ze was een WC-juffrouw. Kortjakje hield erg van de drank:  ‘Kortjakje mag geen Brandewijn, Maer het moet Jenever zijn’ is een steeds terugkerend refrein.  Verderop in het lied wordt ze ook beschreven als ‘dronke slet’ die het met ‘Pluggen’ (waarschijnlijk zijn dat ploerten of hoerenlopers) ‘houwt’.  De liederen over Kortjakje – drie in totaal – zijn niet mals. Zo wordt in het tweede liedje bezongen hoe ze op haar tachtigste nog een kind kreeg. Het laatste lied gaat over haar testament. Daarin wordt haar wens beschreven  om in de buurt van een sloot begraven te worden met ‘ (…) in mijn kist een groote fles, Jenever dat ik altemes, nog onderweg mijn dorst eens les, als ik ben op de reys, na Kortjakjes Paradijs’. Leg dat maar eens uit aan een kleuter.

Minder bekend dan het verhaal van de dronken  Kortjakje, zijn de geruchten – want dat blijven het– over de wel zeer schuin te interpreteren teksten  van ‘Twee emmertjes water halen’ en ‘Torentje, torentje bussekruit’ ( = ‘Torentje torentje bussekruit, wat hangt er uit, een gouden fluit, een gouden fluit met knopen, torentje is gebroken’). In het laatste liedje is ‘de gouden fluit met knopen’ een fallussymbool waarbij de knopen als ‘ballen’ geïnterpreteerd moeten worden. Bij ‘Twee emmertjes water halen’ verwijst ‘straatje’ uit het stuk  ‘rij maar door mijn straat je heen’ naar het ‘straatje’ tussen de benen van de meisjes op de klompen. Maar de koning rijdt niet alleen door haar ‘straatje’, maar ook door haar ‘poort’ en bijbehorende ‘plas’. En hij gaat ‘door de kerk’, er in dus, in plaats van – voor het zingen-  de kerk uit. En dan, na negen maanden, ‘van je één, twee drie’. Weer een baby.  Volgens Heleen van den Bos die onlangs haar afstudeerscriptie schreef over de herkomst van een aantal Nederlandse kinderliedjes zou het lied ‘Twee emmertjes water halen’ een spotlied kinnen zijn geweest op de koning. “Dat soort spotliederen werden vroeger wel vaker gemaakt.”

Zo is ‘Hop Marjanneke, stroop in’t kanneke’ een spotlied dat gemaakt is voor ‘die kale (=dronken) Fransen’ die in de tijd van Napoleon overal binnendrongen. Volgens Van den Bos zou de ‘stroop in ’t kanneke’ van Marjanneke ook een seksuele lading kunnen hebben. Er zou hiermee worden gesuggereerd dat Marianne, ook nu nog hét symbool van Frankrijk, een geile dame was.

Het tweede couplet van Hop Marjanneke is minder bekend. Dat is ook een spotlied, maar dan wordt er de spot gedreven met de ‘man van compleance’, een man die – o gruwel!- huishoudelijke taakjes doet:

Hop Marjanneke

Stroop in’t kanneke

Hop Marjanneke Jansen

Hij wiegt het kind, hij roert de pap

En laat zijn hondje dansen

Naast spotliederen zijn veel kinderliedjes ook afgeleidde versies van  ‘grotemensenliedjes’ die bij bepaalde kermisspelletjes hoorden. Een goed voorbeeld hiervan is ‘In Holland staat een huis’, een lied dat in een iets andere versie waarschijnlijk al in 1722 door Duitse studenten werd gezongen. Het spel werd op dezelfde manier gespeeld als het spel dat nu nog door veel kinderen wordt gespeeld. Een heer of een boer – een jongetje – staat in het midden van een kring en kiest een vrouw: er wordt een meisje bijgevraagd. Daarna nemen zij een kind – ze kiezen weer een kind uit de kring – en zo gaat het maar door. Anders dan bij de kinderversie, is de tekst in de oorspronkelijk versie wat harder en soms ook platter. De boer kruipt bijvoorbeeld in het hooi, de vrouw kruipt in het hooi, de vrouw ‘neemt’ zich een kind etc. Ondertussen moet alles worden uitgebeeld – heel grappig voor de omstanders natuurlijk. Echte onderbroekenlol zoals we het nu zouden omschrijven. Los van de variatie in het hooi gaat de heer in verschillende versies van het lied ook nog naar het bos om hout te kappen. Het hout verkoopt hij en daarvan koopt hij weer bier – al koopt hij er in sommige versies  een kind van. Ondertussen gaat ook de vrouw van huis en laat het kind alleen. En dan vliegt het huis in brand en het kind staat alleen. Als het meezit wordt het huis daarna wel weer opgebouwd. Hierbij helpen alle omstanders.

