Betere babyopvang alleen mogelijk zonder marktwerking ( De Volkskrant)

17.8.2015

In een recente brief aan de Tweede kamer erkent Lodewijk Asscher  de kwetsbaarheid van baby’s in de kinderopvang. Maar zijn voorstellen om het beter te maken voor deze jonge kinderen zullen nooit iets worden zolang de marktwerking in de kinderopvang in stand wordt gehouden. De enige oplossing: langer betaald ouderschapsverlof voor beide ouders

 

Dertien jaar na de oratie van emeritus hoogleraar Marianne Riksen Walraven ‘Over de grote invloed van vroege sociale ervaringen’; zeven jaar na het verschijnen van het Unicef-rapport ‘The Childcare Transition’; vijf jaar na het congres ‘Babyopvang kan beter’ van het Nederlands Jeugdinstituut en drie jaar na het verschijnen van mijn boek ‘Wat doen we met de baby? – Over hechting, hersens, en kinderopvang’, is het dan eindelijk zover: de minister van Sociale Zaken erkent dat baby’s in de kinderopvang zeer kwetsbaar zijn en stelt maatregelen voor om de mogelijke ontwikkelingsrisico’s die de huidige babyopvang met zich meebrengt tot het minimum te beperken.

 

Om te beginnen zouden crècheleidsters die met kinderen onder één jaar werken zich via bijscholing echt moeten gaan specialiseren in baby’s. Ze moeten bijvoorbeeld leren dat het brein van baby’s – waaronder het hele stressysteem- in korte tijd een spectaculaire ontwikkeling doormaakt en dat die ontwikkeling sterk afhankelijk is van de emotionele zorg en aandacht die baby’s krijgen. Met andere woorden: crècheleidsters moeten doordrongen worden van het feit dat zij meebouwen aan een hersenfundament waarop de baby de rest van zijn leven moet gaan voortbouwen.

 

Die kennis alleen is natuurlijk niet genoeg. Crecheleid(st)ers moeten ook leren hoe dat bouwen in zijn werk gaat: veel kletsen en zingen bijvoorbeeld. Maar óók: op de juiste manier troosten en stress wegnemen. Dat laatste lukt alleen als de crècheleid(st)er tijd heeft gekregen om een baby echt te leren kennen en te begrijpen, en de baby de kans heeft gekregen om een vertrouwensband met hem of haar op te bouwen.

 

In zijn op 7 juli verstuurde brief aan de Tweede kamer stelt Asscher dan ook terecht voor om de beroepskracht-kindratio voor baby’s – nu één leidster op vier en een halve baby – te verlagen en er daarnaast voor te zorgen dat een baby met niet meer dat twee leidsters te maken krijgt.

 

Goed voor baby’s maar niet voor kinderopvangondernemers, zo blijkt uit de reacties in de linkedin-groep ‘Kinderopvang in Nederland’. Als Asscher namelijk écht wil dat baby’s altijd verzorgd worden door dezelfde twee vaste leidsters, zouden de babyleidsters volgens ondernemer Monique Bolder “vijf dagen van elf uur moeten werken”. Een collega-ondernemer valt haar bij. De voorstellen van Asscher mogen dan allemaal wel heel “politiek correct” zijn en “begrijp me niet verkeerd, kwaliteit is van enorm belang in de kinderopvang en als ondernemer daarin juich ik dat toe! Maar naast een ‘kwalitatief’ hoog niveau bieden moet de bedrijfstak ook financieel gezond blijven….”

 

En daarmee raken deze ondernemers de achilleshiel van de kinderopvang in Nederland. Echte kwaliteit en marktwerking gaan niet samen. Je personeel is je hoogste kostenpost, als je kinderopvangondernemer bent. Als je baby’s de zorg zou willen bieden die ze echt nodig hebben, wordt de kinderopvang te duur. En daarnaast is het, zoals Monique Bolder terecht opmerkt, logistiek bijna onmogelijk om er voor te zorgen dat baby’s steeds met dezelfde crècheleidsters te maken krijgen. Om die reden pleitte Unicef al voor een jaar betaald ouderschapsverlof, te verdelen over beide partners. In de in 2008 verschenen ‘ReportCard’ ‘The Childcare Transition’ schrijft Unicef: “Men kan hierop tegenwerpen dat ouders niet de enigen zijn die kunnen voldoen aan deze noden, maar zelfs indien hierover in principe een consensus zou bestaan, zijn er toch duidelijk enorme praktische en financiële problemen voor het aanwerven, opleiden, betalen, in dienst houden en controleren van de grote aantallen geschoolde medewerkers die men nodig zou hebben om kinderen jonger dan één jaar adequaat te verzorgen en te stimuleren. En in landen waar opvang buitenshuis voor baby’s stilaan de norm wordt, kan men niet anders dan zich afvragen of hierbij ten volle rekening wordt gehouden met de kennis die men nu heeft over de cruciale ontwikkelingsbehoeften van heel jonge kinderen.”

 

Als wij in Nederland dus echt willen dat baby’s de zorg krijgen die ze nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen, dan zijn er maar twee oplossingen: óf we komen – in navolging van bijvoorbeeld Duitsland – met een collectieve volksverzekering die ouders in staat stelt een jaar of meer zelf voor hun baby te zorgen, óf we schaffen de marktwerking in de kinderopvang af en nemen de zeer hoge kosten van goede babyopvang voor lief.

 

‘Brrr…’ twitterde @LodewijkA naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad waarin de CDA-politicus Hans Hillen voorstelt om het onderwijs na de basisvorming aan de markt over te laten. Een prima reflex, maar laat de minster dan ook stilstaan bij de effecten van marktwerking vóór de basisvorming.

 

Bekijk het artikel in De Volkskrant hier