Hoe leer je een kind omgaan met emoties? Begin bij jezelf!


30.5.2013

Komt een tweejarige nog weg met een flinke driftbui in de Albert Heijn, een stampvoetende 11-jarige vinden we  behoorlijk  gênant. Kinderen moeten zich leren ‘gedragen’.  Ze moeten leren dat ze niet te pas en te onpas hun emoties kunnen ventileren – verbaal of fysiek. Als maatschappij varen wij daar wel bij- dat is beschaving.  Hóe je kinderen het beste kan leren om met die emoties om te gaan, dat beschaven dus, daar is veel over bekend. Iedere ouder die weleens een boek of opvoedblad leest, kan daar nuttige tips vinden. Maar of die tips werken, valt of staat bij de manier waarop je zelf hebt geleerd om met je emoties om te gaan. En in een land met een hoog niet-lullen-maar-poetsen gehalte is de kans niet ondenkbeeldig dat die vaardigheid jou door je eigen ouders niet goed is bijgebracht, zeker als je een man bent. Zo hebben de meeste van ons vooral geleerd om heftige, negatieve emoties te onderdrukken of te ontkennen in plaats van te herkennen, te érkennen en te hanteren. Daar kan je op volwassen leeftijd last van hebben en je kinderen dus ook. Gelukkig valt er op dit vlak heel veel te leren; als je er tenminste voor open staat.

 

Weglopen voor je gevoel heeft geen zin – en je kind is de dupe

Een jaar of vier geleden kwam ik thuis van de J/M-redactie en trof mijn toen 10-jarige zoon, luid vloekend en schreeuwend achter de piano. Achter hem stond zijn vader die zo mogelijk nog harder stond te schreeuwen. Kalm bekeek ik de situatie. Ze hadden, zo schatte ik in,  allebei een hele drukke dag achter de rug en dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik zou het vanaf nu wel overnemen. Natuurlijk zonder schreeuwen -dat had ik wel geleerd na vier jaar schrijven over opvoeden. Soepel past ik de geleerde gesprekstechnieken toe:  ‘Ik zie dat je ontzettend boos bent wat is er aan de hand?’  In gedachte  zag ik de zinnetjes voor me die ik ooit weleens geschreven had of misschien gelezen voor een of ander artikel:  “Beschrijf de emoties die je ziet. Op die manier leert een kind zijn emoties herkennen. Dat is belangrijk om ze later te kunnen hanteren. Erken ook de emoties;  zo leert  een kind dat ze er gewoon mogen zijn.  Dat is goed voor het zelfvertrouwen. Stel vragen.”  ‘Die kut-piano’ gilde mijn zoon. ‘Ik haat pianospelen. Ik ga nu van die kut-pianoles af. Ik haat jullie!’ ‘Maar waarom ben je daar nu opeens zo boos over?’, vroeg ik -het ‘kut’ heel bewust negerend – nog steeds rustig. ‘Het pianospelen gaat juist zo goed de laatste tijd.’ ‘Aaahhhh!!’ gilde mijn zoon en smeet de muziekboeken op de grond. ‘Raap die eens op’, zei ik al met wat minder geduld. Hij weigerde. ‘Ik doe het niet meer’, raasde hij door en gooide de klep van de piano dicht. Dat was niet echt bevorderlijk voor het oude instrument. Ik werd boos. Wat er toen gebeurde weet ik niet meer zo precies. Wel weet ik dat mijn zoon kort daarop onder de douche stond en ik schreeuwend en stampvoetend de badkamer binnenkwam en met al het cynisme dat ik in mij had, gilde dat dit een fantastische mentaliteit was die hij hier aan de dag legde. Dat hij voorál moest stoppen met oefenen als het moeilijker werd. ‘Geef de dingen maar op als ze niet meteen goed gaan!  Daar kom je ver mee in het leven!!’

Je hoeft geen psychologie te hebben gestudeerd om te begrijpen dat deze scene waarschijnlijk om meer ging dan alleen een ruzie over het wel of niet doorgaan met pianospelen. Wat vermoedelijk onbewust speelde, is dat ik mijn zoons gedrag zo ontzettend goed herkende. Ik had vroeger ook de neiging om mijn gitaar op de grond kapot te slaan als het me niet snel lukte om een bepaald stuk te spelen. En waar dat dan weer vandaan komt?

Als een kind heftige emoties bij je oproept is het belangrijk dat je als ouder weet waar die vandaan komen. Als je weet wat er met je gebeurt kun je de situatie met iets meer afstand bekijken en beter inspelen op je kind. Dus in plaats van je negatieve emoties te ventileren, probeer je te bieden wat je kind op dat moment nodig heeft.