‘Witte zwanen, zwarte zwanen’ is ook een lied dat bij een bepaald spel hoort, al is niet bekend of het ook bij een spel van volwassenen hoort. Wel zijn er verschillende theorieën over de herkomst van het lied. Volgens Heleen van den Bos is het het  meest waarschijnlijk dat het lied ontstaan is in de Germaanse tijd – nog ver voor de middeleeuwen. Engeland zou dan niet zo zeer staan voor het land van de Engelsen, maar eerder voor het land van de engelen; Engel-land. In de Germaanse tijd speelde de ziel een belangrijke rol in de religie. Een ziel stond los van het lichaam. Bij de geboorte kwam de ziel het lichaam in en bij de dood verliet hij het lichaam. De zielen die na de dood tijdelijk geen lichaam hadden verbleven in een soort paradijs. Dat paradijs bevond zich onder een glazen berg, of op een eiland, bereikbaar met een brug of met een boot.. Dit zielenland -of het engelland, zoals het in het lied wordt genoemd -  was alleen toegankelijk met een sleutel van been. ‘Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken’ verwijst in dit geval naar die sleutel van been.

Het lied zoals wij het nu kennen gaat over zwanen. In Duitsland zijn er varianten bekend met Kroene kranen, ofwel kraanvogels. Niet toevallig, want het waren de kraanvogels die je volgens de Germanen naar het zielenrijk brachten. Dat er in Nederland ook een variant op het lied bestaat waarbij er niet over zwarte maar over groene zwanen wordt gezongen, heeft waarschijnlijk weer te maken met die uit het Duits afkomstige Kroene Krane wat makkelijk wordt verbasterd tot groene zwanen.

Van den Bos vond in haar zoektocht naar de achtergronden van bepaalde kinderliedjes ook nog een totaal andere verklaring voor dit lied. Bij deze verklaring wordt gesuggereerd dat Engeland staat voor het enge land. Eng heeft hier de betekenis van nauw. Dat nauwe land is het vrouwelijk geslachtsdeel, dat geopend moet worden door het mannelijk, namelijk de sleutel.

Wat opvalt bij veel Nederlandse kinderliedjes en rijmpjes is dat er heel veel onzinwoorden inzitten- denk bijvoorbeeld aan ‘Iene miene mutte’ en ‘Oze wieze wozewieze’. Volgens de onderzoeker Frank Arion gaat het bij deze liedjes om een bepaalde vorm van Portugees-Kreools dat werd gesproken door de slaven die vanuit West-Afrika naar de Nederlandse Antillen werden gebracht. Als je vanuit deze, inmiddels niet meer gesproken taal, naar de teksten kijkt, zou je het liedje ‘Oze wieze wozewieze’ volgens Arion als volgt kunnen vertalen:

Oze wieze woze                     Vandaag is het kind gelukkig

Wieze walla                            Is het kind gered

Kristalla                                  Gedoopt

Kristo ze                                 Is het

Wie ze woze                           Dit kind is gelukkig

Wiese wies wies wies wies    Dit kind, kinderen, kinderen , kinderen, kinderen

Met andere woorden, het is een doopliedje.

Op dezelfde manier heeft Arion ook het rijmpje Iene miene mutte, vertaald. Daarvoor heeft hij eerst geprobeerd om het rijmpje terug te brengen naar zijn oorspronkelijk vorm. Dat moet er volgens hem ongeveer zo hebben uitgezien:

 

Iene miene muito

Tempo de ’n gruta

Tempo de ’n kasa(la)

Iene miene muito

Es de baixe (de bas)

 

Vertaald komt dat volgens Arion op het volgende neer:

 

Veel meisjes

Tijd om te vrijen

Tijd om te trouwen

Veel meisjes

Daar beneden

 

Op het eerste oog is het een beetje onduidelijk waarom er zo veel meisjes ‘daar beneden’ zijn. Maar volgens Arion slaat de tekst op de situatie zoals die was op de slavenschepen. Daar werden de mannen bovendeks en de vrouwen benedendeks vervoerd.

 

Zoals gezegd gaat het bij alle beschreven liedjes om mogelijke verklaringen. Het ene bewijs is harder dan het andere. Heleen van den Bos: “Verschillende mensen geven verschillende interpretaties aan liedjes. Het is natuurlijk maar de vraag wat de juiste versie is. Bovendien zijn veel liedjes in de loop der jaren enorm veranderd. De teksten worden niet altijd opgeschreven dus wat je weet gaat vaak via mondelinge overlevering. Ze worden dus voortdurend aangepast aan het gebruik.”

Gelukkig maar. Kinderen hoeven niet alles te weten.