Een interessante nieuwe stroming binnen de psychologie die veel aandacht schenkt aan dit soort mechanismen is de Past Reality Integration therapie.  Het gaat er vanuit dat mensen allerlei afweermechanismen hebben ontwikkeld in hun kindertijd die hen op dat moment hielpen om te overleven. Als jouw ouders niet goed in staat waren aan te sluiten bij de emotionele behoefte die jij had als kind – niet ondenkbeeldig in de tijd waarin de meeste van ons zijn opgevoed – en jij je dus niet begrepen voelde door degenen die je op dat moment het meeste nodig had, dan stap jij de wereld in met het idee dat de meeste mensen waarschijnlijk niet van zins zijn om jou te begrijpen. Je verwachtingen van anderen – ook van je kinderen – zijn dan soms of vaak  negatief.

Een voorbeeld: je kind moet naar school en het is eigenlijk al net een beetje aan de late kant. Zonder schoenen en mét een tandenborstel in zijn mond bedenkt hij dat hij persé  dat ene dierenplaatje mee naar school wil nemen om te ruilen met zijn vriendje. Jij begint te schreeuwen dat het niet kan en hij gaat stampvoeten. Kans is groot dat jullie te laat komen.

‘Wat er soms gebeurt in dit  soort situaties’, zegt psycholoog en PRI-therapeut  Nynke Neijzen, ‘is dat er bij jou een  soort automatische afweerreactie wordt geactiveerd. Je ziet op die momenten je zoon of dochter niet meer als een kind met een behoefte, maar als een soort monstertje dat jou aan het tegenwerken is. En van dat tegenwerken word je heel erg boos. Waarom? Waarschijnlijk omdat het een afweerreactie uit je eigen jeugd bij je oproept. Het doet je denken aan situaties waarin je zelf werd tegengewerkt of emotioneel niet werd ‘gezien’. Begrijpelijk maar niet efficiënt. Als je even had meegezocht naar dat dierenkaartje, of even rustig had uitgelegd waarom je  nu niet kan gaan zoeken ipv heel erg boos te worden, was alles waarschijnlijk vlugger verlopen en voelde je kind zich ook even gezien in plaats van afgewezen.’

Waar je als ouder ook tegenaan kan lopen is dat je het misschien heel moeilijk vindt om te begrijpen wat je kind nou precies nodig heeft aan emotionele aandacht. Vaak komt dat omdat je als kind geleerd hebt om je zo veel mogelijk af te sluiten voor je gevoel omdat je gemerkt hebt dat dit gevoel er voor jouw ouders toch niet zo veel toe deed. Of, wat ook goed kan,  omdat ze je niet geholpen hebben om dat gevoel te herkennen en erkennen.

Neijzen komt met een voorbeeld  van een ouder die worstelde met de slaapproblemen van haar kind dat al lang en breed op de basisschool zat. Het kind was steeds heel erg bang voor het slapen gaan. De moeder had alle trucs geprobeerd: een vast ritueel, op tijd eten, niets hielp. Ondertussen liepen de irritaties tijdens het eten al hoog op; iedereen zag op tegen dat moment van naar bed gaan. Toen ze na lang praten aan de moeder vroeg wat haar nou zo raakte, bleek zij het vooral heel moeilijk te vinden dat ze niet kon begrijpen waar haar kind nou zo’n behoefte aan had. Ze kon dat niet omdat ze zelf zo weinig emotionele aandacht had gehad als kind. Dat inzicht loste bij haar al een hoop op. Met behulp van PRI – een stapsgewijze aanpak dat je oude afweermechanismen helpt te ontmantelen – vond ze meer aansluiting bij haar kind. Ze voelde opeens veel beter waar het behoefte aan had. En toen was het probleem opgelost. Hij  sliep weer in en door.

‘Met de meeste kinderen is niks mis’, zegt Neijzen stellig . ‘Als je open staat voor je eigen emoties en voor het idee dat ze alleen over jou zelf gaan,  zit je vaak heel dicht bij de oplossingen die je zoekt voor de meeste opvoedproblemen. ’

 

KADERS

PRI, hoe werkt dat?

PRI is een methode die je onder begeleiding van een therapeut kunt leren, maar er is ook een doe-  het -zelf- methode die staat beschreven in het boek: ‘PRI en de kunst van bewust leven’ van Ingeborg Bosch. De methode is opgedeeld in drie fasen en duurt ongeveer negen weken. In die weken leer je eerst een manier om je eigen emoties beter te leren herkennen. Je krijgt  inzicht in de gedachten, de handelingen en de bijbehorende emoties die je leven soms ingewikkelder maken dan nodig. Je leert ook onderscheid maken tussen reacties die voortkomen uit je  emotionele ( als kind geprogrammeerde) brein  en uit je rationele brein. In de tweede fase leer je wat de reactie van je emotionele brein, je oude afweersysteem dus, allemaal in gang zet. De kans is groot dat je ontdekt dat die reacties niet altijd even adequaat zijn. In de derde fase leer je hoe je je emotionele brein kunt herprogrammeren en meer kunt leven in het hier en nu. Dat doe je door hele specifieke – steeds terug kerende – emoties te doorvoelen en vervolgens om te buigen.

Op de site van PRI – zie onder – staan ook een aantal ‘tools’ ( testjes, filmpjes, formulieren) die je kunnen helpen om de kennis uit het boek goed toe te passen.

Meer info:

www.pastrealityintegration.com of www.prionline.nl

www.kindessence.nl

 

Boeken:

‘PRI en de kunst van het bewust leven’ van Ingeborg Bosch  ISBN 9789020410730
Prijs: € 16,95

 

‘De onschuldige gevangene’ van Ingeborg Bosch ISBN: 978-90-204-0634-4
Prijs € 22,90

 

 

Mindfulness

Een andere goede manier om meer inzicht te krijgen in je  eigen emoties is een cursus mindfulness. .  Bij zo’n cursus leer je je opmerkzaamheid vergroten.  Door emoties  eerder te herkennen ben je minder geneigd vanuit je automatische piloot te reageren  aldus George Langenberg  mindfulness trainer en auteur van het boek MindfulKids HeartfulKids. Hij benadrukt dat weglopen voor je gevoel bijna altijd een averechts effect zal hebben. ‘Je wordt gekunsteld en nep. Alles wat je zegt wordt dan een buitenkant verhaal. Het opvoeden wordt zo gereduceerd een soort trucje; kinderen hebben daar een hele goede neus voor. En op de lange termijn schieten ze  er ook niks mee op. Ze doen toch na wat je ze voorleeft.’

www.mindfulkids.nl

 

Boeken: ‘MindfulKids HeartfulKids’ van George Langenberg en Rob Brandsma

ISBN 978 90 209 7540 6
Prijs € 24,99

 

Vaders en emoties

In zijn boek ‘Jongens -  Hoe voed je ze op?’ benadrukt auteur Steve Biddulph dat jongens het meeste leren over hun gevoelens door naar hun vader en andere mannen te kijken. Het lastige is alleen dat vaders volgens Biddulph de neiging hebben om al hun negatieve emoties om te zetten in de emotie waar ze het meest vertrouwd mee zijn: boosheid. Voor kinderen kan dit de zaken tamelijk gecompliceerd maken. Biddulph schrijft: ‘Als mannen zich boos gedragen terwijl ze eigenlijk verdrietig, angstig of zelfs gelukkig zijn, kan dit voor kinderen behoorlijk verwarrend zijn.’ Zijn tip: meer woorden, minder daden ( schreeuwen , met deuren smijten etc) . Zeg waar het op staat: dus niet heel boos worden als je zoon wegloopt in het winkelcentrum maar zeggen: ‘ik was echt vreselijk ongerust!’ ( nee, je bent heus geen watje dan) .

 

Benoem de emotie maar accepteer niet altijd het gedag van je kind

Het is heel belangrijk dat je de heftige emoties van je kind benoemt. Daar leert het van. Maar dat wil niet zeggen dat je iedere daad die voortkomt uit die emoties maar moet accepteren. Als een kind bijvoorbeeld heel boos is kun je die boosheid erkennen – “ik zie dat je boos bent omdat je geen zin hebt om mee te gaan naar de winkel; dat snap ik best” – om vervolgens te zeggen dat hij toch zijn jas moet aantrekken om mee te gaan – “je kan nou eenmaal niet alleen thuisblijven”. ‘ Daarmee is de boosheid misschien niet helemaal opgelost, maar je kind zal zich wel gezien voelen’, aldus kindertherapeut Sanne Bierens. ‘En daar gaat het om.’

Meer info over de praktijk voor opvoedingsvragen van kindertherapeut Sanne Bierens:

www.sannebierens.nl

 

 

Alternatieve manieren om kinderen hun emoties te laten uiten

Sommige kinderen – en zeker jongens – blijven het moeilijk vinden om over hun gevoel te praten. Alternatieve manieren om (intense)  gevoelens naar buiten te brengen zijn:

  • Tekenen, kleien
  • Een herinneringsdoos (verdriet)
  • Een talentenboom ( als je je onzeker voelt)
  • Het maken van een wensbord
  • Een stripverhaal maken
  • Een masker maken om je geluk/ongeluk uit te beelden

 

Bron: www.kindercoachingfriesland.nl